dinsdag 5 mei 2020

v.h. Rookzangers notitieblog (27)

Ik kwam een hoogbejaarde maar nog zeer vitale actrice tegen, met wie ik een paar jaar geleden gewerkt had. Bij de vraag 'hoe gaat het' is tegenwoordig impliciet, dat we die op onszelf betrekken in relatie tot de omstandigheden, lees: de pandemie. 'Ik word er flauw van,' zei ze. Dat moet ik niet meteen hebben begrepen, want ze verduidelijkte toeschietelijk: 'Het is zo saai.' We praatten nog even over de theater- en museumsluiting, waar ze op doelde, maar ik dacht: Wat stoer, om het alleen maar saai te vinden.

De mussen waren allang onduidelijk bezig rond het nestkastje dat onder de klimop hangt. Waren ze echt aan het nestelen, of gebruikten ze het kastje als 'pretkastje' zoals mijn vriendin zei? Ik opperde dat het misschien een illegaal café of een bordeel was. Maar gisteren was er opeens verhoogde activiteit waar te nemen. Een iets kleinere mus, lichter van tint ook, was tevoorschijn gekomen uit de opening. Zij vloog meteen naar de rand van het dak en sperde haar bek open. Het mannetje voerde haar iets. We bleven nog lang in opperste concentratie staan turen vanuit het keukenraam, maar er gebeurde niets meer. Ofwel de mussen hadden een bescheiden gezin, ofwel we hadden het uitvliegen van de rest gemist. Maar we waren blij dat we dit hadden meegemaakt. Om de gebeurtenis zelf, maar ook om de duidelijkheid die geschapen was over de status van het kastje.

In het straatkastje voor verweesde literatuur lag een oud, hardgekaft boek. Die bekijk ik altijd even. Het bleek een uitgave van Oscar Wilde's Het portret van Dorian Gray te zijn, in de serie 'Bibliotheek voor ontspanning en ontwikkeling'. Bruinig, dik papier, zeer verbleekte kaft, stoffen rug. Geen jaartal, ik schatte jaren 20 à 30. Ik besloot het te laten liggen. Mijn boekenkasten puilen uit en ik heb dat boek al, in het oorspronkelijke Engels.
Maar de volgende dag lag het er nog, en sloeg ik het opnieuw open. Ik las de eerste bladzijde en werd getroffen door het uiterst negentiende-eeuwse taalgebruik - stond daar echt trachteden? Ik bladerde terug naar de Franse pagina maar vond geen vertaler vermeld. In deze goedkope volksuitgaven werden vaker oude vertalingen zonder naamsvermelding hergebruikt, wist ik. Ik nam het boek mee naar huis, het was me al iets dierbaarder geworden. Thuis googelde ik op vertalingen van Dorian Gray en vond algauw wat ik wilde weten. Dit was de eerste Nederlandse versie, van de hand van Elisabeth Couperus-Baud, de echtgenote ván. Ze had de vertaling in 1893 (ze was zesentwintig toen) uitgegeven onder de bescheiden auteursnaam 'Mevrouw Louis Couperus'. Dat zat zo: Wilde had Footsteps of Fate gelezen, de Engelse vertaling van Couperus' Noodlot, en was daar zo van onder de indruk dat hij de auteur een exemplaar van A Picture of Dorian Gray toestuurde, 'gebonden in een hoogst artistieke grijs-blanken band, versierd met vergulde granaatappels'. Betty las mee, vond het prachtig en probeerde enthousiast haar hand op de omzetting naar het Nederlands; haar man wist die onder te brengen bij zijn uitgeverij, L.J. Veen.
Ik las een stukje en was geamuseerd door de fraaie maar gedateerde stijl. Het had Wilde in die tijd vast modieus gemaakt, deze weergave in het jargon van de Tachtigers, maar nu werd hij er taai en ouderwets door - terwijl zijn Engels nog altijd springlevend en vlot leesbaar is. Dat heeft natuurlijk ook iets te maken met de spelling: in het Engels is die onveranderd gebleven, wij zitten met een moeilijk te overbruggen kloof, veroorzaakt door al die spellingherzieningen - tussen trachtten en trachteden bijvoorbeeld.
Elizabeth Couperus stierf in 1960 in een Haags pension. Berooid en vergeten, want het werk van haar man was in die tijd niet populair meer. Ze werd tweeënnegentig


Geen opmerkingen: