Op het bankje waar je tot voor kort zicht had op het ooievaarsnest zag ik Hans zitten. Die nestpaal is weggehaald - te scheef volgens de gemeente - en de ooievaars wonen nu een end verderop. Het bankje is sindsdien minder in trek en Hans had ik er dit jaar nog niet gezien. Ik weet dat hij een winterslaap houdt en pas 's zomers de hele dag in het park te vinden is. Ik was niet in de stemming voor bijpraten met andere flaneurs en lanterfanters en schoot een zijpaadje in.
In het rosarium ging ik zitten op een beschutte bank met uitzicht op een weelderige rode beuk en besloot een poging te doen om serieus te mediteren. Er moest afgerekend worden met een onbehagen dat me dezer dagen zo niet kwelde, dan toch bedrukte. Ik keek omhoog naar de opklarende lucht waardoor, steeds hoger, witte wolken dreven. Diep ademend liet ik er een mantra op los die me gisteren te binnen was geschoten. Een heel simpele: JA. Ik moest de wereld wat meer bejahen, dat was me wel duidelijk. En waarom dan niet letterlijk?
Een vrouw kwam aanfietsen, minderde vaart. Ik hoopte dat ze verder zou gaan maar ze stapte af, liep moeilijk naar het naburige bankje, zette haar fiets ertegenaan en ging zitten.
'Is die fiets van u?' hoorde ik dwars door het ja heen. Ik keek mee naar een lekke Swap-fiets die tegen het rozenperkje leunde.
'Nee,' zei ik. 'Hij stond er gisteren ook al,' voegde ik er geheel overbodig aan toe.
'Ah! Dus u was hier gisteren ook?'
Dat kon ik niet ontkennen. Ik was bang dat dit uit de hand ging lopen en bereidde me voor op een snelle aftocht. Maar ze vroeg niet verder, stond op en sleepte de fiets die haar hinderde naar een andere bank. Ik hervatte het ademen en zwijgen. Maar zo gemakkelijk kwam ik er niet vanaf.
'Ik wil een filmpje maken van deze plek, rondom, als panorama,' klonk het links van me. 'Dan komt u er ook op. Vindt u dat erg?'
Ik dacht even na maar zag geen kwaad in mijn aanwezigheid op de telefoon van een oudere, wat excentriek en triest uitziende vrouw. 'Nee hoor,' zei ik.
Ik voelde in mijn ooghoek de aanwezigheid van haar camera en probeerde bij mezelf te blijven en geen interessante smoel te trekken.
'Dank u wel,' zei ze. Ik knikte zwijgend.
Nadat we een tijd samen gezwegen hadden stond ik op en wenste haar een fijne middag.
'U ook, en nog bedankt,' zei ze.
Ik liep terug naar de ingang van de rozentuin en besloot nog even langs Hans te lopen.
