vrijdag 20 maart 2026

Maart, maart!


De twee gezichten van de lente wisselden elkaar af met grotere snelheid en fellere kracht dan in andere jaren.
Eerst was er het ontluiken, de belofte, een zachte drang tot verandering. Ik keek naar mijn zomerjasje, heel teer bleekgeel met een subtiel Bommel-ruitje van blauwe en rode draad, en stelde vast dat de nek groezelig was, ik zou het naar de stomerij moeten brengen. Welke wist ik nog niet want de vertrouwde droogkuis in de Ferdinand Bolstraat was, had ik op het nieuws gezien, ten prooi gevallen aan brandstichting en explosieven.
Dan was er mijn kapsel. Dat was een ongepaste wintervacht die me vanuit de spiegel aangluurde met een ouwelijk aureool van veel lang en wit haar. Dat moest er spoedig af. Nog voor 1 maart eigenlijk, de dag van de meteorologische lente en de dag waarop mijn vriendin en ik onze zeventigste verjaardag vierden. Ondertussen fotografeerde ik bloesems in het park, citeerde neuriënd een Chinees gedicht over het uitbreken van het voorjaar en voelde me er in alle opzichten klaar voor.

Maar - er kwam een griepje, rond mijn echte verjaardag, en daarna was alles anders. De lente had me zijn wrede aangezicht toegekeerd, dat schitterde van hard licht en vol harde geluiden was. Mooi weertje, vond iedereen, de weerman van het journaal was in zijn nopjes. Maar de zwarte vlekjes voor mijn ogen dansten wild en de piep in mijn oren was ongewoon hard. Nerveus van maartangst, zweterig en overgevoelig door hardnekkige verkoudheid deed ik wat ik moest doen en onttrok me zoveel mogelijk aan wat niet echt noodzakelijk was. Blij 's avonds met een boek naar bed te mogen. Het eierdooier-met-melk-gele jasje bleef aan zijn knaapje, de kapper moest nog maar even op klandizie wachten. 

Hieronder een gedichtje over de goede kant van maart, de welkome, de veelbelovende, de verruimende, de reinigende. Ik schreef het op 15 maart 1978, twee dagen na mijn tweeëntwintigste verjaardag. Het staat op pagina 9 van een gloednieuw prachtboek, waarover ik u aanstaande zondag alles zal vertellen. Nog even geduld!  

Maart

De wereld wordt door stormen schoon geblazen,
en als een gouden olie uit kristallen schenkkan
vloeit het licht, en vult de maartse lucht.

Een wolkennet met fijne blauwe mazen
is luchtig vallend om de aarde gedrapeerd:
de vogels weven het in dronken vlucht.


Illustratie: De Dans van de Tijd (1635), Nicolas Poussin (1594-1665)


Geen opmerkingen: