Een uur van tevoren liep ik al te ijsberen. Ik deed zelfs wat stemoefeningen, om te zorgen dat ik goed gearticuleerd en sonoor zou overkomen. Mijn vriendin, die dagelijks met MS Teams werkt, moest er om lachen. 'Het lijkt wel of je moet optreden,' zei ze.
'Dat is ook zo,' antwoordde ik. 'Ik leef als een kluizenaar, ik zie als een berg tegen deze confrontatie op. En bovendien is het mijn debuut op het digitale podium.'
'Je zult zien dat het meevalt,' zei ze bemoedigend, terwijl ze een rozijnenboterhammetje met walnootpasta voor me smeerde. Ik keek op de klok. 'Ik hoop het,' zei ik met volle mond. Van de walnootpasta proefde ik niets.
Om vijf voor twaalf ging ik voor het schermpje van haar tablet zitten. Mijn vriendin wilde net een appeltaart in de oven gaan zetten.
'Doe dat nou straks,' zei ik paniekerig. 'Je moet me even helpen. Het is bijna tijd.'
'Ach joh, leer mij ambtenaren kennen,' zei ze ontspannen. 'Het zou me zeer verbazen als het stipt op tijd begon.'
Maar ze liet de taart even rusten en wees me hoe ik beeld en microfoontje moest bedienen. Als ik wilde interrumperen moest ik op het icoon van een handje drukken.
Stipt om twaalf uur verscheen er een man in beeld en werd mijn eigen kop zichtbaar, rechts onderin. We zaten elkaar een tijdje aan te grijnzen, de man en ik. Mijn vriendin drong erop aan dat ik iets zou zeggen. Dus ik drukte op het knopje dat de microfoon aanzette en stelde me voor. De man, een dertiger met een baardje, gromde verveeld. 'Ik snap er niks van,' er gebeurt niets,' hoorde ik hem mompelen. Hij streek blijkbaar met zijn hand over zijn scherm, want een vleeskleurig vlak onttrok hem aan het zicht. Zo zaten we een tijdje ongemakkelijk naar onszelf en naar elkaar te gluren. Een melding op het scherm, linksboven, vertelde ons dat er een aantal mensen in de lobby zat.
Net toen ik het met een zucht wilde opgeven (mijn best gedaan, aan mij lag het niet, ik kon met opgeheven hoofd, etcetera) verscheen er in de rechterbovenhoek een vrouw. Ze stelde zich voor als de secretaresse van de juridische commissie. Er was een fout gemaakt. Er waren, in twee verschillende mails, twee verschillende links verstuurd. De rest van het gezelschap zat in de andere 'ruimte' te wachten. Wij moesten de oorspronkelijke link activeren.
Mijn vriendin zocht op haar laptop de eerste mail op en stuurde die door naar het tablet. Maar die werd verzonden, dat zagen we, maar arriveren deed hij niet. Ik zuchtte andermaal en wilde opstaan. Maar daar, als bij toverslag, was een mozaïek van portretjes op het scherm verschenen. Iedereen was er, alleen de man in wiens tuin de omstreden boom staat, ontbrak nog. Toen hij na een hoop geklooi ook de juiste papieren voor de vergadering had gekregen begon het. Twintig minuten te laat.
'Gewoon maar afwachten,' had mijn vriendin gezegd. 'Er is een moderator, die leidt het gesprek en zorgt dat iedereen aan het woord komt.' En ja, iedereen kwam aan het woord. En bleef kalm. Er werd niet geschreeuwd. Argumenten en standpunten werden weloverwogen naar voren gebracht. Het viel mee, inderdaad. Tot slot zwaaiden we naar elkaar. Niet met een blauw handpalmpje, maar met onze echte handen.
Of de uitkomst van de hoorzitting ook zal meevallen, is nog maar de vraag. De groendeskundige die door de woningbouwvereniging (de aanvrager van de kapvergunning) was ingehuurd sprak met norse, luide stem. Wat hij zei was discutabel, maar klonk als zekerheid. De onafhankelijke groendeskundige van de gemeente (de jongeman tegen wie ik de eerste minuten had zitten aangrijnzen) haalde feitelijk alles wat hij zei onderuit, maar deed dat zo onderkoeld, quasi verveeld mompelend, dat het klonk als aarzeling.
Nu maar hopen dat de juriste die moet gaan beslissen over het lot van de boom daardoorheen kan en wil luisteren. Het zal erom spannen, want erg op onze hand klonk ze niet. Misschien houdt ze wel niet van bomen. Ik kijk naar buiten, waar een boomklevertje de schors onderzoekt op insecten en een vinkje en een meesje broederlijk samen van tak naar tak hippen. Claws crossed, zeg ik tegen de katten, die met me meekijken.



