dinsdag 8 januari 2019

Draadjes en dwarsverbanden


Joanna Lumley leidde me op haar geheel eigen wijze door de barre landen van Centraal Azië. Pedant, ironisch en koket. We volgden het spoor van de Zijderoute en waren nu bij de kern van de zaak beland. We stonden bij een moerbeiboom. Ze hield een rups vast en haar vinger volgde liefkozend de draad van ijzersterke zijde die het beestje spon. Ik kon nauwelijks nog op mijn stoel blijven zitten want ik herinnerde me dat ik als kind ooit, tijdens een rondleiding op een Frans kasteel, een kwekerij van zijderupsen had bezocht. Ik had toen een cocon meegekregen en die moest ik nog ergens hebben, als hij niet tot stof uiteengevallen was. Het was van het grootste belang dat ik NU ging zoeken, mijn nieuwsgierigheid moest METEEN bevredigd worden.

Dat zit zo. Een week geleden ben ik met roken gestopt. De eerste twee dagen was mijn hoofd een poel vol drijfzand, vooral vlak voor het inslapen. Zodra ik me bewust werd van een opkomende gedachte werd hij door de modder opgezogen. Ik zag hem kopje-onder gaan maar kon hem niet meer pakken. Ik wist dat ik dacht maar niet wat. Tamelijk beangstigend, als de alles overheersende sloomheid enige ruimte voor emoties had geboden.
   De dag daarna werd ik ziek. Ik had koorts en er spatten nu luchtbelletjes uit de poel. Onbeheersbare associaties drongen zich op. Wat ik zelf niet wist zocht ik op. Een voorbeeld: ik zat naar een film van Clint Eastwood te kijken (Gran Torino) en vroeg me af hoe oud hij inmiddels was. Dat opgezocht zijnde verwonderde ik me over zijn lengte (1.93), zijn politieke voorkeur (het libertarisme) en zijn zoon. Ik googelde die laatste twee en via Scott Eastwood kwam ik op Jason Connery. Zou vader Sean inderdaad Alzheimer hebben, en hoe lang was hij eigenlijk? Enfin, op die manier, steeds maar door, terwijl ik met een half oog de film volgde. Het was niet hetzelfde als roken, maar al die prikkeltjes nieuwsgierigheid en hun bevrediging brachten toch een klein endorfinestroompje op gang.
 
De dag na Gran Torino probeerde ik een beetje te werken. Ik checkte feiten en locaties voor een verhaal over Geuzenveld. Wat daags ervoor nog een spelletje was geweest werd nu een serieuze oefening in dwarsverbanden. Van het een kwam het ander en al snel was ik in diepgravende studies over het stadsdeel van mijn kindertijd ondergedompeld. Ik leerde veel. Feiten maar ook overkoepelende achtergronden. Mijzelf en mijn kwellende zucht naar nicotine was ik daarbij lekker vergeten - tot ik opeens, op de site Het geheugen van West - een liedje aantrof, Geuzenveld geheten. Het leek erg op mijn liedje van dezelfde naam, maar was vijf jaar ouder, van plagiaat kon geen sprake zijn. En wie was die geheimzinnige maker, Robbie Bernds?
   Ik zocht verder en dieper en kwam uit bij een newwavegroep uit de late jaren '70, Fritz Guppa. Ze hadden zowaar een eigen Wikipedia-lemma, hoewel het een tamelijk obscuur bandje was. En wie stond daar tot mijn grote verbazing vermeld als zanger en keyboardspeler? Dicky Wals! Dezelfde Dick (thans 'Duck') waarmee ik het huiskamer-trio Sequoia had gevormd - we vulden bandjes met experimentele muziek, zonder enige ambitie om die ook live uit te voeren. Nu kwamen er toch allerlei emoties los uit het drijfzand. Goede (nostalgie) en slechte (ordinaire afgunst: waarom zij wel een Wiki-lemma, met die twee of drie knullige liedjes, en ik niet, met mijn Oeuvre?).
   Ik had draadjes gesponnen van het een naar het ander, een weefsel van dwarsverbanden gemaakt. En uiteindelijk had ik ook een draadje naar mezelf kunnen trekken. Daarmee werd ik van toeschouwer betrokkene. Eigenlijk jammer, want met de rust was het toen gedaan.


4 opmerkingen:

Leo zei

Heerlijk stuk weer. Nostalgie brengt je overal, dus ook bij Sequioa. Die naam was me bekend op het Cartesius Lyceum. Hebben jullie daar ooit opgetreden? Of heb ik alleen maar via Cartesianen als Agnès Linhard e.a. er over gehoord? En: zijn de bandjes bewaard gebleven? h.g. Leo

Jan-Paul van Spaendonck zei

We hebben ooit 'opgetreden' in de garderobe. Maar dat is zo'n herinnering die steeds vager wordt naarmate ik erover ga nadenken. Drie hippies met gitaren en een setje bongo's. Een groepje omstanders dat de oren moet spitsen om iets op te vangen van de verlegen klanken.
Peter van Kranen zal het nog wel weten. En Robert Eksteen heeft misschien de - gedigitaliseerde - bandjes. Maar ik zou me daar niet te veel van voorstellen; ik herinner me een nummer 'Hibiscus' dat bestond uit getokkel op de ontstemde citer van mijn vader (waaraan minstens een derde van de snaren ontbrak), begeleid door bekkengeruis. Wij vonden het destijds heel atmosferisch, maar dat had veel te maken met de wolken van hasj waarin we schuilgingen.

Leo zei

Nee, ik stel me niks van voor. Ik wist alleen niet dat jij in dat bandje zat. Ik luisterde toen in Fantasio (later: De Kosmos, maar dat te vaag en te hoog gegrepen voor mij) naar vergelijkbare hippiemuziek uit Engeland en Amerika van nu allemaal vergeten bandjes.

Roberto zei

Ik zal eens kijken of ik iets gedigitaliseerds heb, maar wat Sequoia betreft heb ik weinig hoop...