vrijdag 12 juni 2015

BIJNA NIETS


Het is zomer en ik probeer te doen wat men in de zomer het best kan doen: niets. Niets nuttigs, bedoel ik. Ik ben daar ook aan toe, want ik heb de afgelopen maanden zoveel noten en woorden geschreven dat ik er moe van ben. Maar als altijd blijkt het gevoel van urgentie moeilijk af te schudden. Ik kan me met nog zoveel overtuiging voorhouden dat ik voorlopig genoeg gedaan heb en rust verdien, een adrenalinespuitje ergens diep in de oudste delen van de hersenen blijft suizen, ik kan de knop niet vinden om het uit te zetten. Ik weet hoe het werkt, ik ken de methoden om er iets aan te doen. Ik wandel, ik mediteer, ik kijk goed om me heen en probeer daar genoeg aan te hebben. Soms lukt het. Maar als ik een dood uur probeer op te vullen met het oplossen van een kruiswoordraadsel blijkt dat ik mijn hand overspeeld heb: een diep gevoel van zinloosheid overvalt me. Ik kom soms een aardig end in het omgaan met de verveling maar aan puzzels ben ik nog niet toe.
Ik heb eens een boek gekocht met een zeer veelbelovende titel: De moeilijke kunst van het bijna-nietsdoen. Maar ik legde het al gauw teleurgesteld weer weg. De jolige Franse auteur, Denis Grozdanovitch, blijkt dat van zichzelf al heel goed te kunnen, niets of bijna niets doen, en ouwehoert er melig op los, in die pretentieus omslachtige zinnen die filosofische traktaten dikwijls ontsieren. De beste lessen leer je van mensen die zich datgene wat ze onderwijzen zelf met pijn en moeite hebben eigengemaakt. Hoe je niets moet doen kun je met de meeste kans op succes leren van een voormalige workaholic, een tot rust gekomen neuroot is de beste onderwijzer in gemoedsrust – ze kennen de valkuilen en de trucs en hebben een methode geconstrueerd die zoiets ongrijpbaars handen en voeten kan geven. De Boeddha was zelf een zoeker voor hij onder een boom ging zitten en besefte dat het zoeken nooit kan vinden, dat de jacht op geluk de prooi alleen maar verder op de vlucht jaagt, zoals jeuk erger wordt wanneer je krabt.
Men vervalt in herhalingen, zegt Nescio ergens. Het getuigt van zelfkennis want hij deed dat in elk geval wel. Zijn schrijfdrang was vele malen groter dan zijn voorraad onderwerpen. Aan zijn onverzadigbare fans danken we de uitgave van al die krabbels, dagboeken en notities – eindeloze variaties op één thema. Ik ben geen Nescio en dit stukje zal een eventuele verzamelbundel niet halen. Dat ik het toch schrijf komt voort uit dezelfde bron waaruit die adrenaline opwelt. Uit de drang om iets te maken. Uit mijn onvermogen om niets te doen. Ik zou net zo goed de plantjes op mijn balkon water kunnen gaan geven. Hoe geneest men een ficus die in de rui is, en hoeveel water moet een bloeiende hortensia eigenlijk hebben? Kleine, overzichtelijke problemen die net zoveel aandacht verdienen als de grotere die me voortdurend bezighouden. Het raadsel van het menselijk bestaan zal ook vanmorgen niet worden opgelost, en dat meesterwerk, dat houdt u met een beetje geluk van me te goed.


(Illustratie: Martin Lodewijk)


Nu te koop: 'De Chinese fluit', vertalingen van gedichten van Hans Bethge. Bibliofiele uitgave. 'De Chinese fluit' werd gezet uit de Van Dijck. De oplage bedraagt 99 exemplaren en werd door Avalon Pers gedrukt op Papier Japon.
De prijs is twintig euro. Als u die som op mijn rekening NL68 INGB 0004 1228 48 overmaakt en uw naam en adres vermeldt, krijgt u de 21 gedichten gesigneerd toegestuurd.


6 opmerkingen:

Hans Valk zei

Inderdaad. Niets doen moet men leren van een voormalige workaholic.

Al heel vaak heb ik gedacht: hoe kan ik die neuroot van een Rookzanger helpen los te komen van zijn verveling en onlust als ie weer eens even niks 'moet'. Ik heb ook wel eens halfslachtige pogingen gedaan om je op het spoor van De Uitvreter te zetten, geloof ik. Exclusief zijn tragische einde dan, vanzelfsprekend.
Maar al lang geleden (ik volg je nu alweer zo'n vier jaar, als ik me niet vergis) heb ik besloten dat dit niet werkt. Ik ben namelijk geen workaholic en begrijp daarom je probleem niet. Alleen als ik iets wil en één of ander idee tot uitvoer wil brengen, kan ik wel eens in een tijdelijke uitbarsting van energie iets voor elkaar fietsen. In essentie ben ik echter tamelijk lui. Desondanks verveel ik me nooit.
Mijn probleem is de laatste tijd van heel andere aard dan het jouwe. Ik heb namelijk nog tal van die ideeën, maar mis de energie om ze, naast mijn betaalde werk, ten uitvoer te brengen. Dat is dan weer mijn grote frustratie. Maar die frustratie wordt heel makkelijk verdrongen door mijn neiging tot een beetje aankeutelen, maar feitelijk niets blijvends produceren. Ik ben ongelofelijk goed in niks doen..

Wat jij nu verder hebt aan deze ontboezeming weet ik ook niet, maar de tegenstelling tussen jouw en mijn probleem vind ik wel ironisch. Waar een mens toch allemaal aan kan leiden.

Of heb je stiekum toch allerlei ambities waar je geen vorm aan weet te geven en is dat de bron van je ongenoegen? Want dan lijken we toch meer op elkaar dan we denken.
















Jan-Paul van Spaendonck zei

Hier past slechts een weifelend maar veelbetekenend 'tja'.... Ik kan er wel wat noemen, onvervulde ambities, zoals ieder mens. Maar die overstijgen het haalbare en komen uit de idealistische categorie waarin we de jeugddromen over een Grote Liefde e.d. tegenkomen...

Hans Valk zei

In dat geval zijn we toch heel verschillend, denk ik.

Jan-Paul van Spaendonck zei

... en natuurlijk een welverdiend pensioen in een lief huisje in het Zuiden van Europa; maar die droom geef ik nog niet op!

Hans Valk zei

Zit ik nog eens naar mijn eerste reactie te kijken; zie ik daar dat ik weer eens 'lijden' en 'leiden' door elkaar heb gehaald. Qua spelling, dan. Nou ja.

Wat betreft die misschien wel realiseerbare grote dromen: in die categorie heb ik er precies één. Uitgebreid en in slakkengang de kusten van noordwest Europa uitkammen met mijn drijvend persoonlijk koninkrijk als vehikel. Te beginnen met het perfide Albion, vanzelfsprekend. Een project van vele jaren, schat ik. Dat in principe nooit hoeft te eindigen. Maar op zeker moment zal, onvermijdelijk, het lijf wel roet in het eten gooien.
Daarnaast nog aantal kleinere dromen. Zoals bijvoorbeeld nu eens een keer ècht het voorjaar van A tot Z meemaken. In de natuur, in plaats vanaf een bureaustoel, achter een beeldscherm.

Dàt: buiten zijn en je ogen en oren de kost geven, dàt is eigenlijk mijn favoriete vorm van niks doen.

Vitalski zei

transcendentaal mediteren is de boodschap...