In de jaren 70 kochten mijn ouders van een colporteur de Rembrandt Bijbel. Zouden er nog ergens op de wereld mannen langs de deur gaan om een luxe boekwerk te slijten aan overrompelde burgers die gestoord worden in hun after dinner dip?
Het was een mooi boek, in een cassette, boordevol etsen en tekeningen, die de sprookjes van de Heilige Schrift beter weergaven dan de anonieme schrijvers van dat Boek.
Het inspireerde mijn vader om na het eten een stukje eruit voor te lezen, naar oude traditie. Hoewel hij die traditie nooit had gekend, want katholieken hebben niet zoveel met de Schrift, zeker niet met het OT, buiten de verplichte uurtjes in de kerk. Maar goed, mijn vader dacht op die manier tegengas te geven aan de chaos waarin het gezin met opgroeiende pubers was beland. Een moment van saamhorigheid en inkeer. Hij hield het niet lang vol.
Aan dat boek, aan de deur gekocht, moest ik denken toen ik deze week in het weggeefkastje in mijn straat een rode linnen band met goudopdruk zag: Rembrandt en de Engelen, twaalf gedichten en een acrostichon. Auteur S. Vestdijk, uitgeverij Stardust Theatre B.V.
Geïntrigeerd opende ik het. Het bleek te gaan om een herdruk van Vestdijks cyclus uit het jubileumjaar 1955: het 350ste geboortejaar van Rembrandt. In het 400ste geboortejaar, 2005 dus, kwam er, geheel naar de geest van onze tijd, een musical. Rembrandt de Musical. De producenten daarvan, onder wie Henk van der Meijden, zochten naar inspirerende teksten en vonden in een antiquariaat de vergeten gedichten van S. Vestdijk. Diens weduwe (en de beheerder van zijn nalatenschap), de 30 jaar jongere Mieke Vestdijk (1938-2018), gaf toestemming om citaten daaruit te gebruiken in het libretto.
En er kwam dus dat rijk geïllustreerde boek, met een voorwoord van Mieke en een portret van SV door Paul Citroen.
Heus een mooi boek hoor, degelijk, verzorgd, en smaakvol vormgegeven; maar ik blijf me toch afvragen wat Simon, een begaafd amateurpianist en muziekkenner van het meer verfijnde soort, Bruckner, Debussy, Mahler, Pijper, gevonden zou hebben van Rembrandt de Musical.
En zou hij zijn wenkbrauwen niet hebben opgetrokken bij die uitgeverij - geen Arbeiderspers of Bezige Bij, maar Stardust Theatre B.V.?
Soms is het goed dat een mens niet alles weet; de eigen nalatenschap kan men nog min of meer beheersen, maar het Nachleben van ons werk moeten we overlaten aan hen die na ons komen.
Kortgeleden werd ik benaderd door de zoon van "Rens". Hij wil een boek over zijn vader gaan schrijven. Of ik nog aanvullingen had op het blogje dat ik in 2015 aan hem wijdde?
Ik zette mijn geheugen aan het werk en omdat het nog zomer is en ik alle tijd heb sloeg ik er oude dagboeken op na.
Wat ik in dat blogje schreef was qua chronologie niet juist, dat bleek al gauw. Ik zocht verder en vond genadeloze correcties op mijn herinnering, die weer eens een mooi rond verhaal had gemaakt van wat in werkelijkheid veel rommeliger was.
Zoon V. en ik maakten een afspraak. Ergens moest ik nog een foto hebben van Rens, die, bleek uit mijn dagboek, een tijd in mijn koortje I Dodici had gezongen. Die zou ik om hem een plezier te doen meenemen.
Ik open de laatjes van de smalle archiefkast van roodgeverfd hout die meestal veilig gesloten de wacht houdt naast de deur van mijn cockpit. Dat is gevaarlijk werk. Ik ben wel gewend aan de confrontatie met het gefotografeerde verleden van de afgelopen 25 jaar, het digitale tijdperk. Die plaatjes rouleren als schermbeveiliging op mijn computer. Er is veel veranderd in die kwarteeuw, maar de spelers zijn dezelfde gebleven.
Met dit rode kastje is het anders. Elk laatje herbergt oude foto's die al heel lang wachten op een betere plek. Vooral uit de jaren 90 en het begin van deze eeuw. Een andere vrouw, vertrouwd en vreemd, vergezelt mijn andere zelf.
Dit is gif. De verleiding is groot, lezer, om stil te blijven staan bij elk verrassend residu van een lang vervlogen jaar, elke vergeten gebeurtenis of gelegenheid. Maar ik blader snel door, stapel na stapel, map na map, met het verstand op nul. Ik neem me streng voor er nu helemaal niets mee te doen, met dit toxische archief, en er later eens serieus, liefst met een chaperonne erbij of onder andere veilige begeleiding, naar te kijken, - de hele zooi te ordenen en zéér, zéér uit te dunnen. Al was het maar voor mijn kinderen later. Dat zij niet hoeven te verzuipen, in een toch al moeilijke tijd, in die overstelpende overvloed van een voorgoed verdwenen wereld.
Die foto van Rens als koorzanger was er niet bij.







