dinsdag 5 oktober 2021

Kunt U zich een dag voorstellen, in het begin van de herfst...

Foto: oktober 2016. Inmiddels rook ik niet meer, en hoeden draag ik doorgaans niet op mijn balkon.

    "...een precieze, heldere morgen vol goud waarop de herinneringen zingen..." 
Bijna. Iets te veel wind. De vijver waarin een zwaan zwemt zou nooit zo rimpelloos geweest zijn dat hij het volmaakte gezicht van de geliefde had kunnen weerspiegelen - de vrouw, "schoner dan de herfst, eigenlijk nog een meisje".
Maar toch; zelden is in alle jaren dat ik samen met een handvol andere fans de vijfde oktober als Erwindag vier de wereld meer in overeenstemming geweest met de wervende tekst op het achterplat van Erwin, het boek dat voluit Erwin 5 october 1972 heet, geschreven werd door Joyce & Co. alias Geerten Meijsing, en in 1974 verscheen bij de Arbeiderspers als eerste deel van een trilogie die verder Michael van Mander en Cecilia zou omvatten, en die mijn jeugdige bestaan en dat van mijn beste vrienden danig beïnvloedde voorzover het literaire smaak, levenshouding en culturele atmosfeer betrof.  
Ik heb hierover in het verleden uitgebreider geschreven. Mocht u interesse hebben dan verwijs ik u graag naar de blogbijdragen Erwin en Erwindag/Eindtijd.

Op het aan Meijsing gewijde blog Armas y Letras dat ik jarenlang samen met Robert Eksteen onderhield plaatste ik op 5 oktober 2010 een sonnet, dat ik voor de gelegenheid graag nog eens oprakel:

Erwindag

5 october 2007

Het vliegtuig had de Schrijver tijdelijk thuisgebracht,
maar zijn CX stond veilig in een verre loods.
Ik heb hem er naartoe gereden, en daarna
op ’t pennenlikken van de ambtenaar gewacht.

Uiteindelijk in zijn huis boven de trambaan-laan
dronken we iets, en heb ik hem gelukgewenst.
Hij was het voor het eerst in al die tijd vergeten:
‘Ach! Erwindag!’ Hij keek me stomverwonderd aan.

Al die jaren sedert ‘72
had hij die dag gepast in weemoed doorgebracht:
een weemoed die door drank en dochter werd verzacht.

Het weer was bijna goed: misschien al iets te koud.
Hoe vierden we dit mythisch en vermanend uur?
Hij lachte plots: hij had nog wat in de frituur.


Het is historisch helemaal juist, zo ging het precies. Het bewijs daarvan koester ik op de Franse pagina van mijn beduimelde exemplaar van Erwin. Ik had het die dag meegenomen om het eindelijk eens door Geerten te laten signeren. Een opdracht, die recht zou doen aan het belang van dit iconische boek, dat de dandy en de fijnproever in me had wakker geschud en me zoveel had geschonken aan in onbruik geraakte eruditie en tegendraadse goede smaak. Hij trok de met galnoteninkt gevulde pen tevoorschijn en schreef plagerig:



vrijdag 1 oktober 2021

Heimwee naar het nu


De nazomerzon schijnt flink, het is windstil en warm, de lucht is diepblauw; het groen is al iets verdonkerd, hier en daar dwarrelt een blad. De mensen in het park hebben vandaag geen haast, alles en iedereen is mild gestemd. 
Juist nu mijn omgeving zo mooi is, heb ik er weinig aandacht voor. Mijn attentie is naar binnen gezogen en is daar met grote kracht bezig het geheugenarchief te doorzoeken, op zoek naar vergelijkbare situaties als die van vandaag. En mijn voorstellingsvermogen schept mooie situaties in de toekomst die op die van het verleden en op die van vandaag lijken. Concreet: ik denk genietend aan mooie herfstdagen van vroeger en fantaseer over soortgelijke dagen in de nabije toekomst. Bad Bentheim, oktober 2019 - Bad Bentheim, oktober 2021? Dat lekkere gevoel (beetje vrolijk, beetje droevig) komt waarschijnlijk door het mooie nazomerweer, en door die speciale atmosfeer van schoonheid en naderend verval die er vandaag heerst. Ik noemde dit soort dagdromen vroeger 'weemoed' of zelfs 'melancholie' maar dat is het niet. Er is ook geen sprake van escapisme. In feite is wat ik voel: heimwee naar het nu.

Een merkwaardig, paradoxaal soort sentiment. Immers, waarom zou je fantaseren over iets wat je nu al volop hebt? Waarom zou je het huidige moment kracht willen bijzetten door er vergelijkbare momenten uit verleden en toekomst aan toe te voegen?
Het is dan ook niet vrijwillig dat ik me in dit soort dagdromerij begeef. Het gebeurt onder dwang, en de manier waarop ik van de ene naar de volgende herinnering wordt gesleurd heeft zeker iets compulsiefs - het verleden moet worden uitgezocht en in kaart worden gebracht. Label: "mooie herfstdagen". Systeem moet er komen in die ordeloze boel van het geheugen.
'Het gebeurt onder dwang' - maar van wat dan? Stimuleert soms een hormonaal aangestuurd gevoel, een wellustig, 'lekker' gevoel, je brein om tot grotere geheugenprestaties te komen, of om de onzekere toekomst de bedwingen en alvast in te richten op een aangename manier? Toch niet bij iedereen. Ik ken mensen genoeg die geen last hebben van deze seizoensgebonden dwangmijmeringen en alleen maar recht-toe-recht-aan genieten van het oudebesjeszomerweer.

Ik kijk of Internet me iets wijzer kan maken over dit verschijnsel, dat me mijn hele leven al bezighoudt. Wikipedia geeft me onder het kopje Fantasie en dagdromen een kleuterstukje in psychologisch jargon. Elders leer ik dat dagdromen ingezet kan worden op de werkvloer, om de werkprestaties te verhogen; dat is ook niet waarnaar ik op zoek ben.

Wat wél relevant is: dagdromen, lees ik, kan als je niet oppast omslaan in gepieker en zelfs tot depressiviteit leiden. Dat herken ik heel goed van vroeger. Steevast eindigde dan een herfstwandeling vol aangenaam weemoedig gepeins in een somber en verwarrend getob, waaruit ik niet kon ontsnappen. Tegenwoordig ben ik, dankzij de hersentraining die meditatie heet, in behoorlijke mate baas in eigen brein: als ik het moment voel naderen waarop het lekkere mijmeren dreigt om te slaan in een zuigend gepieker, richt ik mijn aandacht naar buiten, naar mijn omgeving, en objectiveer ik mijn eigen sentimenten tot iets waarnaar je kunt kijken, zoals je kijkt naar de dwarrelende bladeren, de spelende kinderen, de fietsende voorbijgangers en de rennende honden. 
Pas als ik me weer stevig in de realiteit verankerd voel, waag ik me opnieuw aan een klein gedachtenspelletje over Bad Bentheim, Keulen of de Harz.
Voorzichtig, en niet te veel ineens; alsof je nipt van een bitterzoete likeur.


Illustratie: "L'Absinthe" (1876), Edgar Degas

dinsdag 28 september 2021

KIBBELING


De strandopgang deed me denken aan de beroemde slotscène uit Close Encounters of the Third Kind. Een stroom mensen bewoog zich over een houten pad richting de onzichtbare zee. We kwamen uit de beslotenheid van de duinen waar een honingkleurig schemerlicht had geheerst. Hier glansde de ruimte oogverblindend. De badgasten die het eind van de vlonder hadden bereikt stonden gevangen in een aureool voor ze over de duintop omlaag verdwenen.
We stonden een beetje besluiteloos naast de strandtent, die er niet erg aanlokkelijk uitzag en bovendien niet recht op zee uitkeek. 
'Laten we even het strand oplopen,' zei ik. 'Nu we hier toch zijn.'
Mijn vriendin toonde weinig enthousiasme. Dit waren omgedraaide rollen. Normaal is zij de ondernemende, nieuwsgierige, ben ik de afhoudende, remmende factor. Maar ze had honger.
We liepen het houten pad op in de richting van het licht. Boven aangekomen zagen we rechts onder ons een échte strandtent, van hout, zo één op palen. Luctor et emergo, heette het bevlagde paviljoen. Dat maakte een eind aan alle besluiteloosheid. Beneden lieten de we de strandtent nog even op ons wachten. Ik was al zo lang niet in het water geweest. Vóór corona, het zwembadje van mijn schoonzus in Spanje, rekende ik uit. Ik deed mijn schoenen en sokken uit en stroopte mijn broek omhoog. Het harde zand met schelpjes voelde goed. Ik waadde door een binnenzeetje en bereikte de branding. Liet het bruisende water over mijn voeten spoelen. Mijn vriendin waadde naar me toe, twee paar schoenen in haar handen. 'Het wordt vloed, ik heb de jouwe ook maar meegenomen.' Ik zag dat het binnenzeetje snel dieper werd en ons de pas dreigde af te snijden. 'Snel, terug! De muien komen op! We verdrinken!' Lachend ploeterden we strandwaarts. 
In Luctor et emergo zaten we in de honinggele namiddagzon en keken hoe een medewerker onvermoeibaar corona-apps controleerde; telkens stuitte hij op technische of menselijke problemen, maar nooit scheen hij zijn goede humeur te verliezen. Hoe lang gaat die man dat volhouden, dacht ik. Dit was dag één. Maar keer op keer moeten uitleggen waarom je hier ook op het terras alleen met een geldig paspoort mocht zitten, en waarom je dan ook nog geplaceerd werd op de koop toe (ja, waarom eigenlijk?) - dat maakt een mens op den duur opstandig, lijkt me. In ruime gelegenheden als deze, waar de anderhalvemeter-regel alleen een papieren begrip was geweest, betekende versoepeling in de praktijk verzwaring. Wat vorige week nog mocht was nu verboden. 
De zon verdween en het werd snel fris. We schraapten het opgedroogde zand van onze voeten, deden onze schoenen aan en gingen naar binnen. Al snel zaten we achter een enorme portie kibbeling met friet. 
Toen we weer naar buiten liepen wiste de kaartjesknipper zich het zweet van het voorhoofd. 
'U krijgt van mij een tien! Wat een engelengeduld!' zei mijn vriendin.
Hij glimlachte zoetzuur.


