vrijdag 9 januari 2026

IJsvrij, Bruch en Frost

In het park zag ik kindjes die op een gierend sleetje voortgetrokken werden, flink ingepakt, met rode wangen; die zullen later, over twintig, dertig jaar, zeggen, net als wij dat doen: in mijn jeugd sneeuwde het altijd. 
Ik maakte deze week opnieuw kennis met een heel oud fenomeen: ijsvrij. De besturen van mijn beide koren vonden het niet verantwoord om 's avonds naar de repetitie te gaan. Kwieke mensen, die zangers, maar op leeftijd, en hardnekkige fietsers, anders dan hun dirigent; en die malle maar verstandige helmpjes beschermen je niet tegen een gebroken heup. 
Zo werd het een week zonder afleiding van buitenaf. Ik kon me helemaal wijden aan het componeren van nieuwe muziek, een klein requiem op teksten van onder meer Rimbaud, voor de aanstaande dodenherdenking. Mijn dagelijkse wandeling door het park was vooral woensdag sprookjesachtig mooi. Maar zelfs toen het gisteren flink ging dooien bleef het sneeuwdek ginds onverlet, door de koude ondergrond. De vogels hadden honger, er werd flink gekrijst. Ik hoopte maar dat de roerdomp en de ijsvogels nog een wak konden vinden.
Na die welbestede dagen trok ik me terug in de veilige kuip van mijn oudroze zetel. Ik betreurde het wel een beetje dat ik uitgerekend nu, in deze zeldzame omstandigheden, geen sfeervol glas wijn of nog liever cognac kon drinken; eigen schuld: als ik een wat matiger mens zou zijn hoefde ik me na de feestdagen niet zo te straffen met strenge onthouding en kon ik met gerust hart een uitzondering maken.
Ik herinnerde me hoe mijn vriend E. en ik vele jaren geleden in de huiskamer van zijn ouderlijk huis (de ouders waren blijkbaar elders) op meeslepend volume het vioolconcert van Bruch hadden gedraaid. We dronken er cognac bij. Buiten woedde een sneeuwjacht en we waren romantisch gestemd. De oude, dikke kat, die van E.'s vader aan tafel mocht zitten en lekkere hapjes rosbief of vis toebedeeld kreeg, hoorde er niet van op, van die luide violen; hij sliep rustig door. Maar als er iets tikte in de potkachel spitste hij alert de oren; wij verwonderden ons daarover. Selectief luisteren, het buitensluiten van als onwenselijk beschouwde geluiden -  is dat hoe je met tinnitus moet leren omgaan? Mijn eigen oorsuizen was aan het eind van de decembervieringen op schrikbarend hoog niveau geraakt, parallel met het opgejaagde ritme van mijn hart. Al na een paar dagen sober leven werd het suizen weer normaal, een schelp vol wind en branding, en ook het hart hervond zijn gewone slag.
Ik herinnerde me nog een avond met vriend E., die net als ik door de kunsten gefascineerd was: deze avond was bij mij thuis, in Slotermeer, ook mijn ouders waren uithuizig. Het moet een paar jaar voor die sneeuwavond zijn geweest. We zaten aan de eettafel en tekenden met pen en Oost-Indische inkt. E.'s tekening heette Des pas sur la neige, naar de pianomuziek van Debussy die op stond. Of het die avond ook sneeuwde weet ik niet meer, misschien is de associatie uitsluitend op rekening van de muziek te schrijven. Ik vraag me af of hij die tekening nog heeft; de mijne, Glupo de Zeebold genaamd, bezit ik nog. 
Bij gebrek aan stemmige drankjes ontspande ik me na de arbeid met de televisie. Vier dagen exact dezelfde programma's op NPO2 en NPO 2 Extra, afgerond met een half uurtje luit spelen en de lezing,  in bed, van Vestdijks Ierse nachten en iedere avond een verhaaltje uit Dubliners van James Joyce als slaapmutsje.
We lieten de kerstboom nog maar even staan. Jammer dat de timing van dit winter wonderland niet beter was gedaan door de Natuur.
Wel dik in orde was de timing van het verschijnen van mijn nieuwe bundel vertalingen. Frost, Robert Frost. Toen ik vanmiddag op weg ging naar Lokaal 't Loosje waar ik uit handen van uitgever Jaap Schipper het eerste exemplaar zou ontvangen, regende het nog, een kille, miezerige regen. Op de terugweg joegen dikke vlokken sneeuw wanordelijk door de asgrijze lucht, de eerste bleven alweer liggen op bomen en autodaken. In de tram keek ik beurtelings naar de door Breitner geënsceneerde stad en naar de prachtig bedrukte bladzijden van het in terracottakleurig papier ingenaaide boekje. Het komt binnenkort officieel uit. Als u interesse heeft, laat het me gerust weten. 

Robert Frost:
Aan de wind die dooi brengt
Gedichten gekozen en vertaald door Jan-Paul van Spaendonck
Statenhofpers, Den Haag


Geen opmerkingen: