Op mijn lessenaar, een ruw getimmerd geval van goedkoop hout dat uit de inboedel van een kerkkoor afkomstig is, staat een verzameling papieren die in de loop der tijd zo gegroeid is, en geen ander doel dient dan mij een plezierig gevoel te geven. Een geplastificeerde aankondiging van Schuberts Schwanengesang, fraai ontworpen door mijn vriend Ger, met de tekst Lennaert Nijgh leest, Jan-Paul van Spaendonck zingt, Jan van Spaendonck speelt; een flyer voor La Vie Parisienne, mijn tweede voorstelling als dirigent bij operettevereniging Thalia; de bladmuziek in roze kaft van Chanson de la mort de Don Quichotte van Jacques Ibert; een schets in houtskool van mijn duo La Passione, tijdens een optreden gemaakt door Carla Baarspul; een ingelijste foto van mij en mijn vader achter de piano, waarschijnlijk genomen in 1986, in de Jasonstraat. Te veel namen op dit vuren altaartje hebben betrekking op personen die niet meer onder ons zijn.
Deze week had een leerling de vellen op tafel gelegd om haar eigen bladmuziek op de lezenaar te plaatsen. Ze had alles keurig teruggezet maar omdat de ordening nét anders was dan ervoor keek ik met frisse blik naar het geheel. Ik dacht aan mijn vader, aan Lennaert, aan Ger. Mijn vader is volgende week tien jaar dood. Ger ook alweer vijf jaar. Lennaert maar liefst vierentwintig jaar. Ger en Lennaert waren een dag na elkaar jarig, eind januari, onder het Teken van de Waterman.
Thalia, de Amsterdamse muze waar mijn vader ook nog eens als invaller heeft gewerkt, stopte in 2022 na 106 jaar met ademen en zingen.
Buiten trok de wind aan. De Wilde Jager was nog niet op pad door het luchtruim met zijn bloeddorstige gevolg maar het scheelde niet veel. Mijn gedachten namen een vertrouwde loop, die met het ouder worden alleen maar vertrouwder wordt.
Hoho! Ik dacht bijtijds aan mijn vriendin die onlangs nog zei, dat je zulke doemscenario's niet klakkeloos hoeft te aanvaarden, dat je ze een beetje kunt ombuigen, dat je niet willoos overgeleverd bent aan je negatieve gedachten: een beetje tegengas kan een mens toch wel geven. Een versje welde in me op.
Alles gaat voorbij, maar in 't voorbijgaan
Komt er heel wat moois op onze weg.
Illustratie: "De Walkure' (1865) van de Noorse schilder Peter Nicolai Arbo (1831-1892)
.jpg)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten