vrijdag 8 april 2011

HOMMEL

In de gang kroop een hommel. Hij zat onder het stof. Hij moet de winter in een hoekje hebben doorgebracht. Ik pakte hem met stoffer en blik op en zette hem op het balkon. Daar verstarde hij, terwijl hij zijn rechtervoorpoot ophief alsof hij het verkeer regelde, of de Hitlergroet bracht. Ik begreep het. Hij had last van de felle zon. Ik schoof hem in de schaduw, en hij begon weer te bewegen. Eerst waste hij zijn voorpoten. Dan maakte hij een enkel proefvluchtje, vijf centimeter rechtstandig omhoog, meer niet. Alles deed het nog. Hij leek moed te scheppen, en wierp zich vastberaden in de lucht. Hoog en snel ging het meteen, met duizelingwekkende zwenkingen. Maar de willekeurige patronen werden al gauw kleiner, en met grote precisie dook hij in een bloeiende perenboom.


(Laatste nieuws, voor wie mijn familiesoap volgt: uit recent onderzoek en nieuwe informatie blijkt dat Koos Grosman wel degelijk familie is. Zijn moeder, Jacoba van Doorne, had een zuster Heiltje. En dat is de moeder van mijn oma, Bartholomea Grabijn. Dat maakt Koos een volle neef van mijn oma, en dus inderdaad een (soort) oom van mijn moeder, zoals ik in mijn eerste stukje over deze zaak stelde. En passant bleek trouwens dat de Grabijns via Duitsland uit Polen komen, en dus helemaal niet van Franse Hugenoten afstammen, zoals het familieverhaal het wil; maar daarover wellicht ooit een andere keer.)

1 opmerking:

Hans Valk zei

Gisteren heb ik de boot uit de winterberging gehaald en zijn we (de boot en ik) het Eiland van Dordt rondgevaren. In het stukje Hollandse Biesbos, dat we daarbij meepakten, ook diverse hommels. Ze waren al helemaal wakker en volgens mij genoten we met z'n allen met volle teugen. Wat een dag! 's Middags kwam er zelfs nog een lekker zeilwindje. Waardoor het wel wat koeler werd. Maar geen reden tot klagen, natuurlijk.
Ik vind het wel wat als vast patroon, geloof ik. Stevige koude winters; uitbundig zonnige voorjaren.