vrijdag 19 juni 2026

Pruikzwam, leeuwenmanen, engelenhaar



Dat voedingssupplementen niet altijd onschuldig zijn leerde ik van Valdispert Stemming. Daarin zit het extract van iets dat rhodiola rosea heet, ofwel rozewortel, een vetplant uit de bergen. Niet combineren met antidepressiva waarschuwt de online drogist. Zo'n voorbehoud wil zeggen dat je met meer dan een homeopathisch toverpilletje te maken hebt: ook als je er niet in gelooft gebeurt er iets. Ik ontdekte al snel dat ik me opgewekter voelde door deze tabletjes, maar na een dag of wat prikkelbaar werd en pijnlijk helder ging dromen. Ik bracht de dosis terug van 3 naar maximaal 2 pillen per dag. Dat is de pest met die 'natuurlijke' medicatie: geen serieus onderzoek, geen sluitende dosering, in elk merk andere verhoudingen. Tegenwoordig komt Valdispert Stemming in één dagelijkse pil en heeft het voor mij afgedaan. 

Kortgeleden werd ik op internet lekker gemaakt voor iets dat Lion's Mane heet. Ik had wat last van geestelijke vermoeidheid en hersenmist en mijn zenuwgestel was ontregeld, er huisde een onderdrukte snik in mijn keel die maar iets nodig had om los te breken. Deze pruikzwam, zoals de schimmel in het Nederlands heet, stimuleerde de hersenen, begreep ik na kritische studie (er waren althans aanwijzingen dát...), en de toegevoegde hoeveelheden ijzer en vitamine B12 zouden die zenuwtjes wel even stabiliseren. 
Het potje kwam en ik slikte. Het effect was al snel merkbaar, en verbluffend. De mist trok op, de snik verdween en mijn concentratie was ongehoord: ik ontcijferde ingewikkelde akkoorden in een fractie van een seconde en sloeg alle noten goed aan nog voor ik me bewust was van wát ik speelde. Maar ook had ik het gevoel dat er iemand met me meeliep die me elk moment op mijn schouder kon tikken, en dat er gedachten waren die ik niet kon pakken. Ik kende dat nog van Prozac, vroeger. Toen ook die veel te heldere dromen kwamen gaf ik er de brui aan. Voor mij geen leeuwenmanen meer. 

                                                                         *

Mijn vaste kapper is verhuisd. Omdat ik geen zin had om met die warmte naar de Van Wou te lopen besloot ik vader en zoon Van Bolderick weer eens te bezoeken.
'Rook je nog sigaren?' vroeg ik. Senior was vroeger uit te tekenen met een bolknak, die hij op de vensterbank legde als hij moest knippen. 'Soms,' zei hij verontschuldigend. 'Maar in de zaak mag allang niet meer.'
De jongelui van Pieter Bas Kapsalons hebben iets met hoog haar. Wat ik ook zei, het bleef boven altijd te lang naar mijn smaak. Opscheren aan de zijkant moest ik ze juist weer streng verbieden.
Deze kapper, zelf kaal als een bruinverbrande biljartbal, had die scrupules niet. 'Goed kort,' had ik gezegd. Voor ik kon protesteren haalde hij een zoemende trimmer over mijn schedel en zag ik voor het eerst het stekeltjeskapsel zich aftekenen waarom ik nooit had durven vragen. Er kwam geen schaar aan te pas, wel tondeuses in soorten en maten. Toen ook mijn baard en snor met "een twee-tje" waren ingekort (stoppels ging me te ver) keek ik verbaasd in de spiegel en zei: 'Tien jaar jonger; nou ja, vijf.'
'Dat is op onze leeftijd al heel wat,' meende biljartbal.
Op de grond lag een ordeloze massa wit haar. 'Net een sinterklaasbaard,' vond ik.
'Meer iets voor in de kerstboom. Engelenhaar,' grinnikte hij.
Hij ging me voor naar de kassa. 'Doe maar vier tientjes,' zei hij goeiig, alsof hij me een persoonlijke gunst verleende. Een pin hadden ze niet. Hij riep zijn zoon, die buiten stond te bellen. 'Ries, een Tikkie!'


Geen opmerkingen: