We wilden eens een DNA-test doen, om te kijken wat er nu precies waar was van al die familieverhalen. De wattenstaafjes gingen in een met vloeistof gevuld buisje en werden opgestuurd naar een laboratorium in een ver buitenland. Daarna was het wachten geblazen. Regelmatig kregen we mails van het bedrijf met reclame voor andere diensten, stambomen uitzoeken bijvoorbeeld, of DNA-matches met anderen vaststellen. Er zit geld in ons verborgen verleden.
Afgelopen woensdag was het zover. Ik opende de mail.
Jan-Paul, U bent... verscheen in beeld - een sterrenhemel lichtte aan, er klonk spannende muziek - ... 76,7 % Nederlands.
Oké, dat zat eraan te komen. Maar het ging me natuurlijk om die andere 23,3 %.
Ik heb ooit de stamboom van mijn oma uitgezocht. Dat was een makkie, want de familienaam Grabijn is zeldzaam, en terug te voeren tot één persoon. Hans Hinrich Grabin (1707, Brinkum, Nedersaksen) had een zoon Friedrich (1743-1803) die naar Nederland kwam vanwege de liefde en zijn naam verhollandste tot Grabijn. Hij stierf in Amsterdam en ligt daar ook begraven, in Buikslotermeer. Zijn zoon heette Jan Fredrik. Zijn kleinzoon Johannes Christiaan (1798-1826) verruilde Amsterdam voor Delft en daar begon de familiegeschiedenis van mijn Delftse oma.
Als bluffende genealogie-amateur poneerde ik: die Grabijns zijn dus helemaal geen Hugenoten (Grabin op zijn Frans uitgesproken) zoals in de familie werd beweerd - mijn oma had zelfs een Hugenotenkruisje -, het zijn Duitsers, en gezien de naam "Grabin" waarschijnlijk uit Polen. In dat Oostblokland liggen namelijk een aantal steden en dorpen die zo heten.
De DNA-uitslag gaf me deels gelijk; ik ben voor 5 procent Duits, dankzij Hans Hinrich. Maar niks Polen. Grabin is een gewone Duitse naam en heeft geen aantoonbare Poolse herkomst. Exit Polen, geen genetisch excuus meer voor die drankzucht.
Ook een andere aanname kon de prullenbak in. Ik was van vaderszijde een Spaanse Brabander, wist ik vrijwel zeker. In de 80-jarige Oorlog hadden de Spanjolen 12 jaar lang Den Bosch belegerd en daar, in de Meierij, waar mijn oma Jet vandaag kwam, zowat alle meisjes bevrucht. Vandaar het donkere uiterlijk van oma, die koolzwarte ogen. Maar het DNA was onverbiddelijk. Geen drupje Spaans bloed. Waar dat donkere dan wel vandaan kwam?
Hoera! Ik was voor 4 % Frans!
Maar, voor mijn Joodse collega's die me in de loop der jaren hebben omarmd als een vermoedelijke verre bloedverwant: West-Europese en Centraal-Europese Asjkenaziem: 0.0 procent.
Goed. Geen Pool, geen Spanjaard, geen Jood. Wat dan wel, behalve dat vooral Tilburgse, Antwerpse en Zuid-Hollandse, en dat beetje Duits en Frans?
Tromgeroffel... Negen procent Engels!
Huh? Waar komt dat vandaan? Vandaar dat ik me bij de Britten altijd zo op mijn gemak voel.
Tot slot hadden de uitkomsten van kit nummer MH-488X77 nog een kleine verrassing in petto. Die twee procent Zweeds en Deens... ach, dat zou wel van de Engelse connectie komen. De Vikingen hebben het eiland immers geteisterd, geknecht en bevolkt.
Maar dat ik voor 1,6 % Schots en Welsh ben, dat pleziert me. Ik ga een doedelzak kopen.
Illustratie: Jacob Jordaens (1593-1678), zelfportret als doedelzakspeler, circa 1640.
.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten