vrijdag 12 juni 2026

DUBBEL


In een van de boekenkasten in de G. t. B.-straat vind ik, verrast, een boekje dat ik thuis ook heb staan. Ik sla Bittere honing van Margreet Hirs open en zie de opdracht: Voor de heren van La Passione - con passione! - Margreet Hirs. Even duizelt het me en denk ik dat de wereld zich op geheimzinnige wijze heeft verdubbeld, tot ik me herinner dat ik Bittere honing uit huis heb geplaatst bij een poging om ruimte te scheppen in mijn bibliotheek. Ik had toen blijkbaar die opdracht niet gezien.
Wat nu te doen? Ik heb geen bijzondere herinneringen aan de boekpresentaties in Libreria Bonardi aan het Amsterdamse Entrepotdok die ik in de jaren '90 met kompaan Vincent opluisterde, en ik ga het boekje, een thriller, vrijwel zeker niet herlezen. Ik neem een foto van de titelpagina en zet het terug. Stoer.
(Het bescheiden gat in mijn boekenkast wordt ondertussen ruimschoots gevuld door de zwoel-spannende historische trilogie van Evert Zandstra: Het snoer en de kralen. Een boek dat ik als puber verslond, wel twee of drie keer. Nog niet lang geleden ontdekten we toevallig dat Zandstra (1897-1974) een buurman was van mijn vriendin, in Wageningen-Hoog: ze kwam er als kind over de vloer, in een romantisch huis in het bos met een rieten dak. Dat boek móest dus wel mee, niks aan te doen.)

Die duizelingwekkende magische verdubbeling van de dingen waarin ik een moment lang heb geloofd doet me denken aan onze Ierse reis van 1997. Ik pak er mijn dagboek bij.

'An Fairche, 20 juli 1997

... Bovenin het dorp, aan een klein pleintje, ligt Eddy's Guesthouse als een soort icoon van gastvrijheid in de middagzon. Het doet me denken aan een Frans plattelandshotelletje. 
Op de kamer ervaar ik het soort voorteken, of synchroniciteit, waarop ik een beetje had gehoopt, hier op het betoverde groene eiland. Boven de wastafel staat een exacte replica van mijn lievelingsglas, dat ik destijds heb meegenomen uit ons vakantiehuis in de Charente maritime. Werk van de fairies natuurlijk, om me "thuis" te brengen. Nu is het gedaan met alle verdooldheid en wereldangst.
Ook hangt op de gang het klaarblijkelijke origineel (ik wist niet eens dat er zoiets wás) van het Parijse tafereel van Koos Grosman dat bij opa en oma in de eetkamer hing. Dat wil zeggen: een reproductie natuurlijk, dezelfde reproductie waarnaar Koos G. zijn quasi impressionistische paneel schilderde, dat ik altijd voor authentiek eigen werk had gehouden.'

Dat favoriete glas was een klein waterglas opgebouwd uit geslepen facetten, als een insectenoog. Het paneel van 'ome' Koos (Jacques) Grosman stelde de bloemenmarkt in Parijs voor. Het origineel is, ontdekte ik heel veel later, van de Dordtse schilder Daan Mühlhaus (1907-1981). Waarom en hoe Koos het heeft nageschilderd (van een kalender, een ansichtkaart?) moet altijd een raadsel blijven, net zo goed als de aanwezigheid van een Dordtse schilder in het hart van Keltisch Ierland. 


1 opmerking:

Hans Valk zei

Een schilderij van Daan Mühlhaus in Ierland, reproductie of origineel, is inderdaad tamelijk bijzonder.
Er was in de vorige eeuw sprake van een heuse 'Dordtse school'; een groep schilders die allen in een impressionistische stijl vaak in Dordrecht en omgeving schilderden, hoewel Mühlhaus ook veel Rotterdamse taferelen heeft vastgelegd. Andere namen binnen deze groep waren o.a. Cor Noltee en Steef Wijnhoven. Mühlhaus en Noltee schilderden ook wel in Parijs, maar beiden hebben Dordrecht nooit verlaten, in tegenstelling tot Anthonie Pieter Schotel, die ook in Dordt werd geboren, in financiële zin veel succesvoller was, maar nogal ongelukkig eindigde omdat Seys Inquart zijn schilderijen kocht en hijzelf korte tijd lid van de NSB was.