Dinsdag besloten we tijdens de jaarlijkse vergadering van bestuur en dirigent om de repetitie op de woensdag af te blazen. Een tropenrooster of liever hitteplan ging in. Ik denk niet dat we dat hadden gedaan als we niet zo bang werden gemaakt door alarmerende kleurcodeberichten en overheidsoekazes. Van een beetje zingen in een redelijk koele sacristie is nog nooit iemand doodgegaan, denk ik. Mij kwam het wel goed uit: de vakantie begon de volgende dag. Rustig aan leven, tempo comodo, lezen bij de ventilator, op slippers en in korte broek naar de Appie slenteren, de dagelijkse parkmars hoefde even niet, ik was door de omstandigheden geëxcuseerd.
Prompt raakte ik in een creatieve stemming. Ik had tijdens de vergadering nieuwe koorliederen aangekondigd om de aanstaande jubileumuitvoering van de Linnaeus Cantate mee in te leiden. Ik sloeg een boek open dat ik ooit van straat had meegenomen, waarin ik alleen wat lusteloos had gebladerd maar dat ik te mooi uitgegeven vond om weg te doen: een echt koffietafelboek. Britain in Verse, glimmend papier, panoramische foto's van groene landschappen, een voorwoord van John Gielgud. Ik zocht op met name genoemde bloemen en vogels en koos na wat aarzelingen voor een fragment uit A Midsummer Night's Dream van Shakespeare. De cadans beviel me, ik ging aan de vleugel zitten en nog diezelfde dag had ik het in potloodschets op papier.
Scheppingsroes is voor mij een heel gewoon woord. Ik heb het alleen al op dit blog verschillende keren gebruikt, in de zorgeloze overtuiging dat ik goed Nederlands bezigde. Maar de Van Dale kent het niet (wel -drang, -drift of -vreugde) en als je het op Google intikt krijg je nul hits.
De volgende morgen was de eerste vlaag van scheppingsroes voorbij maar ik wilde mijn nieuwe lied nog niet loslaten. Ik bracht alles over in Dorico, nam er lekker de tijd voor, en verbeterde nog flink wat; daarmee zou ik ook de volgende dag doorgaan, want je moet ze nooit te snel de deur uit doen, deze geesteskindjes.
Vanmorgen toen ik voor de genadeloze 37 graden zou toeslaan naar buiten ging om spullen voor een spaghetti alla puttanesca te halen en ampel witte wijn om ijskoud te drinken (proost pa!) merkte ik hoe de hitte mijn enthousiasme nog een tandje hoger zette. Al op het snikhete en beendroge Museumplein had ik mompelend de eerste twee verzen vertaald. Zomaar. Voor de lol.
Titania
Ik ken een plek waar tijm uitbundig bloeit,
Waar sleutelbloem en ’t teer viooltje groeit;
Door kamperfoelie-weelde overdekt,
Met egelantier en rozen bont bevlekt:
Titania slaapt alle nachten hier,
Rust uit in ’t bloembed van haar dansplezier;
Een slangenhuid, glinsterend afgeschud,
Dekt ruim haar toe als ze is ingedut.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten