vrijdag 23 januari 2015

ONTWAKEN


‘Heb je lekker geslapen?’ vraagt mijn vriendin. Ik vertel dat ik twee keer wakker heb gelegen. ‘Dan zit je iets dwars,’ weet mijn vriendin. Ik zwijg. Ik heb geen zin de oude discussie weer aan te gaan, het is nog te vroeg. Mijn wisselende stemmingen gedragen zich als een latent en willekeurig uitbrekend virus, enig verband met eraan voorafgaande ervaringen heb ik zelden kunnen aantonen. Bovendien heb ik tijdens mijn slapeloosheid niet liggen piekeren, ik heb liggen denken aan alle operettes die ik vroeger heb gezongen. Een episode waar ik zelden meer aan denk kwam bont gekleurd weer tot leven.
Als ik uit de keuken kom met koffie staat ze voor de geopende balkondeur. Aan de overkant, in de schelle morgenzon, staan twee brandweerauto’s en een ambulance. Een hoogwerker manoeuvreert zich voor een raam. Even later wordt een met lakens afgedekt lichaam naar beneden getakeld. Een man die we kennen, een Zwitserse kunstenaar, stapt voorin de ambulance naast de bestuurder. We speculeren dat het zijn vriend is, die daar opgebaard ligt. Zo ja, moeten we dan niet onze Zwitserse vriendin, op wier feestje we deze mannen ooit hebben ontmoet, waarschuwen? We zijn een paar jaar geleden heel hartelijk door haar ontvangen toen we op doortocht naar Italië waren en hebben destijds verzuimd iets van ons te laten horen. De foto’s die we zouden sturen sluimeren nog in de computer; hoe langer we wachtten hoe gênanter het werd om alsnog een bericht te zenden. Is dit niet een goede aanleiding om na al die tijd de stilte te doorbreken? Ik twijfel. Het lijkt me te veel op roddel. Tenslotte weten we niet wie daar wordt weggedragen. Als ze nog steeds met de mannen aan de overkant bevriend is krijgt ze wel een rouwkaartje, zeg ik. De ambulance rijdt weg en ons meningsverschil blijft onbeslist.
Ondertussen is mijn jongste dochter beneden gekomen en zij en mijn vriendin beginnen een levendig gesprek. Hun opinies zijn heel sterk vanmorgen, hun feitenkennis fenomenaal. Ik zit er zwijgend bij. Te veel reuring op mijn nuchtere maag, een paar uur geleden was ik nog een achtentwintigjarige operetteprins en zong Caramello in Eine Nacht in Venedig.
Het lampje van mijn Zensations E-Hookah knippert. Ik vlucht naar mijn werkkamer om de batterij op te laden en legitiem een echte pijp op te steken.

1 opmerking:

Jan Kusters zei

Heerlijk blog weer, dank!

Er zit een trucje aan de kalebaspijp, dat me doet denken dat een toneelspeler toch nog wel eens voor die ‘karikatuur van een pijp’ zou kunnen kiezen. Hij gaat namelijk nauwelijks vanzelf uit als je praat. In een gesprek pijproken is een probleem; de pijp gaat de hele tijd uit. Maar een kalebaspijp om de een of andere reden niet; hij blijft veel langer gewoon doorbranden, na 2 minuten neem je een trek, en je rookt zowaar gewoon verder!

Of dit de reden was, en of Gillette überhaupt zo’n ding rookte, ik heb geen idee. Ik heb er zelf wel een, maar hij staat niet in mijn pijpenrek, maar als gadget bij mijn drie dikke geannoteerde bundels. Ik rook hem vrijwel nooit (uiteraard wel weer een keer naar aanleiding van je blog, maar dat telt niet  ). Het is inderdaad een karikatuur van een pijp (uhm, past een karikatuur nu net niet of nu net wel op een podium?), en ondanks zijn babbeleigenschappen schaam ik me om zoiets in gezelschap op te steken. Dan laat ik me nog liever de mond snoeren door een gewone pijp die ik aan de praat moet houden…