vrijdag 27 februari 2026

VOORJAARSSCHOONMAAK


Het plotselinge uitbreken van de lente laat vermoedelijk niemand onberoerd. Iedereen zal het op zijn of haar eigen manier ervaren. Je ziet mensen (vele) die, meteen omgeschakeld, een ijsemmer vol wit of rosé bestellen op een hip terras. Anderen aarzelen welk soort jas te dragen (of helemaal geen?) en moeten nog even wennen aan al het gekwetter en lichtgeschitter. Ik was met mijn vriendin in Amsterdam Nieuw-West bij een Turkse winkel om inkopen te doen, want we hebben iets te vieren; we kochten meer dan we normaal zouden hebben gedaan, het zag er allemaal zo feestelijk uit, wat daar in bakken en schalen lag opgetast.
In de auto neuriede ik, tussen happen van een lahmacun door, Mahler: Der Trunkene im Frühling. Thuis sloeg ik er mijn vertaling op na, en daarna het origineel van Hans Bethge, dat nogal afwijkt van Mahlers versie. Zoals altijd vroeg ik me af waarom ik het iconische eerste vers niet gewoon had vertaald als: Als slechts een droom het leven is. Vroeger vond ik die één op één vernederlandsing heel gewoon. Toen ging ik twijfelen: het was toch écht een germanisme, die rare woordvolgorde. Ook mijn voorganger, dichter-vertaler Hélène Swarth (1859-1941), durfde ruim een eeuw geleden een letterlijke vertaling niet aan in De chineesche fluit (Meulenhoff, 1921) en maakte ervan: Zoo 't leven meer niet is dan droom... 

De drinker in de lente

Het aards bestaan is slechts een droom  – 
Wat maken we ons druk?
Ik drink totdat ik niet meer kan,
In ongestoord geluk.

En als ik niet meer drinken kan,
Gevuld van buik tot mond,
Dan val ik in een slaap die duurt
Tot aan de morgenstond.

Wat hoor ik als ik wakker word?
Een vogel in een boom.
Ik vraag hem of het voorjaar is – 
Het is alsof ik droom.

De vogel kwettert: ja, het is
Al lente, sinds vannacht.
Ik slaak ontroerd een diepe zucht,
De vogel zingt en lacht.

Ik vul mijn glas opnieuw en zet
Het gulzig aan mijn mond,
En zing totdat de maan verschijnt
Aan ’t zwarte hemelrond.

En als ik niet meer zingen kan,
Is slapen wel weer fijn.
Want wat gaat mij de lente aan!
Laat mij toch dronken zijn!

Hans Bethge, naar Li Bai (Li T'ai Po), vertaling JPvS

                   *

Der Trinker im Frühling

Wenn nur ein Traum das Dasein ist,
Warum dann Müh und Plag?
Ich trinke, bis ich nicht mehr kann,
Den ganzen lieben Tag.

Und wenn ich nicht mehr trinken kann,
Weil Leib und Kehle voll,
So tauml ich hin vor meiner Tür
Und schlafe wundervoll!

Was hör ich beim Erwachen? Horch,
Ein Vogel singt im Baum.
Ich frag ihn, ob schon Frühling sei – 
Mir ist als wie im Traum.

Der Vogel zwitschert, ja, der Lenz
Sei kommen über Nacht, 
Ich seufze tief ergriffen auf,
Der Vogel singt und lacht.

Ich fülle mir den Becher neu
Und leer ihn bis zum Grund
Und singe, bis der Mond erglänzt
Am schwarzen Himmelsrund.

Und wenn ich nicht mehr singen kann,
So schlaf ich wieder ein.
Was geht denn mich der Frühling an!
Laßt mich betrunken sein!



Ik houd momenteel voorjaarsopruiming. Vele, veel te lang bewaarde boeken verdwijnen naar straatbiebjes om plaats te scheppen voor nieuwe aanwinsten. Ook mijn verzameling eigen werk moet maar eens uitgedund worden. Ik heb nog een bescheiden doosje vol met exemplaren van De Chinese fluit, door de Avalon Pers in 2014 liefdevol met de hand gezet en gedrukt op fraai, dik crèmekleurig papier en voorzien van een pentekening door mijn dochter Rosanne. 

Wie wil kan er een voor 13,50 inclusief verzendkosten bestellen. Ik zet er handtekening en opdracht in.
Mail naar: jpvanspaendonck@gmail.com. 

Geen opmerkingen: