Wij, Torralba & Gauricus, Tlazolteolf, Paramon Liba & Avernos, Palo Hash Gondolin, Albertus Kossius, Antonius Vossius en Baldewinus Grotius!
Vandaag is het vijfenveertig jaar geleden dat Nacht en ontij verscheen, las ik op Facebook. Er was een link naar Heksensabbath bij, het pièce du résistence van die cultplaat van Boudewijn de Groot. Ik besloot die later op de dag aan te klikken, als ik er de rust voor had.
De dag verstreek en het kwam er niet van. Weliswaar regende het, maar de regen was te koud en te miezerig om me in de prettige melancholische stemming te brengen die bij de legendarische plaat hoorde. Een plaat die als een bom was ingeslagen in mijn dertienjarige gemoed – dat was precies waar we op zaten te wachten en wat we nooit hadden kunnen voorzien! Een mystiek luisterspel, een mengsel van rock, poëzie en psychedelische effecten, gedragen door zwaar romantische, quadrofonisch rondwentelende strijkers. Mijn gelijkgestemde vrienden en ik luisterden er keer op keer naar, meestal met een kaarsje aan, soms in het pikkedonker. Goths avant la lettre. Nacht en ontij werd een begrip, een cultus die wel wat aan een alternatieve kerkdienst deed denken, een zwarte mis.
Boudewijn keerde, toen de rook om zijn hoofd was verdwenen, weer terug naar zijn samenwerking met Lennaert Nijgh en zijn liedjes. Hij verloochende zijn experimentele uitstapje maar wij vergaten dat niet. We groeiden op en de plaat bleef op de achtergrond aanwezig. Toen mijn kinderen groot genoeg waren wijdde ik ze in de mysteriën van mijn puberfantasieën in. We waren op vakantie, boven de kale graanvelden van Picardië woedde een onweer, en de autospeakers, voor en achterin, realiseerden voor het eerst overtuigend de beoogde quadrofonie, de cello’s draaiden duizelingwekkend rond door mijn Nissan. Het immense decor buiten was volmaakt – we reden in een spookachtige illusie. Mijn oudste dochter, die een hang naar de hippietijd heeft, zette hem in de jaren daarna nog wel eens op, maar ik luisterde met een half oor. Net als zovele andere dierbare dingen werd Boudewijns ‘luisterfilm’ iets van het verleden.
Ik had me al half uitgekleed, de dag was niet zo lekker verlopen en ik was blij dat ik naar bed mocht van mezelf. Toen ik mijn pc wilde uitknippen dacht ik weer aan de YouTube-link. Nou vooruit. Ik stak een kaars aan, zette het volume hoog en ging in een stoel zitten. En daar ontrolde het hele spektakel zich weer. De bassen dreunden lekker uit mijn woofer, de elektronische effecten piepten hysterisch uit mijn tweeters. Boudewijn declameerde geëxalteerd maar messcherp: al die joints verdoezelden zijn dictie niet in het minst. Het viel me op dat de cello’s niet zo heel goed waren ingespeeld, dat de scèneovergangen soms schokkerig verliepen; maar het viel me ook op hoe mooi de arrangementen van Bert Paige waren, hoe inventief de percussie van Martin van Duynhoven en consorten en hoe effectief de elektronica van Dick Raaijmakers. De tekst van de Groot en zijn oude filmacademiemakker Lucien Duzee mocht een bombastisch geheel zijn vol vrolijke nonsens, suggestief was die nog steeds. ‘De wind verstuift het zand/ en bedekt de sporen/ van Satans voze volgelingen/ die wachten op de avond.’ De regen ruiste zacht, in de verte klonk, verdronken in echo, gregoriaans gezang, een eenzame piano tingelde. Dan zette de gitaar weer in, e mineur, en de cello had het laatste woord, droef napeinzend. De laatste maten lieten me niet onberoerd achter.
En nu ga ik u iets vreemds vertellen. Niet lang na het begin kwam mijn kat Obi mijn kamer binnen, met grote schrikogen. Hij miauwde angstig en staarde naar de bron van het geluid.
En zeg nu niet, dat was de astronomisch hoge frequentie van die piepjes. Nee, er was meer aan de hand dan zoveelduizend hertz. Wij vierden onze eigen zwarte mis, de kat en ik. Vijfenveertig jaar nadat de rituelen waren vastgelegd.
[Op de foto: de presentatie van 'Nacht en Ontij' op 27 februari 1969, in een Aerdenhoutse villa. Vierde van rechts, naast Elly ‘Prikkebeen’ Nieman, is de voor dit project gepasseerde Lennaert Nijgh; hij zal er het zijne van gedacht hebben.]