vrijdag 6 november 2026

SUIKERTAART


Pas achteraf voelde ik dat er iets scheef zat, in die liefde voor het oude Duitsland van mij. 
Ik dwaalde door Cochem, wijnstadje aan de Moezel, betreurde het lelijke heden en vond gelukkig nog resten van vroeger. Over het decor had ik geen gedachten, dat lag daar uitgestrekt zoals het hoort: een romantische burcht, hoog boven de door wijnbergen meanderende Moezel.
Tot ik - te laat, ik was slecht voorbereid, gepreoccupeerd als ik was door een belangrijk concert - eens ging googelen naar wat ik allemaal gezien had.

Wat bleek? Die Reichsburcht was van tamelijk recente datum. Het oude ridderslot dat waakzaam over Cochem had uitgekeken was in de zeventiende eeuw tijdens de Negenjarige Oorlog vrijwel met de grond gelijkgemaakt. En pas eind negentiende eeuw herbouwd door een rijke koopman, naar de mode van die tijd. Op oude gravures en in het werk van Turner, die Cochem eind jaren dertig van de negentiende eeuw bezocht, zien we hoe het er voor die tijd uitzag: een steenklomp op een heuvel. 
Het komt hierop neer: de romantici, de Duitse dichters uit het begin van de negentiende eeuw, zagen overblijfselen van het verleden om zich heen en lieten daar hun fantasie op los. Toen die verbeelding gemeengoed was geworden begon de heersende klasse haar zomerpaleizen en lustbuitentjes te modelleren naar het geromantiseerde verleden dat de dichters hadden bedacht. Zo ontstonden schitterende monstruositeiten als Neuschwanstein in Beieren, of Palácio da Pena in Sintra, of ons eigen kasteel De Haar. Stenen suikertaarten. Neogotiek is een term die je vaak hoort in dit verband. Neo is het in elk geval. Met de oorspronkelijke bouwwerken (zo die er al waren) hebben deze architectonische fantasmagorieën net zo veel te maken als het leven in de middeleeuwen met de plaatjes van Anton Pieck. 
Mijn liefde voor het oude Duitsland is dus een soort meta-liefde. Ik houd van wat de historie teweeg heeft gebracht en wat nu historisch lijkt; of is, want inmiddels leven we anderhalve eeuw later. Eigenlijk houd ik dus van kitsch, en die gedachte is me, moet ik bekennen, niet helemaal vreemd. 

In Cochem heb ik door een prentenboek van Pieck gedwaald. Een Duitse, door de tijd gelauwerde Efteling.

illustratie door Joseph Mallord William Turner (1775-1851), circa 1839.


Geen opmerkingen: