dinsdag 15 januari 2019

Nieuws van het Oostfront


Als u er soms behoefte aan heeft uw ethische kompas bij te stellen, uw normen door elkaar te husselen en met frisse blik naar 'goed' en 'kwaad' te kijken, lees dan het artikel van het Historisch Nieuwsblad over de misstanden in de kampen waarin na de oorlog meer dan 100.000 collaborerende Nederlanders werden ondergebracht. Nou ja, 'ondergebracht': als melaatse varkens op smerig stro bijeen werden gedreven - Wakker Dier zou er geen goed woord voor over hebben.
   Ik las het (en het schokte me) omdat ik gisteren een telefoontje kreeg van een man die een boek aan het schrijven is. Dat boek gaat over de opa van zijn vrouw. Die was Kriegsberichter (oorlogscorrespondent) bij de vrijwillige troepen van Nederlandse SS'ers die aan het Oostfront met 'de Mof' meevochten. Kriegsberichter waren een belangrijk onderdeel van de Duitse propagandamachine - ze deden in woord, beeld en geluid verslag van de zegetocht van Hitler. Deze man was tekenaar van beroep, en stuurde zijn heroïsche of opmonterende schetsen naar het thuisfront ter verhoging van de moraal.
   Opa Kriegsberichter (ik zal zijn naam hier niet noemen om zijn biograaf niet in de wielen te rijden), had een collega. En die was er de reden van dat ik gebeld werd. Op mijn blog had de biograaf in spe over mijn 'schilderende oom' Koos Grosman gelezen, de neef van mijn oma. Wist ik hem soms meer te vertellen over diens jaren aan het Oostfront, als Kriegsberichter?
   Huh? Ik wist niet eens dat Grosman Nederland verlaten had. In de familie reikte onze kennis niet verder dan zijn actieve lidmaatschap van de NSB. Hij was daarvoor zwaar gestraft, met enige jaren kamp. Daaruit kwam hij als een gebroken man tevoorschijn, behept met een chronische bronchitis die hem het leven verzuurde en hem al vroeg de dood in joeg. Nu bleek dat hij na een half jaar Oostfront zo ziek was geworden dat hij terug had moeten keren. De hele episode was in de zwarte boeken met het label 'taboe' weggezet want zelfs zijn dochter, inmiddels tweeëntachtig, wist niet beter of haar vader was ooit 'in Duitsland' geweest. Van het Oostfront en zijn verschrikkingen was haar niets bekend. De geschiedenis was daarmee in alle opzichten pijnlijker dan ik had gedacht.
   Mijn informant stuurde me een van de weinige tekeningen die overgebleven zijn uit het dieptepunt van Grosmans carrière. U ziet hem hierboven. Ik kijk naar het portret van mijn opa dat boven mijn schoorsteen hangt en herken de tekenstijl.
   Het is alweer acht jaar geleden dat ik mijn eerste stukje over Grosman schreef. Dilemma heette het. Niet lang daarna werd ik benaderd door zijn kleindochter, die het beeld van mijn achteroudoom behoorlijk bijstelde (Lees: Geretoucheerd portret). Het aas dat ik op het wereldwijde web had uitgezet lag de  volgende jaren rustig te sluimeren maar werd nu toch voor de tweede keer opgepikt. Hap, een pijnlijke beet.
   Niets is voor altijd vergeten. Alles duikt vroeg of laat weer op, desnoods als bijvangst van iemand anders' zoektocht.


(Met dank aan Onno Lassooy)


vrijdag 11 januari 2019

Voorheen Rookzanger


Het eerste wat ik op straat doe is bij de bakker langsgaan. Ik neem me voor om het kakelverse amandel-chocoladebroodje voor later te bewaren maar een straathoek verder al belandt het propje van de papieren zak in een afvalbak.
   Ik stap flink door, onrustig; steek nog bij rood licht de Lairessestraat over. Voorbij Brasserie Keyzer, ter hoogte van de ruïne van wat eens Broekmans en van Poppel was, de iconische muziekwinkel met meer dan een eeuw geschiedenis, houd ik onwillekeurig mijn pas in. Een man komt me tegemoet, een kop groter dan ik, een man met zandkleurige overjas en zandkleurige hoed, ik heb hem al geroken nog voor ik hem zag. Als hij vlak bij me is probeer ik zijn pijp te determineren. Tot mijn verrassing is het niet de opzichtige, met zilver beslagen lifestylepijp die ik verwachtte te zien. Het mogelijk dure maar vooral discrete rookgerei heeft een ebonieten roer en gaat dus waarschijnlijk al heel wat jaren mee, want pijpen met een steel van gehard rubber worden nauwelijks meer gemaakt - tegenwoordig is het alles glanzend acryl wat de klok slaat. Ook de geur van zijn tabak bevalt me: kruidig maar neutraal, niet of nauwelijks gesausd.
  Ik ruk me los, probeer niet te snuiven, en bedenk dat ik kan marcheren wat ik wil, en croissantjes en chocola kan snoepen zoveel ik wil, maar dat dit gemis er altijd zal zijn. De onrust zal wel weer verdwijnen, tegelijk met de vraatzucht, als de nicotine helemaal uit mijn systeem is. Maar het zelfbeeld 'man-met-pijp', dat geef ik niet graag op; en toch zal juist dat moeten gebeuren, wil ik écht loskomen van mijn tabaksverslaving.
   Ik loop langs Davidoff, waar ik drie jaar heb gewerkt als jongste bediende. 'Expert pijproken' noemde ik het zelf graag. De deur is dichtgetimmerd en er kleeft een briefje aan het raam: 'Voor onbepaalde tijd gesloten.' Wat die onbepaalde tijd wil zeggen leer ik later via internet. Het vanuit Basel bestuurde concern heeft 'per direct' zijn drie vestigingen in Nederland gesloten. Het besluit zou niets te maken hebben met het antirookbeleid, de luxe winkels zijn gewoon niet rendabel meer. Het bericht dateert al van oktober. In mijn tijd werd het verlies draaiende bedrijf alleen nog overeind gehouden door de florerende vestiging in Maastricht. Blijkbaar zijn ook de Limburgers minder gaan roken.
   Hoewel het bankroet al zo lang in de lucht hing ben ik geschokt. Vreemd genoeg gaan mijn gedachten vooral uit naar het lot van mijn boek, De sigarenwinkel. Ach, arm romannetje! Nog niet veel mee gebeurd, nauwelijks verkocht, en nu is het te laat! Natuurlijk gaat dat boek vooral over het drama dat zich in het alcoholische hoofd van de hoofdpersoon afspeelt, maar het is toch ook een satirische én liefdevolle milieuschets, een ode aan een merkwaardige bedrijfstak. Ik had een monumentje willen oprichten voor een verdwijnende wereld. Die van de jongens en meisjes van de tabak met hun steeds moeizamere glamour. Nu blijkt dat ik een historische roman geschreven heb. Nog net geen kostuumdrama.



De sigarenwinkel is te verkrijgen door overmaking van EUR 19,50 op bankrekening NL85 INGB 0680 2522 15 ten name van W.S. Huberts te Nijmegen, onder vermelding van 'Sigaar’. Als u betaalt via elektronisch bankieren, vergeet dan niet uw adresgegevens toe te voegen. Na ontvangst van de betaling wordt uw bestelling zonder verdere kosten bij u thuis afgeleverd. Bij afleveradressen in het buitenland zullen de extra verzendkosten in rekening worden gebracht.

(Pentekeningen: Rosanne van Spaendonck)


dinsdag 8 januari 2019

Draadjes en dwarsverbanden


Joanna Lumley leidde me op haar geheel eigen wijze door de barre landen van Centraal Azië. Pedant, ironisch en koket. We volgden het spoor van de Zijderoute en waren nu bij de kern van de zaak beland. We stonden bij een moerbeiboom. Ze hield een rups vast en haar vinger volgde liefkozend de draad van ijzersterke zijde die het beestje spon. Ik kon nauwelijks nog op mijn stoel blijven zitten want ik herinnerde me dat ik als kind ooit, tijdens een rondleiding op een Frans kasteel, een kwekerij van zijderupsen had bezocht. Ik had toen een cocon meegekregen en die moest ik nog ergens hebben, als hij niet tot stof uiteengevallen was. Het was van het grootste belang dat ik NU ging zoeken, mijn nieuwsgierigheid moest METEEN bevredigd worden.

Dat zit zo. Een week geleden ben ik met roken gestopt. De eerste twee dagen was mijn hoofd een poel vol drijfzand, vooral vlak voor het inslapen. Zodra ik me bewust werd van een opkomende gedachte werd hij door de modder opgezogen. Ik zag hem kopje-onder gaan maar kon hem niet meer pakken. Ik wist dat ik dacht maar niet wat. Tamelijk beangstigend, als de alles overheersende sloomheid enige ruimte voor emoties had geboden.
   De dag daarna werd ik ziek. Ik had koorts en er spatten nu luchtbelletjes uit de poel. Onbeheersbare associaties drongen zich op. Wat ik zelf niet wist zocht ik op. Een voorbeeld: ik zat naar een film van Clint Eastwood te kijken (Gran Torino) en vroeg me af hoe oud hij inmiddels was. Dat opgezocht zijnde verwonderde ik me over zijn lengte (1.93), zijn politieke voorkeur (het libertarisme) en zijn zoon. Ik googelde die laatste twee en via Scott Eastwood kwam ik op Jason Connery. Zou vader Sean inderdaad Alzheimer hebben, en hoe lang was hij eigenlijk? Enfin, op die manier, steeds maar door, terwijl ik met een half oog de film volgde. Het was niet hetzelfde als roken, maar al die prikkeltjes nieuwsgierigheid en hun bevrediging brachten toch een klein endorfinestroompje op gang.
 
De dag na Gran Torino probeerde ik een beetje te werken. Ik checkte feiten en locaties voor een verhaal over Geuzenveld. Wat daags ervoor nog een spelletje was geweest werd nu een serieuze oefening in dwarsverbanden. Van het een kwam het ander en al snel was ik in diepgravende studies over het stadsdeel van mijn kindertijd ondergedompeld. Ik leerde veel. Feiten maar ook overkoepelende achtergronden. Mijzelf en mijn kwellende zucht naar nicotine was ik daarbij lekker vergeten - tot ik opeens, op de site Het geheugen van West - een liedje aantrof, Geuzenveld geheten. Het leek erg op mijn liedje van dezelfde naam, maar was vijf jaar ouder, van plagiaat kon geen sprake zijn. En wie was die geheimzinnige maker, Robbie Bernds?
   Ik zocht verder en dieper en kwam uit bij een newwavegroep uit de late jaren '70, Fritz Guppa. Ze hadden zowaar een eigen Wikipedia-lemma, hoewel het een tamelijk obscuur bandje was. En wie stond daar tot mijn grote verbazing vermeld als zanger en keyboardspeler? Dicky Wals! Dezelfde Dick (thans 'Duck') waarmee ik het huiskamer-trio Sequoia had gevormd - we vulden bandjes met experimentele muziek, zonder enige ambitie om die ook live uit te voeren. Nu kwamen er toch allerlei emoties los uit het drijfzand. Goede (nostalgie) en slechte (ordinaire afgunst: waarom zij wel een Wiki-lemma, met die twee of drie knullige liedjes, en ik niet, met mijn Oeuvre?).
   Ik had draadjes gesponnen van het een naar het ander, een weefsel van dwarsverbanden gemaakt. En uiteindelijk had ik ook een draadje naar mezelf kunnen trekken. Daarmee werd ik van toeschouwer betrokkene. Eigenlijk jammer, want met de rust was het toen gedaan.


woensdag 26 december 2018

Sliding Into A Brand New Year!

Voorheen Rookzanger wenst al zijn trouwe lezers, incidentele lezers en toevallige bezoekers van dit blog het allerbeste toe voor het komende jaar! En dat doe ik met een vrolijk familiefilmpje.
Voor de beste weergave in YouTube aanklikken.




dinsdag 25 december 2018

Kerstmis in Engelen


De geest van Kerstmis was minder ijl in Engelen dan bij ons. Thuis maakte hij alles lichter, hij steeg zelfs naar mijn kinderhoofd; bij mijn opa en oma in Brabant was hij dik en leek de atmosfeer juist zwaarder dan op gewone dagen.
   Mijn opa en oma kwamen net uit de kerk en zagen er formeel uit. Normaal droeg mijn opa een wollen vest waaronder de bretels die zijn broek ophielden zichtbaar waren. Nu was hij in pak met stropdas. Mijn oma was opgedoft en dat hoorde niet bij haar.
   Het eerste wat ik zag was de kerstbal boven de eettafel. Het was een reusachtige rode ballon van ijzer. Het ding was loodzwaar en leek de lamp waaraan hij hing naar beneden te trekken. Hij was alles wat een kerstbal niet hoorde te zijn. Kerstballen waren tere glinsterdingetjes die geblazen leken te zijn uit een elfenbellenpijpje. Deze leek op een uit de Frans-Duitse  oorlog overgebleven kanonskogel die voor de gelegenheid rood was gespoten.
   Vervolgens was er de boom, compact en klein en volgehangen met gekleurde lampjes. Om ondoorgrondelijke redenen vond ik gekleurde lampjes somber. Ze hadden het trieste van een zondagnamiddag net na het sluiten van de gordijnen. Het enige kaarslicht kwam van het waxinelichtje dat brandde onder het Heilig Hart van Christus.
   Onder de kerstboom was een heel tafereel te zien; geen stalletje, dit was van een andere orde. Op gedroogd mos stonden logge beelden van het soort katholiek realisme dat de meeste kerken zo smakeloos maakt. Mijn opa wees ze trots aan. Een dikke baby met pathetisch uitgestrekte handen tussen onderdanige herders, een vette os en een grauwe ezel. Maria en Jozef, schaapjes, geschilferde kamelen, drie ernstige Koningen met hun geheimzinnige geschenken.
   De krentenmik die we anders bij de koffie kregen was uitgebreid met kerststol met amandelspijs, suikerkransjes en andere zoetigheid. Daarna dronken de mannen cognac, geen bier en jenever zoals op gewone zondagen.
   Al die tijd hing de geur van soep en gebraad al zwaar in het huis. Konijnenpeper stond steevast op het menu: in bier gesmoord konijn, de dorpse variant van de chiquere hazenpeper.
   Na het eten, waarbij mijn opa zoals altijd had gevraagd: 'Jet, wat mag ik eten?' (want je kon van een man niet verwachten dat hij zelf zijn zoutloze hartpatiëntendieet in de gaten hield) gingen de vrouwen afwassen en de heren deden een dutje. In de keuken werd gebabbeld, in de kamer gesnurkt. Na de thee reden mijn vader en de ooms door het vroege donker naar huis, voorzichtig sturend want de cognac was flink aangesproken. Een belletje naar Engelen, drie keer, zonder dat de hoorn aan de andere kant opgenomen werd, was het signaal van onze veilige thuiskomst.
   Ik was blij weer in ons eigen, luchtige huis te zijn. Kerstmis in Engelen was een soort ingekookte zondag.


vrijdag 21 december 2018

GEHEUGEN


Nadat we mijn jaarlijkse kerstpakket in het trappenhuis hadden gezet liepen we naar het café om er eentje te vatten op de aangebroken vakantie. Op de bar brandden grote kaarsen. We zetten ons in een hoek bij het raam.
Mijn vriendin hief haar cider op en ik mijn Chouffe. We proostten. 'Het was een fijne repetitie vanavond,' zei ik, 'maar ik ben blij dat ik even twee weken rust heb. Dit seizoen heeft me behoorlijk afgemat.'
'Maar vorig jaar was je er veel erger aan toe, weet je nog? Je had je toen zo verheugd op de vakantie dat het allemaal enorm tegenviel. Je vond niks leuk. Pas op Oudejaarsavond kon je het loslaten.'
Ik wist het niet meer. Ik kon me de diverse evenementen wel herinneren, en ook dat ik Tweede Kerstdag alleen thuis was geweest, humeurig, moe en triest. Maar dat was mijn vrije keus geweest. Kinderen elders, vriendin had zaken te doen waar ik me niet in kon vinden. Ik schudde weifelend mijn hoofd.
'Echt? Daar weet ik niks meer van.' Blijkbaar waren die evenementen bakens in een grauwe en donkere zee geweest, een watervlakte zonder speciale kenmerken: niets om het geheugen houvast te bieden. 'Dat heeft dan geen blijvende indruk gemaakt. Of ik heb het succesvol verdrongen,' zei ik. 'Dit jaar wordt het allemaal veel beter, let op!'
'Kijk jij maar uit,' zei mijn vriendin.

Toen ik die nacht moest plassen schoot Snuf de wc binnen. Op de granieten vloer van de douche begon hij een vreemd dansje te doen. Zijn blik schoot van links naar rechts, zijn twee voorpoten verplaatsten zich gelijktijdig om met een lomp sprongetje een prooi vast te nagelen. Ik keek maar zag alleen de schaduw van zijn oren die zich in het felle licht bewoog over de spikkeltjes van het terrazzo.
Toen de katten klein waren was het hun favoriete nachtspelletje geweest: jagen op zilvervisjes. Later waren de zilvervisjes verdwenen en zochten ze tijdens mijn toiletbezoek teleurgesteld naar de opwinding van hun jeugd. Mismoedig stelden ze vast dat het blijkbaar een illusie was geweest. Er was hier niets in de badkamer. Niets dan een plassende man.
Ze zeggen dat katten geen geheugen hebben. Maar vermoedelijk was het toch de levende herinnering aan de zilvervisjesjacht die maakte, dat Snuf zich deze nacht zo opwond over spikkeltjes en een schaduw.


dinsdag 18 december 2018

PRIKKELS

Bij het opstaan had ik het dekbed van me afgeslagen, maar de deken over mijn zintuigen bleef liggen. Te veel pret gemaakt, te hard, of liever gezegd te fanatiek gewerkt. Overmatig geprikkeld was ik, wat bestraft werd met een doffe teneêrgeslagenheid. Sinds ik een boekje over Highly Sensitive Personality (HSP) heb gelezen zijn de mechanismes die mijn stemmingen bepalen me veel duidelijker geworden; ik herkende me van voorplat tot achterflap in wat ik daar las. Wat ik met dat inzicht moet is een tweede. Me in acht nemen, ja: maar het is moeilijk op de rem te gaan staan als je je lekker voelt of fijn aan het werk bent.
Mijn vriendin stelde voor om naar het Midwinterfeest in De Rijp te gaan, om de zinnen te verzetten. Eens in de twee jaar wordt dat knusse stadje omgetoverd tot een losjes op Dickens gebaseerde fantasie over vroegere tijden: Anton Pieck en Lennaert Nijgh zouden zich er op hun gemak hebben gevoeld. Een beetje knorrig stemde ik toe.
We parkeerden de auto bij het Raadhuis van Graft en liepen het hele eind door de kou naar zusterplaats De Rijp, met de stroom mee, want de feesten trekken veel bezoekers.
Er lag stro langs de kanten van de hobbelstraatjes. Paardenvijgen. Uit luidsprekers klonk het geluid van hoefgetrappel en de knarsende wielen van een postkoets. Er rookten vuurpotten. Ergens dwarrelde kunstsneeuw; de echte was net te vroeg gestopt. Lichtjes brandden uitbundig en overal hing seizoensversiering. De hele bevolking deed mee, sommigen met veel inzet: in een paar huizen aan de hoofdstraat zaten mensen in historische kledij een twee dagen durend kerstdiner te verorberen, uitgelicht als in een etalage. Bedelknaapjes renden heen en weer en hier en daar stond een schavot. Omdat het vroeg donker werd en het die dag flink mistte was de illusie goed gelukt. Ik had eerst een voorzichtige blik vanonder mijn deken gewaagd maar algauw keek ik vol en vermetel om me heen, en ik vermaakte me.
Terwijl we met koffie en koek stonden te wachten tot het optreden van Dick Hauser zou beginnen hervatten we ons gesprek. 'Sinds ik dat boekje heb gelezen weet ik waarom ik zo chagrijnig word van de Uitmarkt en dat soort grootschalige herrie. Waarom ik als kind al niet van circus en kermis hield. Sterker nog, ik werd er bang en droevig van. Te veel prikkels! En die komen te hard binnen! HSP! Hoera, ik ben geen mensenschuwe mopperkont. Ik kan er niks aan doen.'
'En dat besef lucht je op?'
'Ja. Dat is het voordeel van zo'n etiket. Ik voel me toch altijd wel een beetje schuldig als ik niet gezellig meedoe.'
Hauser speelde met zijn kompaan liedjes van J.J. Cale. Hij deed dat goed. We bleven het hele optreden staan luisteren, voeten trappelend van kou (ik) of van danslust (mijn vriendin).
Toen we daarna op de terugweg een andere tent passeerden waaruit muziek klonk wilde mijn vriendin even naar binnen, maar ik weigerde beleefd doch vastbesloten. 'Eén show is genoeg. Ik wil de indruk daarvan niet vertroebelen met nog meer muziek. HSP!'
We eindigden ons bezoek aan De Rijp bij kennissen thuis, die ons zagen passeren en met Dickensiaanse hartelijkheid aan de dis noodden. We kregen zuurkool en worst en vers gerookte paling op knapperig brood met een goed glas Bourgogne. Dat waren prikkels die ik er graag nog even bij nam.