vrijdag 24 september 2021

Nieuwe Stijl


Het eerste nummer dat we opnamen was voor een wedstrijd. Er moest een video bijgeleverd worden van het 'maakproces'. Op dat filmpje zie je mij en mijn zoon, koptelefoon over de oren, in de weer met gitaren, microfoons en a-4tjes - in een slaapkamer, tussen het kinderspeelgoed. Een kinderpotje diende als voetsteun.
Dat was in april 2020. Lege straten, geen files. Ik had net, na een angstige maand van strikte sociale onthouding, besloten dat mijn zoon en zijn gezin tot mijn persoonlijke bubbel gerekend moesten worden. Toch bleef er het schuldige besef dat we eigenlijk te dicht op elkaar zaten, daar in die huiselijke opnamestudio. 
Na dat eerste liedje (Plein '40-'45) volgden er meer. Met rustige tussenposen namen we op wat ik gemaakt had, en gaandeweg maakte ik er nog wat bij. Ook werden een paar heel oude liedjes (nooit gebruikt, zo goed als nieuw) afgestoft en op de speellijst gezet.

We hadden alle tijd. We konden sowieso niet anders dan opnemen. Optreden zou voorlopig nog niet mogelijk zijn. Dus die cd waaraan we werkten: vooral géén haast!
Dat gebrek aan urgentie vertaalde zich in een onverwachte aanpak. In plaats van (zoals we altijd hadden gedaan) uitvoerig en tijdrovend te gaan mierenneuken over onzinnige details probeerden we een veel lossere houding uit. 'Nieuwe Stijl', doopten we die. Dat betekende in de praktijk dat ik een willekeurige gitaar greep, ging zitten met de microfoon die toevallig in de buurt stond en speelde en zong alsof het live voor publiek was. Twee, hooguit drie takes, daaruit de beste opname kiezen, geen plak- en knipwerk. Spontaneïteit ging boven perfectie. Het moest in de eerste plaats ziel hebben.
Over het resultaat van die back to basics aanpak waren we erg tevreden. Normaal was een liedje, nadat eindelijk de opname helemaal afgerond was, vrijwel dood gespeeld; nu luisterden we voor ons eigen plezier naar het eindresultaat.
Bovendien namen we artistieke risico's die we anders misschien niet aangedurfd hadden. Stilistisch waren er geen grenzen. Vrienden speelden en zongen mee, op afstand via We-Transfer of in de slaap- of woonkamer. We lokten tekstdichter Huug Samuël uit zijn comfort zone en lieten hem bluesharp spelen; mijn dochter had een oud-Skandinavische tagelharpa gebouwd - die moest er duidelijk ook op... Waarom niet? Lockdown, Nieuwe Stijl!


Het spreekt vanzelf dat we in de laatste fase, toen de opnames moesten worden gemixt en klaargemaakt voor de persing op schijf, toch nog flink neurotisch aan futiele details hebben geprutst. In de loop van de tijd waren er steeds meer andere muzikanten bij betrokken geraakt en de simpele, spontane registraties waren toch wel degelijk uitgegroeid tot een nieuw Project. Bovendien stond het normale leven met zijn dwingende agenda weer voor de deur. Als het kloppen en bellen te dringend werd spraken we elkaar kalm en vermanend toe: 'Nieuwe Stijl!'

De cd Nieuw-West III: Tussen Andreasplein en Zwarte Pad komt volgende maand uit. Bij Stichting de Driehoek. Op schijf, op Spotify. Later meer details. Over een passende presentatie wordt nog nagedacht. 



dinsdag 21 september 2021

Voorheen Rookzangers notitieblog (28)


Het is dinsdag, en dan moet ik van mezelf iets schrijven. Ik wou iets zeggen over Prinsjesdag. Over de belabberde stand van zaken in de Nederlandse politiek. Zelden is het vertrouwen van de kiezer in onze volksvertegenwoordigers zo klein geweest als nu, begrijp ik, en dat begrijp ik. Het is een gotspe dat ze daar in Den Haag alleen maar bezig lijken te zijn met het hebzuchtig en argwanend verdelen van de buit van de laatste verkiezingen, alweer zolang geleden. Een klap in het gezicht van de serieuze kiezer, die zou willen dat er over heel andere dingen gepraat werd dan over wie wat doet en met wie. Machtsbeluste plucheklevers, stuk voor stuk, als u het mij vraagt. Ik was al bezig wat cijfers op te zoeken, voor een venijnig stukje. Zo gek als de Belgen hebben we het nog lang niet gemaakt. Die hebben toch maar mooi het wereldrecord formeren op zak, 541 dagen. Maar ons eigen record van 2017 dreigt te sneuvelen als het zo doorgaat. 
Ik wou over dat alles iets schrijven, en over glazen koetsen en deftige hoedjes. Maar toen dacht ik: waarom eigenlijk? Als het je ernst is met je minachting voor de politiek kun je er maar beter over zwijgen. Wil je per se iets schrijven, omdat het nu eenmaal dinsdag is, schrijf dan iets positiefs, iets over deze mooie nazomerdag, over het zachtaardige licht van september.
Maar liever dan daarover te schrijven geniet ik er nog even van. Het boren een paar huizen verderop is eindelijk gestopt. Ik gun mezelf een uurtje boek op balkon voor de zon weg is. Schrijven doe ik wel weer als ik iets te melden heb en hoe het met de miljoenennota is afgelopen zie ik vanavond wel op het nieuws.


vrijdag 17 september 2021

PADDENSTOEL


Ik begon aan een lang uitgesteld karwei: het kopiëren van al mijn blogjes vanaf 2010 naar een goed geordend en netjes vormgegeven Word-bestand. Je weet maar nooit hoelang Google mijn blog online laat staan - een back-up die ook op degelijk papier uit te printen valt is wel zo veilig. 
Ik verwonderde me over het enthousiasme waarmee ik dat werkje deed. Maandenlang had ik een tegenzin in teksten gehad. Ik had mezelf een beetje over de rand geduwd met het manisch vertalen van drie bundels poëzie. Ik weet die hervonden geestdrift vooral aan het weer opstarten van mijn andere werk. Twee weken met échte mensen muziek maken, voor het eerst in tijden, heeft de duffe lethargie, die me deze zomer in haar macht had, verdreven. Ik loop weer vaker naar de piano, zomaar, pak mijn dirigeerstokjes op, weeg ze in mijn hand en zwaai er wat mee; mijn koorcomposities, deels nog onuitgevoerd, gaan weer leven (want ze zijn ergens voor). En van de weeromstuit lokt ook het toetsenbord weer.

Maar dat is niet het hele verhaal. Met het kopiëren, doorlezen, retoucheren en vormgeven van de columns voor dit blog komen de afgelopen tien jaar weer tot leven. Eigenlijk is het net zoiets als dagboeken doorbladeren of oude foto's bekijken: je verwondert je over de veranderingen die ongemerkt in de dingen en in jezelf zijn geslopen; tien jaar terug was de wereld anders (al was ze merkbaar zwanger van de wereld van vandaag) en was ik iemand anders; onmiskenbaar dezelfde persoon, natuurlijk, maar toch... iemand anders. Er zijn accenten in mijn persoonlijkheid verschoven, de teneur van mijn levenshouding is veranderd, verkleurd. Verdonkerd: ik ben cynischer geworden, vind ik al lezende, bitter door de dood van dierbaren, moe van alle weer opgelaaide ambitie, die volgde op een paar jaar van bijna gelaten leven, van zenboeddhistje spelen. Ik steek minder moeite in het bijhouden van de actualiteit; ik word mies bij voorbaat, als ik eraan denk mijn standpunten inzake de grote kwesties van onze tijd te moeten verwoorden - ik laat dat maar al te graag aan anderen over. Tien jaar geleden deed ik dat nog wel, zo nu en dan; heel gedreven soms, zij het met de nodige relativering.
Fotoalbums bekijken, in oude dagboeken bladeren, oude brieven lezen - het hoort bij de herfst.
Ik zag een enorme overrijpe paddenstoel in het Vondelpark, groot genoeg voor een hele familie Pad, en besefte dat het najaar is begonnen en dat de nazomer voorbij is. Ik brevier in mijn digitale archief, verbale ansichtkaarten uit het verleden, noem het werk, en geef me over aan een niet onplezierige melancholie.


Illustratie: uitsnede van de cover van Worthington G. Smith's "Mushrooms and Toadstools: How to distinguish easily the differences between the Edible and Poisonous Fungi" (1879)


dinsdag 14 september 2021

WESTWAARTS

Ik moet Herberg de Bonte Os, ofwel het Aalsmeerder Veerhuis, vele malen hebben gezien, als zaken me naar de Sloterkade voerden. Uit mijn ooghoek, of misschien met een tijdelijke verwondering om de schilderachtige schoonheid van dat uit het lood hangende gebouwtje van rosse baksteen, die evenwel geen blijvende herinnering achterliet. Hoe het ook zij, afgelopen zondag zag ik het pas echt. Dat is het mooie van Open Monumentendag. Zelfs al is het gezochte monument gesloten, zoals nu het geval was (hadden we ons vergist, hadden de beheerders bij nader inzien geen zin om mee te doen?) -  je beziet het gebouw met speciale belangstelling nu het doel van je tocht is en geen decorstuk bij een route die elders heen voert. Ik dacht de nieuwbouw eromheen weg en stelde me voor hoe hier 's avonds gefeest werd door handelsreizigers uit Sloten die de stadspoort van Amsterdam gesloten vonden en nu hier, in de Overtoomse Buurt, moesten overnachten. Geen straf, want, vermeldt een gevelsteen "De nering is hier goet Godt lof / Men draecht het bier hier op en op".


Westwaarts ging het daarna, want de buitengebieden van de stad stonden centraal in deze editie van Open Monumentendag. 

In de Molen van Sloten, het toeristische poldergemaal dat er nog steeds voor zorgt dat wij in Nieuw-West geen natte voeten krijgen, was de laatste rondleiding volgeboekt. We keken er een tijdje naar alle bedrijvigheid. Er waren beelden van Rembrandt en Saskia, van Vincent van Gogh (wat deed die hier??), een friettent. Mijn vriendin herkende in een van de rondleiders een collega van vroeger. We kregen wat info mee en besloten later nog eens terug te komen. Ik besefte inmiddels dat ik wel heel veel over de aan Nieuw-West grenzende gebieden heb gelezen, maar er veel te weinig ben geweest, voor iemand die pretendeert met kennis van zaken over de Westelijke Tuinsteden te schrijven en te zingen.
We staken het water over en liepen langs het Zwarte Pad. Research! Ik stel al zes jaar, samen met Fred Martin, een boekenreeks samen die Tussen Andreasplein en Zwarte Pad heet, maar geen voetstap had ik liggen op dit lange rechte wandel- en fietspad tussen De Aker en de Ringvaart in, dat voert langs de weelderige achtertuinen van de woonboten en waterhuizen. Ons doel was die andere plaatselijke molen, die van De Aker. Geen wieken, hij werkt niet meer, het betreft hier een molenstomp. Mooi woord, vond ik, nooit gelezen of gehoord. De Akermolen is sinds de restauratie van 2010 een theehuis, hoewel dat niet letterlijk genomen hoeft te worden: ik laafde me er aan Stoutmoedig, een heerlijk bier van Brouwerij de 7 Deugden, 
gebrouwen even verderop, pal naast de Molen van Sloten. Het was hier landelijk toeven, zo aan de uiterste grens van de stad. We besloten Amsterdam maar helemaal achter ons te laten voor vandaag en aten heel lekker op het terras van een brasserie aan de Ringvaart. In het verre Badhoevedorp. Daar was ik in vijftig jaar niet geweest.