vrijdag 6 juni 2014

GLOBE


En daar verschenen in het trappenhuis mijn Afrikaanse vrienden.
Twintig jaar geleden was het dat ik hen voor het laatst had gezien. Onze levenswegen hadden elkaar ooit gekruist toen zij een jaar lang in Amsterdam woonden waar hij zijn medische specialisatie aan het AMC deed. Onze kinderen zaten bij elkaar op school en raakten dik bevriend. Daarna vertrokken ze weer naar Malawi. We hielden per brief contact en een paar jaar daarna brachten we een heerlijke week met hen door in hun zomerhuis in Schotland. En dat was het. De brieven werden allengs zeldzamer en onze vriendschap werd bijgezet in de melancholische jaarboeken van dingen die onherroepelijk voorbij zijn.
Maar toen in het internettijdperk de wereld veel kleiner werd vonden we elkaar weer, op een afstand. Hun leven werd een zwak flikkerend lampje ergens aan de horizon waarvan ik niet de verwachting had dat het sterker zou gaan gloeien. Tot er vorige week een mailtje kwam met het bericht dat ze in Nederland zouden zijn voor het afstuderen van hun dochter. It would be lovely to meet up, al was het maar voor een kop thee.
Ik kocht een mooie aardbeientaart en wachtte gespannen.
Hoe moet ik die ontmoeting beschrijven? Als u ooit zoiets heeft meegemaakt kent u het verwarrende mengsel van vertrouwdheid en vreemdheid waarmee men vrienden van lang geleden terugziet. Als die ervaring u onbekend is moet u maar van me aannemen dat die je niet onberoerd laat. Het heeft iets van een droom. Dierbare gezichten zijn als bij toverslag veranderd. De geleidelijke overgang naar hun nieuwe uiterlijk heb je niet meegemaakt. Je zoekt naar herkenningspunten en vindt die in de eerste instantie in het gedeelde verleden. Onder die nieuwe versie schuilt nog ergens de vertrouwde gestalte en die haal je om elkaar behulpzaam te zijn tijdelijk naar boven terwijl je met horten en stoten de tijd probeert te overbruggen.
Ik vroeg naar hun kinderen. Ik had mijn vrienden altijd globetrotters genoemd en het bleek dat die levensstijl ook op hun nageslacht was overgegaan. Hun oudste dochter woonde in Engeland, de jongste reisde al een jaar door Zuid-Amerika, de middelste had er net drie jaar studie in Utrecht op zitten en hun zoon werkte in Brazilië. Een keer per jaar troffen ze elkaar voor een familiebijeenkomst ergens op de wereld. Ik vertelde dat ik er al moeite mee had dat mijn dochter voor een half jaar in Londen bivakkeerde, dat toch eigenlijk vlak om de hoek ligt, en vroeg of ze het niet moeilijk vonden om zo ver van hun kinderen te zijn. Mijn vriendin keek me met een vreemde blik aan, een beetje verrast, een beetje bestraffend, een beetje gepijnigd, een beetje berustend. ‘Of course, but there’s not much we can do, can we?’ zei ze. Ze voelde zich spiritueel met haar kinderen verbonden, elk moment van de dag, en natuurlijk was er Skype.
’s Avonds was ik al vertrokken naar het besneeuwde Venetië van commissario Guido Brunetti toen er op mijn slaapkamerdeur geklopt werd. Mijn zoon, die iets op kwam halen. Ik schoof mijn bril op mijn voorhoofd en legde mijn boek weg en terwijl hij ontspannen tegen de deurpost leunde praatten we over wat we meegemaakt hadden de afgelopen week. Toen hij me welterusten had gewenst en ik mijn boek weer oppakte dacht ik nog even aan mijn Afrikaanse vrienden. Ik had hen altijd bewonderd en benijd om het zwierige gemak waarmee ze zich over de aardbol bewogen. Vergeleken met hen vond ik mezelf kleinburgerlijk en ziekelijk honkvast. Maar alles heeft zijn prijs, en elk volhouden levert op de duur wel iets op. Hier lag ik in mijn bed, al twintig jaar hetzelfde, en plukte de zoete vruchten van mijn kleine bestaan.

1 opmerking:

Hans Valk zei

De gedachte dat ik eigenlijk maar een erg overzichtelijk en honkvast leven leidt komt ook wel eens bij op. "Overvallen" is een groot woord; meestal gebeurt het, net als bij jou, als ik het rijke leven van anderen aan me voorbij zie schuiven.
Veel last heb ik er ook niet van. Het is eerder een gedachte die inspireert tot filosofische overpeinzingen.
In de loop der jaren ben ik nogal geboeid geraakt door het begrip 'identiteit' en wat de Engelse schrijver Jonathan Raban "the concept of home" noemt. Wie ben je en waar voel je jezelf thuis? En waarom?

Inmiddels ben ik er wel achter dat ik tamelijk gehecht ben aan Nederland en meer specifiek de rivierdelta waarin Dordrecht ligt.
Een veel moeizamere verhouding heb ik met wat ik generaliserend 'de gemiddelde Nederlander' noem. Hoe verder je jezelf verwijdert van de randstedelijke cultuur, hoe prettiger de Nederlander wordt in de omgang, overigens. Maar dit terzijde. Vat het vooral niet op als een persoonlijke aanval..

Maar goed. Je merkt wel dat ik hier graag nog veel verder over zou willen elaboreren, maar alweer doe ik het eigenlijk op de verkeerde plek.

Laat ik me verder beperken tot het gegeven dat ik volmondig instem met de conclusie van je stukje.