De serveerster van café De Volder zei hebbie in plaats van 'heb je' en: ik gaat. Het zangerige hih dat Delvenaars zeggen in plaats van hè als ze je niet verstaan hebben of aan het vragende eind van een korte mededeling, maakte het af. Mijn oma aan het woord, mijn oma als jonge vrouw. Mijn vriendin raadde mijn sentimenten toen ze vroeg: 'Wil jij eigenlijk niet liever in een kleine stad wonen?'
Ik kon het niet ontkennen. 'Ja,' zei ik, 'Haarlem, Dordrecht of, inderdaad, Delft. Eigenlijk hoor ik hier thuis. Zo voelt het ook. Generaties Wijnmaalen en Grabijn hebben hier rondgelopen. Ik heb me veel te veel blindgestaard op het Tilburgse, het Van Spaendonckse in me. En zelfs aan die kant zit Zuid-Hollands bloed! Mijn vader had een tante Marietje die uit Dordt kwam. En mijn oma Jet kon in haar voorgeslacht bogen op de regentenfamilie Van Mierop, die onder meer, eind 18e eeuw, de burgemeester van Rotterdam heeft voortgebracht.'
Er was hier in Delft - dat had ik vandaag gezien - zelfs een Brabantse Turfmarkt. Kortom: wat moest ik nog in dat perfide Amsterdam, waar mijn beide opa's door beroepsomstandigheden kwamen te wonen, als het ware in ballingschap: niks toch, hih?
Toen we zeventig werden en een feestje gaven wilden we geen cadeaus. Geen spullen althans, die hebben we al veel te veel. De gasten negeerden die bescheidenheid maar losten het creatief op. Er was op naam van ons een perceeltje gekocht in een natuurgebied, dat we op die manier sponsorden. We kregen kaarten voor voorstellingen naar keuze. Een tegoedbon voor een high wine in een luxe hotel in Delft. Het is oppassen zulke beloftes niet te laten verjaren. Er is altijd wel iets dat de verzilvering in de weg staat. Maar toen er een koorrepetitie uitviel, afgelopen woensdag, leek dat een mooi moment voor een feestelijk middagje in de stad van mijn moeder. Het was de laatste nazomerse dag, mijn bijholteontsteking liep op z'n end. Op naar het Arsenaal!
Deze voormalige opslag van vuurwapens, kanonnen en munitie, een tuighuis dat na de oorlog ironisch genoeg als gevangenis diende voor collaborateurs (dit werd op de toeristische plaquette niet vermeld), is een markant gebouw, schilderachtig gelegen op een schiereiland tussen de grachten Oude en Nieuwe Delft; we werden er onder de enorme houten steunbalken vriendelijk en vakbekwaam ontvangen. Geen accent hier, zoals op straat.
Er hing een prijskaartje aan, dat rook je aan alles, maar de kwaliteit in aanmerking genomen, zowel van de hapjes (twee gangen, koud en warm, samen net genoeg voor een licht avondmaal) als van de drankjes (mooie, zorgvuldig geselecteerde wijnen, desgewenst zonder alcohol) vond ik het toch niet duur; alles was net iets beter dan gemiddeld en de prijs - zag ik later op hun website - was nog onder het gemiddelde voor dit soort verwennerij. Het glaasje grappa chardonnay dat ik buiten het arrangement om bestelde als digestief was met zijn 12 euro relatief het duurst.
Maar goed, dit is geen recensie! Het was een geslaagd verjaardagscadeau, dat wou ik maar zeggen; bedankt, gulle gevers!
Eenmaal buiten in de nog vroege en zoele avond kon ik de verleiding van een laatste glas in Delft niet weerstaan. Op een terrasje aan het Vesteplein laafde ik me nog eens aan het zangerige accent en maakte ik woeste plannen om te gaan verhuizen, terug naar opa en oma. Kon dat nog, met zeventig? Mijn vriendin vond van wel.
Onderweg naar huis begon het stevig te regenen. De herfst was begonnen.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten