zaterdag 17 februari 2018

Requiem voor een VW-busje




















In 't volst vertrouwen ging 'k van huis,
ver weg van katten, bed en buis -
want wat kon mij daarginds gebeuren?
Het busje was een rijdend thuis.


Voorsmaak van de lente, 17 februari 2018

Ik keek naar oude foto's en ze leefden weer -
alleen van dat glas witte wijn kon dat niet komen;
ik opende de deur naar het balkon en hoorde
de eerste merel van het jaar.


maandag 29 januari 2018

Een vreemde vriend


In december werd Ga met me mee, zelfportret in 100 stukken gepresenteerd, een nieuwe bloemlezing met nagelaten teksten van Lennaert Nijgh, samengesteld door Peter Voskuil. Voskuil schreef eerder, in 2007, de biografie Testament.
   Ik was uitgenodigd maar ben niet gegaan. Deels omdat ik niet lekker was, deels door iets anders, iets groters. Ik merkte dat ik geen zin meer had om me in dat kringetje van Nijgh-mensen te begeven. Nijgh was mijn vriend, mijn pennevriend vooral, toen ik een dertiger en veertiger was. Als ik denk aan die tijd ken ik mezelf niet terug; ik kijk in een vervormende spiegel. Voor vrienden van toen geldt dat in nog heviger mate. Nog steeds fascineert Nijgh me, maar zoals een andere schrijver me zou kunnen fascineren, een die ik nooit gekend heb en die al eeuwen dood is. Ik denk niet vaak meer aan hem als aan een vriend. Hoogstens is hij de vriend van die vreemde versie van mijzelf. Die tweede dood van Nijgh maakt me ongemakkelijk en bedroefd, en daarom ben ik niet naar Haarlem gegaan.

Behalve de mettertijd gegroeide afstand tussen ons is er nog een reden voor die vervreemding. Sinds zijn dood is er zoveel over hem geschreven en gepraat. Taboes zijn doorbroken, geheimen naar buiten gekomen en ik heb mijn beeld van Lennaert zeer moeten bijstellen. Postuum is hij een andere man dan hij bij zijn leven was; voor mij tenminste.
   Lennaert was een junk. Hij is gestorven aan een mishandeld en uitgewoond lichaam. Ik heb dat toen nooit gezien, en zelfs intimi die het wel zagen wilden het niet zien. Lennaert verzweeg en ontkende het en dus was het er niet. Achteraf zijn alle signalen duidelijk. Hoe hij opgeknapt van de wc terugkwam, als we een afspraak in een van zijn stamcafés hadden, hoe zijn doffe ogen dan oplichtten hoewel hij pas één glaasje Beerenburg op had. Iedereen wreef hem alcoholisme aan, dat paste beter bij de schipper/dichter die in zijn hart een negentiende-eeuwer was dan de coke en de speed. Maar ik heb me er altijd over verwonderd hoe zo weinig drank iemand zo kon uithollen. Die paar glaasjes Weduwe Joustra die hij traag naar binnen zoog konden zoveel kwaad niet doen.  Zelfs als je er zijn kettingroken en zijn slechte eet- en slaapgewoonten bij optelde.

In de week na kerst arriveerde het boek. Voskuil had er een vijftal aan mij gerichte brieven in opgenomen (‘Lieve Zanger!’)  en was zo attent om me als dank het exemplaar toe te sturen dat bij de presentatie voor me klaar had gelegen. Het zag er prachtig uit. Typografisch tot in de puntjes verzorgd en rijk geïllustreerd, net als zijn grote broer Testament
   Ik sloeg het open en zocht de bladzijden op in het laatste gedeelte, waarop de brieven stonden afgedrukt (‘Amice!’, ‘Waarde Liereman!’). 
   Een paar stukjes waren weggelaten, zag ik. Ik vroeg me af waarom, las de voetnoten en was verbaasd.
   ‘Waarlijk, het wordt tijd. Die Winterreise wacht,’ beëindigt Nijgh zijn brief van 31 januari 1994. Het commentaar van Voskuil: ‘Die Winterreise wacht’ – Lennaert koesterde op dat moment plannen om zijn eigen Winterreise te schrijven, en het werk daaraan wachtte dus.
   Verbaasd? Verbijsterd was ik om zoveel onbegrip. Dat bedoelde Lennaert helemaal niet! ‘Die Winterreise’ was in de omgang met Lennaert een vaak terugkerende metafoor die stond voor de eenzame laatste levensjaren, de barre tocht naar het einde. Het ‘Waarlijk, het wordt tijd’ heeft in die context een bijna Bijbelse klank; en de brief, die een dramatisch afgelopen ontmoeting met een jeugdige Geliefde beschrijft, eindigt in mijn lezing in een melancholiek mineur: ‘Te laat! Mijn tijd is om! Niets dan ouderdom en dood in het verschiet!’
   Maar Voskuil leest het als: ‘Sorry, ik moet kappen met deze brief, moet aan de slag met een tekstklus. Doei!’
   Ik zette het aan ergernis grenzende onbegrip van me af en bladerde door het boek. Een rijkdom aan vergeten teksten, opgediept uit laden, overgetikt uit schriftjes. Genoeg om je vingers bij af te likken, als je van Nijgh houdt.
   Maar al die tijd dacht ik, niet voor het eerst: als er fouten staan in wat ik toevallig kan verifiëren, hoe zit het dan met al die dingen waar ik niets van weet? Hoe betrouwbaar zijn al die feiten eigenlijk, die we dagelijks voorgezet krijgen?
    En wat nou, als ik me vergis, en Voskuil het bij het rechte eind heeft?
   Wat is de ware toedracht toch altijd ingewikkeld, en wat zijn we toch allemaal vreemden voor elkaar.


Lennaert Nijgh zou vandaag 73 zijn geworden. 



vrijdag 5 januari 2018

Een tijdelijk afscheid


Het begon ermee dat ik de naam aanpaste omdat de oude de lading niet meer dekte. Vervolgens wisselde ik ongedurig van lettertype, zonder ooit echt tevreden te zijn over het resultaat. Als je zo met de vorm bezig bent is er meestal iets mis met de inhoud.

Jarenlang was dit blog een plaats in het digitale universum waar ik me thuis voelde. Ik kroop er tweemaal in de week in weg, zag uit naar die uren, en zag er met plezier op terug. Een tentje van taal was het, helemaal zelf opgetrokken, een tempeltje ook voor de culte du Moi, een schuil- en rustplaats waarin koffie en tabak heerlijk smaakten.

Het afgelopen jaar was een productief jaar, maar geen fijn jaar. Ik had te veel petten op: de uniformpet van de verkeersregelaar, de directeurenhoed, het baseballpetje van de toffe jongen, de schelpenhoed van de pelgrim, de met inkt bespatte klep van de klerk, de scheve slaapmuts van de kamergeleerde - ik begon ze te verwarren en wist niet meer waar ik het hoofddeksel had gelaten dat ik die en die dag of dat en dat uur nodig had.
Vijf boeken de wereld in geholpen, vier scheurkalenders ingeleverd, ondertussen operettedirigent geworden en mijn andere muzikale bezigheden gewoon blijven doen: het was te veel.

Ik trok me steeds minder graag terug in het tentje. Het leek of het aan de openbare weg lag, het tentdoek was te dun om veiligheid of de suggestie van veiligheid te bieden. Beter kan ik het niet zeggen.

Toen ik in mijn laatste blogje (in de ontwijkende hij-vorm) schreef dat ik een sabbatical wilde houden was dat een wens die eruit floepte voor ik het wist. Pas later besefte ik dat ik het serieus meende. Dus, lezer, u zult een tijdje weinig van me horen. Pas in de lente wil ik dit hervatten. De komende tijd wil ik geheel wijden aan de muziek en alleen dat schrijven wat geschreven moet worden.

Ik sta mezelf natuurlijk ten alle tijde toe om van dit voornemen af te wijken - als ik iets belangrijks te melden heb of de aandrang voel om u en jullie deelgenoot te maken van wat erin me omgaat, zal ik dat zeker niet laten.

Tot dan, adieu! Tabé, aju, de mazzel en houdoe!


(Foto: Paulien Kop)


**************************************************************************



In december is mijn tragikomische roman De sigarenwinkel verschenen. Wilt u dit boek bestellen? Maak dan € 19,50 over op NL85 INGB 0680 2522 15 ten name van W.S. Huberts te Nijmegen, onder vermelding van 'Sigaar’ en met opgave van uw naam en adres. Let op, dit bedrag is inclusief verzendkosten.







vrijdag 22 december 2017

ZELFMEDELIJDEN


Voorheen Rookzanger twijfelde zwaar aan de zin van alles. Dat de schepping geen enkele zin had, dat wist hij wel. Hij was aan die gedachte gewend geraakt. Soms, als hij in een meditatieve bui was, kon hij er zelfs een troostrijke draai aan geven: als het allemaal toch niet uitmaakt, waarom dan niet een beetje plezier maken, dacht hij dan. En voor even smoorde hij zijn altijd zacht zeurende schuldgevoel in overmoedige zang en dans - het was misschien niet genoeg wat hij deed, bij lange na niet genoeg, maar meer kon hij niet doen; hij deed zijn best, heus waar.
Maar dat zijn eigen schepping geen zin had, dat was erger. Toch was het die overtuiging die hem vandaag plaagde en die zich niet wilde laten weerleggen, welke argumenten hij ook in het midden bracht en welke zelfhulptechnieken hij ook toepaste. Je moest lijstjes maken van je eigen verworvenheden bijvoorbeeld. Hij somde op wat hij allemaal had geschreven, gezongen en gedaan, het afgelopen jaar. Een tamelijk indrukwekkend lijstje, zelfs voor de laatbloeier die hij in sommige opzichten was. Maar wat baatte het? Als je ervan overtuigd bent dat wat je doet futiel is wordt zelfs het mooiste lijstje een opeenstapeling van futiliteiten.
Hij had koorts en een gemene keelpijn. Van het roken kon dat niet meer komen. Sinds hij gestopt was met roken en zich geen Rookzanger meer mocht noemen was zijn conditie verbeterd, zeker: hij wandelde als vanouds uren achtereen zonder op bankjes uit te rusten en rende weer de trap op. Maar hij was nu al voor de tweede keer binnen een paar maanden flink ziek. En voor zijn stem had hij het roken niet hoeven laten, die was na een aanvankelijke opleving weer net zo wisselvallig als toen hij nog zijn fijne pijpen rookte. Ach, wat miste hij die!

In het zaaltje van de bibliotheek zaten zes mensen. Altijd nog meer dan de vorige keer, toen het personeel er zelf maar bij was komen zitten om de vertoning nog een beetje geloofwaardig te maken. Ze kregen koffie uit plastic bekertjes en krentenbrood zonder spijs. Toen hij aan de beurt was las hij een paar columns voor en zong er wat toepasselijke liedjes bij - het scherpe randje van zijn keelpijn tijdelijk bot gemaakt met een flinke dosis paracetamol. Het handjevol publiek keek hem nogal blank aan - vriendelijk, maar ook afstandelijk. Alsof ze hem niet goed konden duiden, die vreemdeling die beweerde een van hen te zijn. Of lag dat aan zijn eigen koortsige, licht onwerkelijke waarneming? Feit is dat zijn collega's meer respons oogstten, met hen gingen de luisteraars in geanimeerd gesprek. Hij pakte de onverkochte exemplaren van zijn verhalenbundel in het achterste vak van zijn gitaarhoes, ritste die dicht, deed zijn warme jas aan, zette zijn misplaatste hoed op, en na zijn collega's te hebben gegroet liep hij naar zijn auto.
'Geen sneeuw en ook geen regen, het is onverschillig weer,' bromde Voorheen Rookzanger voor zich uit met zijn zieke maar geschoolde bariton. Als vanzelf liet hij de regels van het liedje overgaan in een nukkige alleenspraak, terwijl hij zijn besmeurde en gedeukte maar evengoed geliefde auto opende en zijn gitaar op de achterbank legde.
'Weet je wat? Van mij kunnen jullie allemaal het ik weet niet wat krijgen. Ik doe even lekker niet meer mee. Ik neem vakantie. Misschien neem ik wel een sabbatical. Misschien stop ik wel voorgoed, wie weet. Geen hond die mijn kunstjes zal missen.'
En vol zelfmedelijden maar vreemd genoeg ook in harmonie met zichzelf en de wereld reed hij naar zijn etage in de oude stad, waar de feestelijk verlichte kerstboom hem opwachtte. Hij aaide zijn poezen die geen weet hadden van enige zingeving en zette zich achter zijn computer. 'Nou vooruit, nog één stukje dan, om het af te ronden,' waren de laatste verstaanbare woorden die zijn biograaf opving. 

Zalig kerstfeest en een Gelukkig Nieuwjaar!


(Illustratie: Marten Toonder)



dinsdag 19 december 2017

WILD

Aan het einde van een doodlopende weg parkeerden we de auto. We liepen de Eilandspolder in. Anders dan de omliggende droogmakerijen is dat een lappendeken van drassig land, doorsneden door sloten en meertjes, bijeengehouden door houten bruggetjes - een soort bruingroene quilt. Minder geometrisch en leeg dan Schermer of Beemster, maar toch weids genoeg: als je om je heen kijkt zie je in de verte de spijkers die de lappendeken op zijn plek houden: de kerk van de Rijp, het spitse torentje van West-Beemster, de vuilverbranding van Alkmaar.

Een haas schoot weg en verdween uit het zicht. Ik vroeg me af waar hij zich in deze leegte verborgen kon hebben. Het gesprek kwam op pleinvrees. Hier ging het wel, zei ik, door de intieme aard van het landschap. Maar toch, er was nergens beschutting in zo'n polder, licht ongemakkelijk voelde ik me dan altijd wel, op zijn minst op mijn hoede. Mijn vriendin vroeg zich af waarvoor je dan bang moest zijn. Wat was er zo angstaanjagend aan de leegte? Ik herinnerde me dat mijn vader me die vraag ook eens gesteld had, precies zo, toen ik hem verteld had over mijn agorafobie. Ergens in de auto op de terugweg van Den Haag was dat geweest, meer dan dertig jaar geleden.

We kwamen langs een bergje afgekloven botten. Het leek of iemand de resten van zijn pannetje hazenpeper had weggegooid. Maar dan wel iemand die het wild ter plaatse had geplukt en verorberd: de grond was bezaaid met plukjes donzig bont.

Ik keek omhoog en stelde me voor hoe in dit stille binnenland, dat er vanuit de auto zo vredig uitzag, een drama had plaatsgevonden.  Een roofvogel had zijn prooi geslagen na een bliksemsnelle duikvlucht. Een snerpende gil, het kraken en scheuren van vlees en bot. En al die tijd het onverschillige suizen van de wind in het lege landschap.
Ik huiverde.



vrijdag 15 december 2017

v.h. Rookzangers notitieblog (23)


De gevreesde smartphoneverslaving laat op zich wachten. Nu het nieuwtje eraf is kijk ik er af en toe op, niet meer dan ik vroeger op mijn horloge keek. Het is precies wat het moet zijn: een luxe telefoon, een lulijzer met extensies.
Ik wil nog verder gaan: het lijkt zelfs (ik zeg dit voorzichtig) of mijn internetgedrag minder  compulsief is geworden door de nieuwe telefoon, in plaats van meer, zoals verwacht. Ik breng minder tijd door achter het beeldscherm van mijn pc, sinds ik het internet ook elders kan ontvangen. Het high tech doosje heeft me immers 's morgens al in een oogopslag laten zien wat ik aan nieuwe mails en berichten heb. Het spannende aanzetten  - in blijde verwachting - van de computer, koffie erbij, is verleden tijd: the thrill is gone. Ik doe hem nog wel aan, want helemaal vertrouwen doe ik het telefoontje nog niet; zeker de eerste dagen was het échte internet toch dat van mijn pc. Bovendien heb ik er andere dingen op te doen dan berichtjes lezen. Maar er komt een moment, denk ik, dat ik de rituele ochtendhandeling zal vergeten te verrichten. De ooit zo gretig verbeide kick van mijn eerste pijp, mijn eerste cafeïne, mijn eerste toverlantaarnplaatjes zal me dan net zo vreemd voorkomen als het onmiskenbare maar onvoorstelbare feit dat ik ooit, in een heel slecht jaar, meteen na het opstaan een halve liter bier soldaat maakte. Ik kan tenminste één reden bedenken voor dit onverwachte effect van de smartphone: nu ik op twee apparaten internet heb heeft het zijn exclusiviteit verloren, en daarmee zijn zuigkracht. Het is geen lokkend raampje meer waardoor ik gespannen blijf turen, het is overal in huis, op elk gewenst moment, net zo 'gewoon' als water, warmte en licht.

****************************************************************************

De feestdagen naderen. Met een beetje geluk betekent dat: een luie stoel bij de haard, en een glas binnen handbereik dat fonkelt in het kaarslicht. Omstandigheden die vragen om een fijn boek. Maar Het meisje met de zwavelstokjes, A Christmas Carol en Bezorgde Ouders hebt u al gelezen. Op zoek naar een ander winterboek, een echte seizoensroman, waarin de dagen korten en de sneeuw dwarrelt en knispert? Probeer De sigarenwinkel. Maak € 19,50 over op NL85 INGB 0680 2522 15 ten name van W.S. Huberts te Nijmegen, onder vermelding van 'Sigaar’ en met opgave van uw naam en adres. Let op, dit bedrag is inclusief verzendkosten.








dinsdag 12 december 2017

Kerstboom kopen


De kerstbomenverkoper lijkt op A. L. Snijders. Zijn wenkbrauwen zijn hooguit iets minder borstelig. Hij kijkt ons eens goed aan, herkent ons ondanks mutsen en kragen, en groet vriendelijk. We zijn laat, er zijn nog maar een paar bomen. Om ons heen duizelt de sneeuwjacht. Onze boom gaat de worstmachine in en wordt in een net gegoten. Ik tel mijn geld: net geen veertig euro. 'Vijfendertig is ook goed,' zegt Snijders. 'Ik heb het pinautomaatje al ingepakt.' We bedanken en zwaaien. 'Tot volgend jaar maar weer!'
Als we met onze aankoop door onze straat zeulen spreekt een voorbijganger ons aan: 'Wat zien jullie er kerstig uit!'
Mijn dochter zingt Weet u ook de weg naar Osdorp, een liedje dat ik bijna vergeten was, over een andere legendarische sneeuwstorm, die van precies zeven jaar geleden. Even later draaien we het plaatje, terwijl de boom staat uit te druipen.
De tekst van het liedje kan ik nergens meer vinden, het blogverhaaltje waarop het is gebaseerd wel. Zie HIER.


(Foto: Maria van Spaendonck)