vrijdag 6 maart 2026

Voorheen Rookzangers Notitieblog 69: Hommels, katten en muizen


Ik liep zoals iedere dag in het park. Nog met wintervacht - de kapper was er vandaag niet van gekomen - maar mijn jas hing open en mijn V-hals jumper had ik thuisgelaten. Anders dan gisteren was de lucht niet helderblauw. De zon had enige moeite erdoorheen te komen, een weggemoffelde diamant. Ik stoofde me zachtjes in dat diffuse licht. Koesterde herinneringen aan voorgaande jaren. De vogels herinnerden zich niks, die waren net zo uitbundig als de dag ervoor. In de rijke witte bloesems van een zure kers (maar het kon volgens PlantNet, met iets minder waarschijnlijkheid, ook een sleedoorn zijn) zat een flinke hommel. De eerste van het jaar. Ik dacht aan een klein stukje dat ik op deze webpagina schreef, 15 jaar geleden alweer.

8 april 2011

In de gang kroop een hommel. Hij zat onder het stof. Hij moet de winter in een hoekje hebben doorgebracht. Ik pakte hem met stoffer en blik op en zette hem op het balkon. Daar verstarde hij, terwijl hij zijn rechtervoorpoot ophief alsof hij het verkeer regelde, of de Hitlergroet bracht. Ik begreep het. Hij had last van de felle zon. Ik schoof hem in de schaduw, en hij begon weer te bewegen. Eerst waste hij zijn voorpoten. Dan maakte hij een enkel proefvluchtje, vijf centimeter rechtstandig omhoog, meer niet. Alles deed het nog. Hij leek moed te scheppen, en wierp zich vastberaden in de lucht. Hoog en snel ging het meteen, met duizelingwekkende zwenkingen. Maar de willekeurige patronen werden al gauw kleiner, en met grote precisie dook hij in een bloeiende perenboom.

Vannacht was er reuring in huis. Ik kreeg er weinig tot niets van mee want ik slaap vast. Snuf was boven in zijn functie van muizenpolitie. Broer Snuitje durft het trappenhuis niet in, de zolderetage is voor hem onbekend terrein. De dag ervoor had hij, Snuf, er een gevangen, een volwassen exemplaar. Good boy! Maar tot verbazing van mijn dochter beet hij zich niet grommend vast in het diertje, maar droeg het voorzichtig aan zijn nekvel mee, teder bijna, zoals katten met hun kittens doen. Hij liep een tijdje - besluiteloos ondanks zijn felle grote ogen - met zijn prooi rond, voor hij die losliet en er wat mee begon te spelen. Tikje, schuiven, tikje. De muis zag zijn kans en greep die, verdween in een holletje in de plint.
Gisteren herhaalde de gang van zaken zich: rondzeulen, loslaten, sjoelbakken. Deze muis vond geen gat en bleef rug tegen de muur in een hoekje zitten. Snuf ging het wereldraadsel zitten bepeinzen, kijkend naar dit enigmatische fenomeentje, blijkbaar nu al verveeld door een veelbelovend kameraadje dat voor minder opwinding zorgde dan de speeltjes waarmee mijn dochter zijn kilo's een beetje binnen de perken probeert te houden. Op een telefoonfilmpje zag ik de volgende morgen hoe mijn dochter het diertje aan zijn staart de trap afdroeg en buiten losliet. Het schoot, geschrokken maar ongedeerd, met razende pootjes onder een geparkeerde auto. Onze vorige kat Tijger schrokte de muizen in één keer naar binnen, dat was een jager. Snuf is een zachtmoedige, decadente binnenkat. Nul instinct.