vrijdag 21 september 2012

PERSONA

Ik werd wakker met de ijle stem van Neil Young in mijn hoofd. “Old man take a look at my life…” Ik ging in gedachten mijn dromen na maar kon niks vinden in de recente files dat met de Canadese zanger verband hield. Ook was het al lang geleden dat ik een cd van hem had opgezet. Toen schoot me een gespreksflard van gisteren te binnen. Ik was in Haarlem op bezoek bij mijn oude vriend Karl. Hij vertelde over een kunstenaar die hij kende, die twee passies had: de romancyclus A Dance to the Music of Time van Anthony Powell, en het oeuvre van Neil Young.
Terwijl ik koffie zette en een eerste pijp opstak bepeinsde ik onze verdere gesprekken. Over die romans van Powell hadden we het ook gehad, maar slechts summier, aangezien we ze geen van beiden gelezen hebben. Internetcommunicatie was een belangrijk thema geweest. Waar hield openheid op en begon exhibitionisme? Hoe verhield creativiteit zich tot ijdelheid?
Karl had, toen de wodka zijn tong begon los te maken, ook een paar dingen gezegd die me voorlopig nog wel even bezig zouden houden. U kent ze wel, die oprechte complimenten die als het Paard van Troje een massa eerder verzwegen kritiek herbergen. Karl vond dat ik mijn oude vorm terug had gevonden, dat ik weer de Jan-Paul was die hij kende. De laatste tijd herkende hij een vonk en een beet in mijn schrijfsels, die hij in het jaar na mijn verblijf in de kliniek gemist had. Wat ik toen had geschreven was bezadigd geweest, relativerend, onpersoonlijk ondanks al zijn eerlijkheid, kortom, een beetje saai.
Het was niet om literaire redenen dat deze kritiek me raakte. Karl sprak over mij, over het beeld dat hij van mij kreeg uit dit blog. We zien elkaar niet zo vaak, dus van mails, blogs en dergelijke moderne communicatie moeten we het hebben. En hij vond het beeld dat de doorkijkspiegel van mijn blog hem toonde tegenwoordig levendiger en persoonlijker dan het geweest was. Het leek, zei Karl, of ik mijn persoonlijkheid had hervonden.
Persoonlijkheid of persona?, wilde ik weten. Daar kibbelden we even over, want mijn afkeer van het maatschappelijk masker is groot, en met mijn hang naar de Boeddhistische leer, die het ware zelf zoekt in de stiltegebieden die zich diep onder alle lagen make-up bevinden, heeft Karl niets: zijn afkeer daarvan is minstens zo groot.
Wat me verontrustte was als gezegd niet de literaire kritiek. Dit zijn uiteindelijk maar blog posts, stukjes van een dag. Nee, het was het gevoel dat er hier iets op een vreemde manier scheef zat. Want mijn eigen kritiek, mijn zelfkritiek bedoel ik, zei iets heel anders dan wat Karl zei. Ik vond juist dat ik me de laatste tijd op gevaarlijk terrein bevond, dat ik het risico liep weer verstrikt te raken in ambities en wereldse besognes, dat ik de innerlijke rust en het verruimende inzicht dreigde te verliezen die mijn retraite me had geschonken. En kijk, net op het moment dat ik opnieuw ten prooi ben aan allerlei onwelkome spanningen en uit mijn evenwicht ben geslagen, dat ik er niet altijd meer in slaag 'bij mezelf te blijven', zegt mijn oudste vriend: ‘Je bent jezelf weer!’
Daar moest ik wel even op kauwen. Vooral omdat het zoveel implicaties heeft. Heeft Karl gelijk? Leidt een te beschouwelijke toestand tot persoonlijke vervlakking? Of ben je in het oog van de buitenwereld pas jezelf als je je laat kennen? Als je blijk geeft van irritatie, van woede, van enthousiasme, van emotie, van kleingeestigheid of wat voor menselijke zwakte dan ook? Dan hebben Oost en West het over twee verschillende dingen, als ze over het ‘zelf’ spreken. Is wat ‘persoonlijkheid’ wordt genoemd misschien niets anders dan dát masker dat het best bij je past, dat je het lekkerst zit?
Moeilijke zaken, ingewikkelde overwegingen, die ik als ik wijs was voor mezelf zou houden. Want een ander punt van de kritiek die in het kielzog van Karls lof meekwam was dat mijn stukjes vaak nogal parochial waren: onderonsjes, preken voor eigen parochie. Daar moest ik hem gelijk in geven. En door dit te schrijven zet ik nog eens een vette streep onder zijn gelijk. Maar ik zeg er onmiddellijk bij dat ik het niet anders zou willen. Ik wil geen papieren masker hoeven opzetten dat een zo groot mogelijk publiek behaagt. Ik hoef hier niet van te leven. En als ik al preek dan is dat voor een parochie die haar eigen herder gekozen heeft. U hoeft dit immers niet te lezen. Ik moet het wél schrijven.
Voor wie nog luistert zing ik met Neil Young: “Take a look at my life, I’m a lot like you.”

1 opmerking:

Hans Valk zei

Je roert een interessant punt aan, Rookzanger.
Ik wil niet beweren dat ik er ook mee worstel, maar het al dan niet persoonlijke karakter van wat ik tot nu toe aan mijn blog heb toevertrouwd houdt me wel bezig. Al dan niet onbewust doe ik mijn best om op mijn blog over te komen als een beschouwelijke denker. Of dat een goede weergave is van mijn dagelijkse persoonlijkheid betwijfel ik ten zeerste. In de praktijk ben ik regelmatig ook chaotisch en niet rationeel, zelfs driftig en lichtelijk haatdragend. Mezelf laten 'leeglopen' op mijn blog zou veel rommel en viezigheid opleveren, ben ik bang. Daar wil ik puur uit mededogen met mijn lezers al niet aan beginnen, laat staan dat ik goedbedoelde adviezen wil uitlokken.
Desondanks heb ik wel de neiging om het wat persoonlijker te gaan maken, omdat ik gemerkt heb dat een paar van de stukjes die ik de afgelopen tijd heb heb geschreven naar mijn idee iets zeggen over wie ik ècht ben, zonder te ontaarden in larmoyante zelfbevlekking of zieligheid. Ik ben wat dat betreft op zoek naar een zekere balans. Misschien is dat zoeken wel één van de oorzaken van het feit dat ik de afgelopen maanden niks meer heb gepubliceerd, afgezien van het ontbreken van echte tijd en inspiratie door zomerse bezigheden.

Laat ik afronden met de mededeling dat ik de mening van je vriend niet deel. Of ik jouw mening (dat je jezelf de laatste tijd op gevaarlijk terrein begeeft) deel weet ik niet.
Het verschil tussen nu en de tijd dat ik je begon te lezen (ongeveer anderhalf jaar geleden) is naar mijn idee dat je misschien wat minder reageert op de actualiteit in de media en wat meer over je persoonlijke onrust schrijft. De stukjes over ontmoetingen met andere persoonlijkheden en ervaringen op straat zijn er echter nog steeds. En die zeggen ook veel over je persoonlijkheid. Meer dan je zelf vaak in de gaten hebt, denk ik.
De bottomline lijkt mij dat je in je schrijverij niet degene hoeft te zijn die je vrienden menen te kennen. Het lijkt me eerlijk gezegd juist dikke winst als dat niet zo blijkt te zijn.