Een diepe vermoeidheid volgde op ons verjaardagscadeau.
Toen we zeventig werden, mijn vriendin en ik, kregen we van de kinderen een vakantiereisje. De agenda's van mijn drukbezette nakomelingen werden vergeleken en er werd een ruim huis uitgekozen - niet te ver, want het ging om vier nachten, een midweek.
Het werden de vertrouwde Ardennen. Zoon en gezin planden hun vakantie de week ervoor in de buurt, zodat het mooi aansloot. Wij haakten de maandag van de tweede week van hun verblijf aan.
Het afgelegen huis was prachtig. Een typisch Belgische fantasie van natuursteen met een romantisch torentje met weerhaan en ingewikkelde, door riskante trappen verbonden verspringende kamers, die de feitelijk nogal kleine ruimte tot een koel labyrint maakten.
Vooral dat koele was welkom want het was bloedheet. Een grote bostuin eromheen met buizerds, vossen en vuursalamanders (naar verluid, de kreekjes waren drooggevallen). Een jeu-de-boulesbaan. De barbecue lieten we maar onaangeroerd. Die droogte, de natuurbranden; bovendien waren er veganisten onder ons.
Anders dan op vroegere vakanties werd er nauwelijks gedronken. Mijn jongste dochter en ik moesten het vaandel hooghouden en deden dat dapper maar met verstandige reserve. Althans, mijn jongste dochter. Ik deed mijn best en vermeed excessen maar al met al ging er toch flink wat (lichte, verkwikkende) Luxemburgse wijn doorheen.
Veel deden we ook overigens niet. De hete dagen werden ontspannen gevuld met familieplezier. Er was ruimte om te lezen of gitaar te spelen, er werd goed gekookt uit wat Delhaize en Carrefour te bieden hadden, de zeventigers hoefden niets te doen, wat fijn was, heel fijn, het eigenlijke cadeau.
De woensdag was bestemd voor toerisme dat een ritje naar een riviertje oversteeg. Kleinzoon N. was vlak voor onze aankomst jarig geweest en mijn vriendin had het briljante idee gehad hem mee te nemen naar de Abdij van Stavelot. Daar is in de gewelven een permanente tentoonstelling ingericht die gewijd is aan het naburige circuit van Francorchamps. Zalen vol legendarische racewagens: hij rende opgewonden rond en zijn vader, die ook van auto's houdt (als driejarig jongetje kon hij automerken aan hun wieldoppen herkennen - mij was het, toen 33, nooit opgevallen dat auto's verschillende wieldoppen hadden), - zijn vader deed drie keer de ronde met hem, terwijl wij in de bovenzalen van het Benedictijner klooster het leven van Guillaume Apollinaire bestudeerden, die als jongeling een tijd verbleef in Stavelot, en ons vergaapten aan Japanse houtsneden van Hokusai (de beroemde Grote golf van Kanagawa, eerste druk, met het originele houtblok) en Hiroshige (mijn favoriete Brug in de regen).
We aten op een terrasje in de schaduw en 's avonds keken we hoger op de heuvel, bij het helaas gesloten Relais des Pêcheurs, naar de zonsverduistering.
Daarna waren er vallende sterren.
De volgende dag was het weer tijd voor lezen, spelen en klooien.
Dus, waarom, vraagt u zich ongetwijfeld af, lezer: waarom die "diepe vermoeidheid" van de openingszin?
Welnu. Vrijdag vertrokken we vlot, deden nog wat boodschappen voor thuis (rauwe ham, koekjes, confiture, artisanale bieren, Riesling, etc.), hadden nog de overmoed om in het begin klein te rijden, - en kwamen, eenmaal op de snelweg, in een enorme file bij Luik terecht. Die was echter helemaal NIETS vergeleken bij de epische file bij Eindhoven, waar al het verkeer op de toch al gevoelige rondweg op één rijbaan geperst moest worden. We kropen auto voor auto voort, en stonden praktisch stil, ruim een uur lang. Toen kwamen er mysterieuze files na Den Bosch (we konden geen aanleiding ontdekken) en nog wat gewone vrijdagdrukte. Al met al duurde een ritje van ruim drie uur nu, inclusief een plas- en koffiepauze, mínstens dubbel zo lang. 's Nachts zag ik auto's flitsen in mijn ooghoeken, zoals vroeger, als ik lange dagen over autobanen had gejakkerd, en mijn benen waren slap van het optrekken en remmen.
Het volgende noteer ik om het niet te vergeten.
Blijkbaar was dit een zwarte vrijdag. Ik kende alleen de zwarte zaterdag. Die voortaan koste wat kost mijden! Google is your friend, check data!
En: moet er per se in hartje zomer naar die contreien worden gereisd op een riskante datum: ga via Nijmegen naar de Bundesbahn, zoef naar het Zuiden en sla ergens bij Verviers af naar België. MIJD DE A2!
[Ik wil een Zwartboek aanleggen van al die dingen die men zich voorneemt nooit meer te zullen doen, en die je gaandeweg toch weer vergeet. Valkuilen waarin je blijft trappen. Bepaalde gerechten in bepaalde restaurants eten bijvoorbeeld. Toch maar weer naar die en die oude held gaan kijken of luisteren van wie je weet dat hij of zij het niet meer kan, etc. En dan dat boekje regelmatig doorlezen.]







