Met de sneeuw verdween ook de echte geborgenheid van de eerste week van het nieuwe jaar. In het grijze, dooiende en al snel weer groene park was het uit met de winterpret. De toekomst werd beetje bij beetje zichtbaar, het niemandsland werd voorzichtig ingevuld met coördinaten.
Wel was ik nog steeds in de ban van die roes, die zoveel productiever was dan de bedwelming van de feestdagen: mijn compositie in wording slokte me op. Het aanvankelijke idee, een "glanzende kiemcel" om met S. Vestdijk te spreken, groeide uit tot wat toch wel een kleine cantate genoemd mag worden. Ik haastte me om zoveel mogelijk te profiteren van deze bui van scheppingsdrang; de buitenwereld klopte al aan de deur en verzocht om mijn inbreng, voordat het zover was moest ik in elk geval alle koorpartijen op papier hebben.
Ik maalde, overeenkomstig een van mijn voornemens, niet om het nieuws; dat heeft me genoeg dwarsgezeten de laatste jaren. Ik begreep dat de oranje clown nu echt alle redelijke proporties uit het oog aan het verliezen is. Maar er is één vaderlandse militair naar Groenland gestuurd, de clown zal sidderen in zijn Capitoolse bed. Verder probeerde ik mijn ogen en oren zoveel mogelijk te sluiten voor wat er tot me doordrong uit de boze buitenwereld.
Vriend Robert postte een gedichtje op Facebook van Brian Bilston. Ik kende hem niet, het bleek een pseudoniem van Paul Millicheap te zijn, geboren in 1970 te Birmingham. Deze Poet Laureate of Twitter publiceerde online poëzie, vooral light verse, die hem 400.000 volgers opleverde. Die populariteit leidde tot reguliere, papieren uitgaven.
Eergisteren deed ik mijn middagdutje met de katten maar mijn brein stond na een morgen componeren nog te veel aan om weg te dutten bij het beschouwen van de wolken die langs het raam dreven. Ik herinnerde me het gedichtje dat mijn vriend had gepost, hem, en ook mij, uit het hart gegrepen. Ik deed een vertaalpoging die ik me voornam later te zullen verfijnen.
Gebed voor oninteressante tijden
Geef me een geen-nieuws-dag,
Een ingetogen dag,
Met niets in 't bijzonder in zicht
Dan de tijd die verstrijkt,
Een glas dat leeg blijkt,
Een herhaling van Flikken Maastricht.
Gun me een goed-nieuws-dag,
Een ik-heb-geen-mening-dag,
Een dag die alleen wordt besteed
Aan tijd met zijn twee,
Wat lokale teevee,
Een dag die je snel weer vergeet.
(Prayer for Uninteresting Times, Brian Bilston)
*
Met Ierse nachten heeft Vestdijk bepaald niet zijn beste boek geschreven, al waren tijdgenoten een andere mening toegedaan: er werd zelfs gesproken van "zijn absolute meesterwerk". Mij kon het boek in elk geval niet erg boeien, het eerste boek van deze wonderlijke schrijver waarover ik dat moet zeggen. De materie, het Ierland van de negentiende eeuw, zwaar zuchtend onder het Engelse juk, ben ik ontgroeid. Magie, folklore, whiskey en Keltische romantiek bekoorden me mateloos toen ik decennia jonger was, nu is dat niet genoeg om een roman te kunnen dragen. De schuld ligt misschien bij de hoofdpersoon. Door de ogen van deze opgroeiende jongen zien we alles gebeuren zonder dat hijzelf gestalte krijgt. Reisgids Vestdijk had zoveel te melden, zoveel couleur locale te schilderen in taal, dat hij aan de invulling van de protagonist niet toekwam, die blijft een lens waardoor we de gebeurtenissen waarnemen, niet veel meer. Dat maakt dat de lezer niet erg betrokken raakt bij het fictieve Ballyvourney en zijn inwoners. De moeder van de jongen, een tragisch personage in haar gefrustreerde talent en haar betrokkenheid bij het arme, onderdrukte dorp, komt beter uit de verf maar de roman is te fragmentarisch om haar drama voelbaar en aangrijpend te maken.Ik heb me vaak afgevraagd waarom ik zo laat, pas in mijn negenenzestigste levensjaar, een Vestdijk-lezer ben geworden. Vanmiddag, wandelend door de lenteachtige straten, nadat ik in de weggeefbieb in de Ter-B.-straat maar liefst drie boeken van hem had gevonden, viel me een voorzichtig antwoord in.
Vroeger had ik geen boodschap aan die manische woordenvloed, aan die openingspassages die rumoerig met de deur in huis vallen; ik wilde boeken die begonnen met Er was eens of In het jaar 18.., in de goede stad A., ik zocht in mijn boeken een bezonnen oordeel over de wereld, ik hield van de maximen van de wijzen, waaraan ik me kon vastklampen als het leven me te chaotisch was. Nu ik tamelijk oud aan het worden ben en enige wijsheid heb verworven (haha, jaja) verlang ik van een boek soms dat het me drenkt in de wilde levensstroom. Overzicht en geruststellende routine heb ik al genoeg in het echte leven, in mijn literatuur wil ik iets anders: weer jong zijn, desnoods ten koste van mijn gemoedsrust.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten