dinsdag 15 december 2015

KUDDE


Mijn dochter heeft snelle ogen. Terwijl zij al ‘sst!’ zei realiseerde ik me pas dat ik een wit pluimpje had gezien. We stonden stil en keken, en even later dansten er twee herten voorbij. Hindes, in het veilige dennenbos verderop; hier in het loofwoud was het te open, de kale bomen waren de pilaren van een reusachtige zaal.
Het was onze vierde wandeling in het Speulderbos. Die eerste, zes jaar geleden alweer, kan moeilijk overtroffen worden. Een witte nevel had het 'oudste boombos van Nederland' toen omgetoverd in een sprookjesbos. De legende van het verzonken klooster bij het Solse Gat, waar je bij volle maan de gebarsten klokken kunt horen luiden en de voor hun zondige levenswandel gestrafte monniken kunt horen weeklagen, leek toen heel geloofwaardig. Maar ook op een lauwe zonnige wintermorgen was het hier goed wandelen. Er was vrijwel niemand. De volgende dag was een zondag en dan moet de Veluwe naar de kerk, dus iedereen deed boodschappen.
‘Het is hier lekker veilig,’ zei ik. ‘Voor een terroristische aanslag hoef je niet te vrezen. Stel je voor, een Jihadist, die zegt: kom, ik ga mezelf eens opblazen in het Speulderbos… Dat zal ze leren!’ Mijn broer grinnikte. Ik hoorde zijn schoenen ritmisch kraken. Ik begon een liedje uit Hamelen te zingen. 'Kom in de kudde, want de kudde is goed...' Al na een paar noten zette mijn broer in, gevolgd door mijn dochter. Iedere familie heeft zo zijn eigenaardigheden.
We aten ‘zoals altijd’ reusachtige stukken appeltaart in het Boshuis. Er brandden kaarsen. Over de everzwijnskop aan de muur was een bevallige kerstslinger gedrapeerd. ‘Vier maal huisgemaakt appelgebak,’ zei het dienstertje, alsof er ook appeltaart uit de fabriek op het menu stond, en wij voor de doe-het-zelfvariant hadden gekozen. Ook de slagroom was echt, en overvloedig. Genoeg brandstof voor de middag stevig cultureel toerisme die mijn vriendin voor ons in petto had.
Wist u dat er een Nunspeetse School bestond? Barbizon, Den Haag, Bergen, Laren zelfs – ja. Maar Nunspeet? Het Noord-Veluws Museum wijdde er een expositie aan: schilderijen van schapen, vandaag was de laatste dag. In de sacrale stilte van het moderne gebouw liepen we van kudde naar kudde. Mijn vriendin, die zelf schapen heeft, genoot met volle teugen, en las alle bordjes van A tot Z. Ik scande de verzameling, bleef met mijn ogen een tijd haken aan een paar werkjes van Anton Mauve en ging daarna zitten voor een groot doek van Taco Mesdag, de vergeten broer van de maker van het Haagse Panorama. Ook hier voelde het erg veilig: we werden bewaakt door een ernstige, belezen suppoost, en waren slechts omringd door een handjevol grijze, goedwillende bezoekers.
Toen ik genoeg geschilderde schapen had gezien ging ik naar buiten. Het was inmiddels begonnen te regenen. Onder een afdakje stak ik een pijp op. Nadat alle bordjes gelezen waren en onze kleine kudde weer compleet was liepen we naar de auto, op weg naar de Albert Heijn in Ermelo waar je zelf je boodschappen mocht scannen en zonder controle naar buiten mocht exporteren, en naar ons kabouterhuisje, waar de oliekachel het vocht had verdreven en een slaperige warmte verspreidde.


(Illustratie: Anthonij (Anton) Rudolf Mauve, 1838–1888)

Geen opmerkingen: