woensdag 18 oktober 2023

Here comes the sun

Ook mijn Italiaanse vriend had last van de bouwwoede die in onze stad heerst. Het pand naast hem was gereduceerd tot een ommuurde kuil, een souterrain moest het voormalige huurhuis groter maken. We deelden, voor we tot de koffie en serieuze gesprekken overgingen, onze ergernis. 'Een huis is wat het is,' zei mijn vriend. 'Als je het anders wilt, groter of moderner, dan koop je toch een groter of moderner huis?'
'Ze kopen de locatie,' zei ik. Mijn vriendin zou eraan toegevoegd hebben: en een beleggingsobject. Kopen, oppimpen, verkopen, geld verdienen.
We mopperden wel meer. Ik vertelde dat ik sommige affiches niet meer begreep. Waar adverteerden ze voor, wat wilden ze mededelen? Mijn vriend werd ernstig gestemd. De ouderdom sleepte in haar kielzog vele ongemakken mee en van de wijsheid die ermee gepaard zou gaan merkte hij niet veel. Hij had zich dat vroeger heel anders voorgesteld. De man die hij zou zijn op de leeftijd die hij nu had zou een culminatie zijn van de verworvenheden van zijn jongere versie. Ik stelde me zoiets als oogsten voor. Alles wat je leert, doet, maakt en meemaakt blijft, stapelt zich op, en op je oude dag wentel je je in overvloed. Helaas leek het zo niet te gaan. Alles kalfde na een zekere leeftijd weer af. Hij bekende dat hij soms jaloers kon zijn op zijn eigen verleden. Daar was ik het dan weer niet mee eens. Er was wel degelijk iets als senioren-wijsheid, vond ik, als je die definieerde als empathie, mildheid en overzicht. Naar de onrust en het egocentrisme van the impatient years verlangde ik niet terug.

Op de terugwandeling naar huis overdacht ik ons gesprek. Zoals bij alle filosofisch getinte gesprekken had ik een tegenovergesteld standpunt ingenomen omwille van het discours. Met eensgezind tegen elkaars gelijk aanschurken kom je niet ver. In werkelijkheid vond ik die zogenaamde wijsheid die ik geprezen had lang niet altijd fijn. Een beetje brutaliteit en hardheid zou soms best handig zijn. Vroeger ging de wereld en haar gedoe me niet echt aan. Alleen mijn eigen leven en dat van de kring om mij heen was van belang. Voor het grote plaatje kon ik makkelijk oogkleppen opzetten. Nu was ik altijd deel van die grote wereld. Juist daarom trok ik me er fysiek steeds meer uit terug. Alle narigheid kwam te hard binnen. Schuw uit zelfbehoud.
De ellende op het journaal was de ellende van mijn buren, ze greep me bij de strot. Maar empathie kan verworden tot overgevoeligheid. Zelfs bij de dagfinale van De slimste mens loop ik de kamer uit. De zenuwen van de kandidaten kruipen onder mijn huid. Van onschatbare waarde kan ik alleen kalm uitzitten als ik de aspirant-verkoper niet sympathiek vind. Dan liever Tussen kunst en kitsch, waarin geen competitie meespeelt en iedereen blij en gelukkig is, hoogstens plaag je elkaar een beetje als de oude meester die je van Tante geërfd hebt een beschilderde foto blijkt te zijn.

Voor me liep een oma met haar kleinkind in een wagen. Gerimpeld, wit, glimlachend, een echte grootmoeder. Ze zong. Ze had een welluidende stem. De melodie kwam me bekend voor maar ik kon haar niet meteen thuisbrengen. Ik spitste mijn oren. Here comes the sun, van Abbey Road. Dat verraste me. Maar wat had ik dan verwacht, Altijd is Kortjakje ziek?
Tegenwoordig is een oma iemand van mijn leeftijd.
Je weet dat je oud wordt als oma's liedjes uit jouw jeugd voor hun kleinkinderen zingen.


vrijdag 13 oktober 2023

In piam memoriam

 

In liefdevolle herinnering, zoals dat heet. Ter zalige nagedachtenis. Vandaag zou hij 98 zijn geworden, mijn vader: de leeftijd die ik hem altijd had toegedacht. Zijn moeder, mijn oma Jet, werd het ook. Hij leek fysiek op zijn donkere en zuiderse moeder, veel meer dan op zijn blonde en blauwogige vader. Dus wat was er logischer dan dat hij ook precies zo oud zou worden? Vandaag is hij dus eigenlijk écht gestorven.

Hij bleef lang jong en ik had het zorgeloze gevoel dat hij er altijd zou zijn. Toen hij uiteindelijk ouder en ouder werd en ik me angstig afvroeg hoe dat moest gaan als ik het ooit zonder hem zou moeten stellen, troostte ik me met die gedachte: als hij net zo oud wordt als zijn moeder (en dat wordt hij!) heeft hij nog vijftien, veertien, dertien jaar (de teller ging steeds sneller omlaag). Genoeg tijd om dat ondenkbare - dat je vader er niet meer is - nog even voor je uit te schuiven.
Ik had geen rekening gehouden met de verschillen in levenswijze van die twee. Mijn oma had het sobere leven geleid van de generatie die twee wereldoorlogen meemaakte. Mijn vader was, nadat de naoorlogse welvaart de teugels had laten vieren, steeds genotzuchtiger gaan leven. Met roken stopte hij al vrij vroeg - voor die tijd tenminste - maar hij hield van een borrel, om dat eufemisme nog maar eens te misbruiken.
Met negentig was hij nog kranig, op zijn manier. Toen hij eenennegentig werd, zeven jaar jonger dan zijn oersterke moeder was geworden, was hij op. Hij kon zich op de piano nog slechts atonaal uitdrukken. En ook als er geen Alzheimer was gekomen zou er niet veel muziek meer in hem hebben gezeten.
Misschien maar goed, van dat lichamelijk 'op zijn'. De ontluistering van deze scherpzinnige, geestige, warmbloedige en ondanks al zijn melancholie toch veerkrachtige en levenslustige man heeft maar kort geduurd. 

Johannes Nicolaas Maria van Spaendonck, 13 oktober 1925 - 26 oktober 2016

(Foto: Jetty van Jan)


donderdag 12 oktober 2023

FREZEN

'Met het frezen heb je het ergste wel gehad,' zei een bouwkundige tenor uit mijn koor geruststellend. Ik had hem verteld over de door merg en been gaande herrie die het slopen van houtwerk, het gladmaken van een betegelde badkamer en het aanleggen van nieuwe leidingen blijkbaar met zich meebrengt. Daarbij wordt gedrild in de harde muur die beide woningen, de mijne en die van de nieuwe onderbuurman, verbindt, en die een perfecte geleider is van vooral onaangename geluiden.
Wat dat precies is, frezen, moest ik even opzoeken. Ik ben niet zo technisch. Een 'verspanende bewerking met een roterend gereedschap', las ik.
Dat verspanend moest ik ook weer opzoeken.

Ik merk dat ik een stap verder ben in acceptatie van de overlast dan vorige week. Zen wil ik niet zeggen, maar een zekere berusting is er wel degelijk. Sommige uren zijn verloren. Dinsdag was er zoveel herrie dat ik me nergens op kon concentreren en dan maar liever naar buiten ging. Niet te lang, want ik wilde de katten een beetje moreel steunen.
Katten hebben één ding voor op ons mensen. Is de ellende voorbij, dan genieten ze des te meer van de rust. Ik heb Snuf nog nooit zo vaak op zijn rug zien liggen, donzige buik omhoog, alle vier de poten uitgebreid, als de afgelopen dagen. De stilte werd gevierd, kracht bijgezet, en daarmee was de afgelopen ontregeling bezworen. Zo spreekt althans de kattenpsycholoog. 

Als ik de herrie niet ontvluchtte liet ik hem maar begaan. Gelukkig hoef ik niet zoveel meer te werken en ik kan me een verloren dag permitteren. Ik putte zelfs een zekere trots uit die houding. Ik lag op bed tussen de katten in, de te warme oktoberzon scheen plagend naar binnen. Ik genoot bewust van de luwte tussen twee mitrailleursalvo's door en wachtte gelaten op de volgende drilboor-episode. Daar was het citaat van Lin Yutang. Wie geleerd heeft een geheel zinloze middag op geheel zinloze wijze door te brengen, die heeft leren leven. Zoiets. Portee duidelijk. 

Ik word me ook steeds meer bewust van de psychologische component van geluidsoverlast. Op een bankje aan het Roelof Hartplein kijk ik geïnteresseerd naar het spitsverkeer en stoor me niet aan de brute potpourri van stadsgeluiden. Waarom is dat thuis dan zo anders? 
Thuis hoort veilig te zijn. Veilig en stil. Lawaai mag er alleen zijn als je er zelf voor kiest, bijvoorbeeld door een cd van Jethro Tull op te zetten en de volumeknop te ver naar rechts te draaien. Niet zelfgekozen herrie is bedreigend.

Geleidelijk vindt er een verandering plaats die ik niet had voorzien. Ik doe de deur op slot als ik binnen ben. Al jaren niet meer gedaan. Gestommel op de trap wil niet per se zeggen dat er aanstonds iemand op de deur zal komen bonzen. Ze hebben hun eigen dingen te doen hieronder en die man op driehoog zal ze worst wezen. 
Ik ben verwend door een toestand die niet meer bestaat. Onder me was het jarenlang vrijwel onbewoond. Het trappenhuis was van mij, slechts een of twee keer per jaar kwam de benedenbuurvrouw van de begane grond iets van zolder halen. Nu moet ik opnieuw wennen aan een situatie die ik vroeger heel normaal vond. Toen de zure Ottenhofs onder me woonden ('Kan het wat zachter, ik kan mijn tv niet horen!') en signor Dessi de eerste verdieping bewaakte ('Makkenie doen hè, pianospelen, ikke belle de politie!').  Het trappenhuis is buiten. Binnen begint pas achter mijn voordeur. Daar is het warm en veilig, ook als ze daar beneden hun hinderlijke dingen doen.  


vrijdag 6 oktober 2023

Teringherrie in Bouwput Damsko

Op een middag werd er geklopt. 'Ik ben uw nieuwe onderbuurman. Ik kom me even voorstellen.'
Aan jaren van leegstand was een eind gekomen.
Het was een aardige jongeman met een deftige naam, laat ik hem Diederik noemen. Opvallend open, iemand met wie je makkelijk praatte. Dat we een leuk gesprek hadden en ik aardig wat over mezelf vertelde was dan ook helemaal zijn verdienste. Bij het afscheid nemen zei ik dat we binnenkort maar eens uitgebreider kennis moesten maken. 'Zeker,' zei hij, 'eerst nog een beetje opknappen, en dan trek ik erin.' 

Toen ik maandagmorgen thuiskwam van een uitje naar de Achterhoek was ik verrast door een witte plastic loper die over de trap was uitgelegd. Ik was niet erg lekker en had me een middagje suffen op bed voorgesteld, de katten naast me, boekje op mijn borst. Maar daar kwam niet veel van. Een breken, boren en timmeren was losgebarsten alsof de renovatie van het pand, voor het in de verkoop was gegooid, niet had plaatsgevonden. Wat waren ze in godsnaam aan het doen onder me? Een beetje opknappen, dat had ik begrepen als een fris laagje verf, hoogstens een nieuw keukenblok erin.
De volgende morgen stond, toen ik naar buiten ging, de deur van mijn aanstaande onderbuurman open. Meteen zag ik wat er aan de hand was. Alle deuren, schuivend en gewoon, al het houtwerk, lijst en plint, was eruit gesloopt. Geschokt daalde ik de trap af. Op straat stond een busje geparkeerd met het kenteken BG. Het was volgeladen met de onlangs nog vers in de crème-witte lak gezette panelen met hun geometrische ornamenten, zo kenmerkend voor de periode waarin het huis was gebouwd. De huisbaas had er nog mee gegeurd, in de advertentie. 650.000 euro, zes-en-een-halve ton moest je neerleggen om onder mij te mogen wonen, maar dan kreeg je ook wat. Karaktervol interieur in een stijl op het scherp van de snede tussen Art Déco en Amsterdamse School. Zwart marmeren schouw, twee stuks zelfs, glas-in-lood.
Het glas-in-lood zit er nog in want dat is beschermd stadsgezicht. Maar alle andere sympathieke en kenmerkende sierelementen zijn in een busje met een bordje BG de straat uitgereden. 
Gisteren was de herrie zo erg dat Snuf, de liefste kat van de wereld (een lievere kat heb ik nooit gekend) getergd zijn nagels in mijn hand zette toen ik hem wilde aaien. De gekmakende drilboor stopte er rond vier mee en we haalden opgelucht adem. Ik probeerde te verzinnen wat er zoveel drillen moest kosten en kon alleen de badkamer en de keuken voor me zien. Iemand die authentieke houtpanelen wilde vervangen had natuurlijk ook geen boodschap aan al die truttige witte tegeltjes. Ik dacht aan de terrazzovloer in de badcel. Ik had de makers daarvan nog gekend. De gebroeders Scutigliani. Hun zuster Maria was getrouwd met Eddy, de beste vriend van mijn schoonvader. Eddy bliefde geen pasta dus voor hem kookte ze altijd aardappelen bij de Bolognesesaus. Ieder zijn smaak en het gaat me niet aan om te oordelen over mensen met een andere dan de mijne. Maar ik hoopte dat mijn aardige buurman dat gespikkelde marmergraniet in elk geval liet liggen. 

Vrijdagmiddag. Onder me zijn de Bulgaren nog wat aan het timmeren, een beetje lusteloos. De pianostemmer is zojuist gearriveerd. Voor straf heb ik de klep van de vleugel vol opengezet. 


maandag 2 oktober 2023

BAKKERTJE


De voortekenen waren slecht. Het was ook eigenlijk een ondoordachte actie geweest. Een impuls waaraan ik gehoorgegeven had zonder overleg met mijn vriendin te plegen.
Zondag 1 oktober wilde ze naar een biologische tuinmarkt die allang op haar verlanglijstje stond. Ik stond niet te springen maar toen ik hoorde dat de markt op een landgoed nabij Vorden werd gehouden riep ik uit: 'Hotel Bakker!' Ik reserveerde alvast een kamer. Waarom niet, kon altijd nog geannuleerd worden.
We maken er een uitje van, opperde ik per App. Mijn vriendin vond het wat overdreven. Je kunt toch best anderhalf uur rijden voor een tuinmarkt, zonder meteen te blijven slapen? Zo oud waren we toch nog niet?
We lieten het maar even zo. Ik rekende er half op, maar calculeerde in, dat mijn vriendin serieuze bezwaren zou gaan maken als de dag naderde.
De dag naderde en de reservering stond nog. Bakker mailde me, of ik wensen had, hoe laat ik dacht in te checken. 
Inmiddels waren er onvoorziene dingen aan de hand. Een schaap was door de veearts behandeld. Het verband moest van de zieke poot af en er moesten antibiotica ingespoten worden. Mijn vriendin hield vele slagen om de arm.
Ik had mijn eigen slagjes. Ik was verkouden, had verhoging. Een ontsteking onder mijn enige nog resterende kroon speelde op, de tandarts oordeelde, na een consult, dat de kies getrokken zou moeten worden.
En de tijd verstreek.
Op zondagmorgen ontwaakte ik uit zware dromen. Er was niets geannuleerd, noch door mij, noch door mijn vriendin. Ik hoopte half dat er alsnog besloten zou worden tot thuisblijven, ook al ging dat geld kosten, want ik voelde me niks lekker. Maar tegen twaalven kwam het verlossende bericht. Het schaap leefde nog. Ze moest eerst nog een muizenval zetten maar daarna kwam ze eraan. Ik was blij om de duidelijkheid. Slikte paracetamol, pakte mijn tas in. 
Een uur of drie later zat ik te mediteren op een geurig heuveltje van gras terwijl mijn vriendin de kraampjes met biologische tuinproducten afstruinde. 
Nog eens anderhalf uur later zat ik op het terras van Bakker achter een Westmalle Tripel en een portie bitterballen en had het hoogste woord.


vrijdag 29 september 2023

De blogger is rillerig


Watten in de wereld
En watten in mijn hoofd.
De vlam van helder denken
Is door de kou gedoofd.
Verkoudheid houdt me binnen,
Hierbinnen in mijn hoofd.
Daar wordt in koortsig dromen
Van alles gaar gestoofd:

In menige vertaling
Beet ik me lekker vast;
Ik heb me ook met vele
Taken grif belast:
Plantjes water geven,
Spelen op mijn luit,
Oude boeken lezen,
Googelen naar buit.

Zinloos voor de wereld
Maar noodzaak voor mezelf;
Zo gaat het als de zaken
In 't schedeldakgewelf
Niet lopen naar behoren
En soms ronduit ontsporen
Tot een ivoren toren
Van zelf en zelf en zelf.

De wereld wordt dan kleiner,
En vager bovendien.
Je kunt in nacht en nevel
Niet alles helder zien.
Geen tijd dus, om te schrijven
Wat er m.i. toe doet -
U houdt mijn dure mening
Nog eventjes te goed.


donderdag 28 september 2023

Litanie van een brooddichter


Ik vreesde voor ontwijding
Van mijn intimiteit,
Toen ik aan haar verspreiding
Me vlijtig had gewijd;
In menig lied, gezongen
Vanuit mijn kinderkring,
Die als een snaar gesprongen
Onlangs aan stukken ging.  

En als om mij te honen,
Dat zij in stukken brak,
Komt mij met munt belonen
De nieuwste Almanak.
Die dertig zilverlingen
Die men de vader gaf,
Zijn zonder af te dingen
Genoeg voor ‘t kindergraf.

Heb ik misschien gezondigd,
Dat niet mijn hartenslag
Maar harpspel heeft verkondigd,
Wat op het hart mij lag?
Nooit heb ‘k mijzelf gehuldigd,
Maar wel het bloeiend lied
Met smaak vermenigvuldigd,
Dat mij nu doornen biedt.

De algemene zonde
Der dichtkunst moet wel zijn,
Het blootleggen der gronden
Van diepe vreugd en pijn.
Geen lust kon ik bedwingen
In ’t huiselijk refrein,
Laat nu het leed maar zingen,
Mocht het ook zonde zijn.


Ich fürcht', es war Entweihung, uit de Kindertotenlieder, Friedrich Rückert, 1833/34. 
© vertaling JPvS. Het origineel is zoals alle gedichten uit deze zeer uitgebreide verzameling klaagzangen en klaagliedjes, titelloos.

Illustratie: Luise Rückert (25 juni 1830 - 31 december 1833), net als haar oudere broertje Ernst gestorven aan roodvonk.