vrijdag 2 oktober 2026

VOORONDER


Under the weather
schijnt een zeemansterm te zijn. Matrozen die zeeziek waren werden benedendeks neergelegd, dichter bij het centrum van het schip, waar ze minder last hadden van de schommelingen. Weather is hier kort voor weather deck, het bovendek dat blootgesteld is aan de elementen.
Aldus AI. Klinkt plausibel, nietwaar?
('Ja, klinkt, Van Spaendonck, klinkt...', zoals de leraar geschiedenis van mijn vader bedachtzaam knikkend zei, als Marx of Schopenhauer ter sprake kwam en mijn vader zijn vinger opstak en het waagde een ander gedachtengoed dan het traditioneel katholieke te verdedigen. Dat was voldoende repliek: klinkt... - discussie gesloten.)

Ik was deze week onder het weder. Ook doodgewoon ziekjes zijn is onderhevig aan hypochondrie. Mijn verkoudheid ging gepaard met een zeurend gevoel in de linker bijholte, terwijl, vreemd genoeg, het eigenlijke snotteren het nogal liet afweten. Wel had ik steeds een lichte verhoging.
Begrijp me goed. Ik ben niet bang voor een koutje. Maar een verleden met kaakproblemen maakte me onrustig. Ik herinnerde me de kloppende zwellingen onder mijn twijfelachtige kronen waarvan ik vurig hoopte dat ze een onschuldig bijverschijnsel waren van een virusje. Soms verdween het inderdaad vanzelf, kloppen en zwelling, maar meestal eindigde het met apex resectie, wortelkanaalbehandeling of extractie van het zieke element. 
Sinds ik een uitgebreide parodontologische behandeling heb ondergaan waan ik me onkwetsbaar voor dit soort narigheid. Alle risicofactoren zijn immers uit mijn gereduceerde gebit verwijderd?
Alle, op een na dan toch. De kies linksboven, die de paleontoloog heeft aangemerkt als geparkeerd: voorlopig nog maar even laten zitten, maar in de gaten houden. En pál boven die geparkeerde kies zeurde het. Niet erg, en er was geen bobbel voelbaar, maar tóch. Ik hield mezelf, gebit en verkoudheid, angstvallig in de gaten en werd niet moe de temperatuur op te meten: bleef die ruim boven de 37, dan was dat goed, want dat duidde op een kou; een ontstoken kies zou toch niet zo snel de lichaamstemperatuur doen stijgen?
Op de derde dag begonnen mijn ogen te branden. Het was warm buiten, erg warm voor de tijd van het jaar, en de hitte drukte op mijn doffe schedel. En mijn neus begon te lopen, onmiskenbaar. Ik voelde me slap en moe en zweterig. Maar het kloppen was nagenoeg weg. Van niezen en hoesten was nog steeds geen sprake. Ik kon naar mijn koor, opgepept door koffie en paracetamol. Glimlachend ging ik slapen, veel te vroeg.
Zo kun je blij zijn met een gewone verkoudheid als je op iets ergers hebt gerekend.

Ik herinnerde me wat mijn dochter zei toen we afgelopen zondag zeearenden zaten te kijken aan de Oostvaarderplassen. Hoe snel je pijn en ongemak vergeet als ze eenmaal voorbij zijn. Mensen die meelevend vragen: 'En, hoe is het nou met je?' En jij die fronsend in je geheugen tast en er, na een zetje in de goede richting, luchtig uitbrengt: 'O, dat. Dat is allang weer over.'