vrijdag 4 september 2026

ANEMOON

Rondom een opengekrabde insectenbeet op de zijkant van mijn linkervoet verscheen een rode vlek die zich als een zeeanemoon uitbreidde. Een dag later kleurde de plek pimpelpaars. De huid was strak, maar niet warm, pijnlijk of gezwollen. Mijn dochter dacht aan een bloeduitstorting, maar mijn vriendin vond het er niet goed uitzien, herinnerde zich de teken in de Ardennen en op de Drentse camping en drong aan op een consult bij de huisarts.
Ik belde met de assistente. Het was erg druk op de praktijk maar als ik een foto stuurde kon ze samen met de dokter kijken of een afspraak nodig was. Ik maakte een plaatje van de donkere vlek (waarschijnlijk bloedvergiftiging, waarschijnlijk levercirrose) en stuurde die op. Even later werd ik gebeld: de dokter wilde me graag even zien. Schikte half twee?
Veel te vroeg was ik bij de huisartsenpost. Ik liep nog een rondje, Schubertstraat, Wagnerstraat, voor ik in de lege wachtkamer plaatsnam. Een kwartier verstreek. Nog eens een stil kwartier later keek er een vrouw om de hoek. Even een update. Het speet haar maar de dokter was weggeroepen voor een spoedgeval. Hoe lang wilde ik nog wachten? Ik zei dat ik nog wel even tijd had, en ik was hier nu toch. Een half uurtje later was ze er weer. Helaas! Het ging allemaal veel langer duren dan gehoopt, de afspraak moest naar de volgende dag verzet worden.
Ontevreden liep ik naar huis. Een uur zitten op een bankje in het park is plezierig. Diezelfde ledigheid in een wachtkamer voelt heel anders.
Vandaag was de anemoon duidelijk minder fel gekleurd. Het waaide flink en het regende. Ik ging toch, afspraak is afspraak. Stipt om halftwee verscheen een jongeman met blosjes op de gladde wangen. Hij keek eens goed, kneep wat en oordeelde: 'Lyme is het zeker niet. Ik kan er niets anders van maken dan een bloeduitstorting. Antibiotica hoeft niet, een zalfje heeft geen zin. Hou het in de gaten, maar het gaat vrijwel zeker vanzelf weer over.'
Ik trok mijn sok en schoen weer aan.
'Dus van amputatie is geen sprake?'
Hij had even tijd nodig om te schakelen van ernst naar scherts. Toen zei hij met een voorzichtig lachje: 'Nee. Maar dat kan altijd nog.'