Dinsdag brak ik met mijn ingebakken weekindeling. Die slaat nergens meer op voor een pensionado en heeft sowieso nooit ergens op geslagen - ik ben immers mijn eigen baas. Ik stapte in de auto en reed naar de polder om mijn vriendin te verrassen.
De wind woei flink door de nazomers blauwe hemel. Eilandenweer, zei mijn vriendin. We plukten een uur lang distels uit het weiland, daarna spoelde ik het zweet af en las ik in een tuinstoel Het fregatschip Johanna Maria van Arthur van Schendel uit; in de schaduw, glas verantwoorde Riesling van de Ekoplaza binnen handbereik.
Mijn vriendin had nog wat andere klussen te doen. Werk voor twee, op de boerderij, ook als je geen schapen meer hebt. We aten een salade met stokbrood en wat overgebleven stukken pizza. Toetje met pruimen uit eigen tuin toe.
's Avonds ging de wind liggen, de vleermuizen kwamen, en we keken lang naar de sterren. Twee steelpannen, groot en klein, Poolster.
De volgende morgen reed ik terug naar de stad. Las op het balkon in Wim Hazeu's biografie van Marten Toonder. Sufte even op bed met de katten.
Daarna had ik een ingeving die de dreigende landerigheid doorbrak.
Hoe ik erbij kwam, geen idee, - maar die oude gitaar van het eerste decennium La Passione, die al twintig jaar lag te verstoffen in haar gehavende koffer met stickers fragile erop, een verminkt en incompleet instrument: stemmechaniek kapot, een barst in het bovenblad, vier ontbrekende snaren, - daar moest iets mee gebeuren en waarom niet nu?
Het eerdere plan, dat ik dit product uit de werkplaats van Ricardo Sanchis in Valencia maar gewoon moest wegdoen, desnoods bij het grofvuil, leek me nu bizar. Ik schoot in mijn slippers en droeg de koffer door de zwoele middag naar de winkel waar ik de gitaar ooit gekocht had, gaf mijn wensen te kennen en ging met een licht gevoel naar huis om een was te draaien of iets dergelijks; maar eerst zat ik nog een tijdje op een bankje aan de kade en keek naar de flonkeringen in het water.
Als ik grip op de dingen verlies ga ik lijstjes maken. Meestal gebeurt dat als ik druk ben met verplichtingen die te veel van elkaar verschillen en me zorgen maak of het allemaal wel op tijd af komt.
Maar die behoefte aan orde op zaken stellen kan ook ontstaan, als je juist te weinig om handen hebt. In het grote drijfzand van een lange zomer bijvoorbeeld. Als je ontevreden bent en naar structuur begint te verlangen.
Ik stuurde mijn zoon een foto van de gitaar in de werkplaats. Ah ja, ik hou ervan, antwoordde hij. Frisse wind. Wat je in huis hebt ook daadwerkelijk KUNNEN gebruiken en in orde maken.
Het succes van de gitaar smaakte naar meer. Daar kwam het lijstje. Eerst in mijn hoofd, later als mail aan mezelf, in bed.
Dat schilderijtje van Ger, vlak voor zijn dood aan mij geschonken, moet nu toch eindelijk een mooi, romantisch lijstje krijgen. Die oude geïnfecteerde computerschijfjes met brieven en verhalen, al jaren klaarliggend op mijn bureau, moeten naar een bedrijf worden gestuurd, dat ze, schoongemaakt, van WordPerfect naar Word kan overzetten. Enzovoorts, genoeg te doen, ook zonder schapen.
Zaak is wel, het voor het eind van de zomer te doen. Want als de routine van koren, lessen, concerten en missen weer begint verdwijnt de urgentie. Dan is het oplappen van een oude gitaar de minste van mijn zorgen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten