dinsdag 8 december 2015

SINATRA 100


Door de VK werd ik, een paar dagen te vroeg, geattendeerd op de honderdste geboortedag van Frank Sinatra. Ik begon het artikel te lezen en was meteen terug in een andere tijd, in een andere wereld. Ik heb intens van Sinatra gehouden, en mijn liefde was blind en totaal: ik wist alles van hem, alles aan hem fascineerde me. Het begon in de platte jaren tachtig, als een soort escapisme, en duurde ruim een decennium; daarna verdween hij geleidelijk weer naar de achtergrond, maar nog steeds zijn het monumentale feiten, gekerfd in marmer: Hoboken, New Jersey, 12 december 1915, Francis Albert Sinatra.

Toen de punk woedde en lelijkheid mode werd zochten we naar iets dat het contemporaine moeras leefbaar kon maken, iets anders dan de etherische muziek van Skrjábin die de huiscomponist van onze ivoren toren was geweest: iets dat wereldser was, want we naderden de dertig en wilden leven, de tijd om ons op te sluiten in een droomkasteel was voorbij. Het werd de jazz van de jaren vijftig, complex, maar lekker louche en tegendraads, en je kon er fijn bij pokeren. We zoomden uit en ook andere muziek uit die periode kwam in zicht. In de uitverkoop bij de V&D kocht ik voor vijf gulden een plaat van Sinatra, In the Wee Small Hours. Het was overweldigend mooi, overrompelend goed. Ik was meteen verkocht en al gauw verslaafd. Binnen een paar jaar had ik een enorme stapel elpees, was ik lid van de Frank Sinatra Society, kon uren dromen boven fotoboeken en biografieën gewijd aan The Voice, probeerde hem na te zingen (wat nooit helemaal lukte) en noemde mezelf een kenner. Een minnaar was juister geweest.
Met die society betrad ik een vreemde wereld. Mijn neef de dierenarts was ook fan. Ik herinner me een avond dat we de vloer vol hadden gelegd met elpeehoezen, en dan om beurten kozen uit dit weelderig rijke aanbod, terwijl we net als de meester Jack Daniels dronken. Met mijn neef ging ik naar de Sinatra-dag, georganiseerd op 12 december in het Okura Hotel. Het was ver voor de tijd dat Sinatra opnieuw cool werd en je hem in grand cafés uit de speakers hoorde croonen. De meeste fans waren mensen van een ander slag, mensen die ik eigenlijk niet wilde kennen. Kroegbazen en poenige zakenmannen, voor de gelegenheid met een vlinderdasje getooid, die Las Vegas speelden. Maar ik ontmoette er ook een violiste met wie ik gestudeerd had, en die nu in een van de grote orkesten speelde – verbaasd lachten we elkaar toe: jij ook? Ja natuurlijk. We wisten allebei waarom. Niet om de vlinderdassen en Las Vegas, maar om de muziek, om die stem, om die man. Er werd filmmateriaal getoond. In de tijd voor YouTube was dat een zeldzame traktatie, we zagen de stem tot leven komen, zijn gebaren, zijn motoriek, onhandiger dan gedacht. Rita Reys en haar man Pim Jacobs speelden zijn repertoire. Ik was sceptisch geweest (Jacobs kende ik als gelikte tv-persoonlijkheid) maar ze waren geweldig. Jacobs deed leuk voor de camera maar hier toonde hij zijn ware gezicht, dat van een gedreven en virtuoze muzikant. Een vreemde broederschap was het, dit samenraapsel van mensen uit alle lagen van de bevolking, verenigd in de bewondering voor het blauwogige fenomeen uit Hoboken, die spijkerharde, boterzachte half-Italiaan met zijn onmiskenbare, eenmalige stem. Onze whiskyglazen vulden we in de wc bij uit een zakflakonnetje, want de barprijzen waren pittig.

Dit alles is lang geleden en de wereld ziet er nu heel anders uit. Ik drink niet meer en luister nog maar zelden. Maar de betrokkenheid blijft: als ik in DWDD Felix Maginn of Ruben Hein Sinatra hoor zingen rijzen mijn haren en verander ik in een brombeer. Het is een oude wrevel die ik van me af moet schudden als ik ze hoor praten over zijn techniek. Dat eeuwige gebazel over zijn timing! Laat ze eerst maar eens écht leren zingen. Want wat die mensen niet lijken te beseffen is dat Sinatra, al zijn roken en drinken en latere schorheid ten spijt, keihard heeft gewerkt, onvermoeibaar heeft gestudeerd, klassieke zangtechniek, jawel, dat hij toonladders zong en zijn adem trainde voor elk concert, dat zijn persoonlijke norm niet Bing Crosby of Billie Holiday maar eerder Caruso was. Met flair alleen red je het niet, jongelui! roept de brombeer voor de tv. Doorleefdheid is niet het resultaat van nachten doorhalen, en eigenlijk ook geen artistieke kwestie. Het verschijnsel Sinatra is gevormd met ijzeren discipline.

Volgende keer ga ik hier dieper op in met een lang stuk dat ik ooit, midden in mijn Sinatrafiele periode, voor het tijdschriftje Faun schreef: ‘De stemmen van Sinatra’.

4 opmerkingen:

Peter Boonstra zei

Ik heb Sinatra wat later ontdekt dan jij, en onderschrijf je woorden, Sinatra's stem is fantastisch. Als filmfanaat heb ik hem ook als filmacteur ontdekt, met name zijn films uit de jaren vijftig. 'One take Sinatra' die 'method acting'als 'crap' neerzette en Marlon Brando als 'mompelaar'. Heb je die tweedelige biografie laatst nog gezien?

Jan-Paul van Spaendonck zei

Ja. Geweldige documentaire. Jammer dat ik die destijds niet heb kunnen zien.

Roberto zei

Fijn dat je mijn oudoom Pim in het zonnetje zet.

Jan-Paul van Spaendonck zei

:) Was ik vergeten!