vrijdag 24 juli 2026

Thuis bij Jan Steen

 

Op een van mijn favoriete Jan Steens zien we de schilder als violist. Zijn aandacht wordt afgeleid door een grijnzende feeks achter hem, die hem aanmoedigt om te drinken. Ondertussen steelt een blonde versie van Amy Winehouse het zojuist verdiende geld uit zijn beurs. De vedelaar is danig van haar gecharmeerd, zo maakt de stenen pijp die uit zijn gulp omhoog wijst ons duidelijk. In werkelijkheid zal Steen dit model ook wel graag gezien hebben, want ze komt op meer schilderijen voor, met name op de protestantse versie van Het Sint Nicolaasfeest; dat zegt althans mijn oog, ik heb er niks over gelezen en misschien heb ik ongelijk en zie ik wulpse spoken. 

In De Lakenhal in Leiden vieren ze het vierhonderdste geboortejaar van Steen met een expositie: 'Thuis bij Jan Steen'. Een eeuw geleden telde de viering van Steens driehonderdste, eveneens in De Lakenhal, veel meer schilderijen: 78, uit binnen- en buitenland. Nu zijn het er 'slechts' 28, uitsluitend uit Nederlandse collecties; vervoer en verzekering van dit soort meesterwerken zijn vrijwel onbetaalbaar geworden. 
Ik liep er rustig rond, bekeek sommige doeken aandachtig, andere met minder interesse, wat me tot de voorlopige conclusie bracht dat Steen een wat onevenwichtige schilder is die de goede middelmaat plotseling spectaculair ontstijgt met brutale humor, ongehoord levendige details en karakters die ons over de eeuwen heen aankijken alsof het Leienaars van nu zijn.  
Zoals vaak bij tentoonstellingen moest mijn aandacht worden gewekt door iets onverwachts voor ik het geheel met enthousiasme kon bezien. Dit keer waren dat drie spelende kinderen.

De zalen zijn onderverdeeld door grote panelen waarop, naast tekst, details van de schilderijen zijn afgedrukt. Ik zag ze en was verrukt door die drie: een jongen en een meisje die aan het knikkeren zijn en een kleiner meisje met een pop in haar armen dat de meest geheimzinnige, donkere, ondoorgrondelijke ogen heeft die je je kunt voorstellen. Wat er in haar omgaat is een kosmisch raadsel. De oudere twee praten en lachen en opeens vroeg ik me af hoe het Hollands dat zij in de zeventiende eeuw spraken geklonken zou hebben: zo levend sprongen ze uit de verf dat ik ze meende te kunnen horen; kon ik de demper maar uitschakelen! 
En vooral vroeg ik me af hoe het kon dat ik dit briljante schilderij had gemist! Ik ging de zalen nog eens rond, en nog een keer, een derde keer geassisteerd door mijn vriendin. Nergens!
Pas toen ik het slimme idee kreeg om op de reproductie te zoeken naar een naam had ik beet. Gewapend met "Laban zoekt de door Rachel gestolen terafim" ging ik ten vierde male door de zalen. En ja: daar hing het, een Bijbels tafereel uit 1661 dat me in eerste instantie niet zoveel had gezegd. Bijbelse taferelen, - och... Maar nu kon ik al die gekostumeerde mensen die iets bijbels aan het doen waren negeren en me focussen op de eerst niet opgemerkte spelende kinderen, en op dat vredig slapende hondje, die helemaal niets te maken hadden met dat volwassen gedoe om hen heen en in zalige afzijdigheid zich wijdden aan hun spel, hun slaap. 
De onpeilbare blik van het poppenmeisje kwam beter uit de verf in de uitvergroting; die liet pas zien wat een begenadigd fijnschilder Steen was. Ook de afbeelding hieronder doet er geen recht aan. Via deze link kunt u een iets betere indruk krijgen. 

Hongerig en dorstig geworden door al die uitbundige taferelen deden we de nagedachtenis van de schilderende kroegbaas eer aan op terras en in restaurant. De volgende morgen stond er na een ontbijt in Stadsbakkerij Water & Bloem Japanse kunst op het programma, in het SieboldHuis. Maar eer we daar aankwamen waren we al wandelend geheel doorweekt geraakt door een onverwachte, fijne maar o zo natte miezerregen die ons verlangen deed naar een warme auto. 
Steen en Japan: misschien was het ook niet zo'n goede combinatie geweest.


Geen opmerkingen: