De dag na mijn verjaardag hoorde ik Sandy Denny weer zingen. Ik hing grieperig in een stoel en rookte een pijp die me niet smaakte, ondanks dat er een Davidoff, Sweet Mixture nr. 2 limited edition in zat. Mijn dochter die aan tafel zat te tekenen zette een cd op en van het ene moment op het andere voerde de vertrouwde en geliefde stem van de jong gestorven folkzangeres me mee naar wazige verten. De tranen schoten in mijn ogen.
Je kunt in muziek bijna alles duiden en analyseren, maar nadat de affectenleer zijn uitleg heeft gedaan en de hele trukendoos van de componist is leeggegooid en de inhoud is uitgeplozen blijft er een raadsel over. Dat raadsel heet ontroering. Als voorbeeld vergelijk ik de crooners Sinatra en Harry Connick Jr. De laatste is ambachtelijk oneindig veel beter dan zijn oude meester. Connick speelt, componeert, dirigeert en arrangeert op topniveau en zingt daarbij ook nog aardig. Sinatra kon eigenlijk niks behalve zichzelf zijn en redelijk wijs houden. Over de veelgeprezen ‘timing’ praat ik niet: dat is slechts een handvat om het ongrijpbare wonder Sinatra mee aan te pakken, want eigenlijk was zijn timing eerder slordig en lui dan iets anders.
Wat maakt dat Sinatra je ondanks dat alles roert en raakt, en Connick niet? Wat maakt dat Sandy Denny, die niet al te zuiver zingt (hoewel juist haar zuiverheid zo wordt geprezen) en maar een klein stemmetje heeft, me tot tranen toe kan roeren? Authenticiteit, waarachtigheid, het menselijk tekort, emotionele warmte, ik kan wel een paar antwoorden verzinnen, maar die schieten te kort, want zangers die aan dergelijke kwalificaties voldoen kunnen je evengoed koud laten en zelfs, door hun gebrek aan technische beheersing, behoorlijk irriteren.
Ik houd het hier maar bij: Sandy Denny zong en van het ene moment op het andere werd ik meegevoerd naar wazige verten. De wazige verten van een eeuwige lente, waarin griep, depressie, drankzucht, eenzaamheid en ouderdom niet bestaan en je pijp je altijd smaakt. Dat is de magie van de muziek die elk ambacht overstijgt en door de wetenschap niet wordt aanvaard. Ik houd me heus aanbevolen voor een rationele verklaring, maar stel me tot die verklaring komt tevreden met de koppige vaststelling dat het nu eenmaal zo is. Die wat onbeholpen, affectloze meisjesstem onthult me zonder woorden de schoonheid, de tragedie en het raadsel van het leven. En dat pakt aan.

